Jaargang 13, nr. 5 - december 2002

Inhoud
  1. Van de redactie
  2. Van het bestuur
  3. Agenda
  4. Vertalen of laten staan? Daar gaat het om
  5. Enkele algemene gedachten bij het reviseren / corrigeren van vertalingen
  6. Permanente educatie verplicht?
  7. Professionaliteit en kwaliteit
  8. Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal op cd-rom in nieuwe abonnementsversie 1.2
  9. Klare taal
  10. Business tip
  11. Ledenmutatie
  12. Uitgelezen
  13. Oproep
  14. Vers van de pers
  15. Kopij
  16. Colofon

Van de redactie
Al zult u het wellicht niet direct merken, dit dubbeldikke nummer van het VZV-Bulletin is in een aantal opzichten bijzonder. In het vervolg zal het bulletin geen stukken meer bevatten die rechtstreeks de ledenvergadering dienen. Dit mede om het besloten karakter van die vergadering te benadrukken. Het bulletin is immers voor iedereen, ook niet-leden, via het internet toegankelijk. Zonder agenda, jaarstukken en notulen zal iedereen nog meer zijn best moeten doen om ervoor te zorgen dat het bulletin relevant en interessant blijft. Ook in dat opzicht is dit nummer bijzonder. Een ongekend aantal van onze leden -- voor de statistici onder u: bijna tien procent van het lidmaatschap -- heeft er een bijdrage aan geleverd.

Zo houdt Kath Starsmore u in haar eindejaarsbeschouwing op de hoogte van ontwikkelingen binnen de vereniging. De op de ledenvergadering uitgesproken mondelinge bijdragen van Christoph Bouthillier en Joy Burrough over hoever je met het redigeren van stukken kan en moet gaan, zijn nu op schrift gezet en -- al dan niet in geredigeerde vorm -- gepubliceerd. De commissie permanente educatie gaat verder in op de achtergrond en de noodzaak van verplichte permanente educatie voor VZV-ers. Zij krijgt tegenspraak van Arie de Jong en Christoph Bouthillier. Hun stuk biedt ook iets wat als meetlat zou kunnen dienen waartegen ieder van ons (met angst en beven) zijn of haar statuur als professionele vertaler kan afmeten. Waar bevindt u zich op deze schaal? Volgens ons nodigen deze stukken uit tot een reactie!

Verder bevat dit nummer recensies door Harold Alexander en Marcus de Geus van enkele Van Dale-publicaties. Toen Marcus dit stuk toezegde, was hij overigens nog geen officieel lid van de redactie. Dit ondanks het feit dat hij al jaren veel werk verzet bij de productie van het bulletin. Nu is hij ook formeel tot de redactie toegetreden en wij heten hem hierbij van harte welkom.

Ten slotte hebben wij nog wat andere lezens-, wetens- en wellicht puntwaardigheden voor u uitgezocht. Fijne dagen en veel leesplezier toegewenst.

Harold Alexander
Nelly Eijgenraam
Marcus de Geus

bulletin@vzv.info

Inhoud

Van het bestuur
Het is alweer tijd voor de eindejaarsbeschouwing. Wat is er zoal gebeurd binnen de VZV de afgelopen twaalf maanden?

De toelatingscommissie heeft de toelatingsprocedure intussen gestroomlijnd, wat het gemakkelijker zal maken deze taak over te dragen. Nu is het zaak om nieuwe leden aan te trekken. Over belangstelling hebben we niet te klagen. Via de website zijn het afgelopen jaar meer dan tien ingevulde aanvraagformulieren ontvangen (waaronder vier uit het buitenland), alsmede verschillende verzoeken om informatie. Slechts twee van de belangstellenden hebben echter werk ter beoordeling ingestuurd. Het bestuur buigt zich thans over de reden hiervoor.

Wegens verbouwing van de gereserveerde vergaderruimte en een dubbelboeking in het restaurant moest de najaarsvergadering -- en het diner na afloop -- in een nabijgelegen, gelieerd vijfsterrenhotel plaatsvinden. Dit tegen de oorspronkelijk afgesproken prijzen. Desondanks heeft de vereniging een rekening ontvangen die flink hoger is uitgevallen dan verwacht. In dit verband wil ik de leden erop wijzen, dat men verantwoordelijk blijft voor betaling van de dinerbijdrage indien men niet tijdig annuleert. Wij moeten een paar dagen van tevoren het aantal couverts doorgeven. En dit aantal moeten wij betalen, ook al komen mensen niet opdagen. Houd de annuleringsdatum dus goed in de gaten.

Tijdens de voorjaarsvergadering werd besloten om een Nederlandse versie van een folder van onze zustervereniging ITI uit te brengen. Deze brochure geeft adviezen voor inkopers van vertalingen en wordt verspreid onder relaties van vertalers, op vakbeurzen, enzovoort. Een Franse en een Duitse versie zijn al verschenen. De PR-commissie is hier nu mee bezig, in samenwerking met het NGTV.

Het mentorschap begint ook al vorm te krijgen, met richtlijnen voor zowel mentor als aspirant-lid. We hopen hiermee aspirant-leden binnen een periode van twee jaar op volledig lidmaatschap te kunnen voorbereiden.

Onlangs werd de VZV benaderd in verband met ontwikkelingen op Europees niveau op het gebied van "Translation Services". Het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) voert een onderzoek uit op de Nederlandse markt van tolken/vertalers en vertaalbureaus. In dit onderzoek stelt NEN onder meer de vraag aan de orde of belanghebbende partijen, zoals de VZV, behoefte hebben aan normen op het gebied van vertaaldiensten. Aan de hand van een vragenlijst heeft een persoonlijk gesprek plaatsgevonden, waarin wij de mening van de VZV hebben laten horen en hebben laten weten dat wij actief betrokken willen worden bij het opstellen van Europese normen op het gebied van vertaaldiensten. Een verslag van het onderzoek wordt ons te zijner tijd toegestuurd.

De vereniging heeft in 2002 dus het een en ander op de rails gezet. Activiteiten die wij in 2003 zullen uitbouwen.

Wij wensen iedereen prettige kerstdagen en een gezond, succesvol 2003.

Namens het bestuur,

Kath Starsmore

Inhoud

Agenda
Noteer nu alvast:

De volgende algemene ledenvergadering wordt gehouden op vrijdag 11 april 2003.

Inhoud

Vertalen of laten staan? Daar gaat het om
Bijdrage paneldiscussie ledenvergadering 4 oktober 2002

Allereerst wil ik jullie bedanken voor de uitnodiging om als moderator van deze paneldiscussie op te treden. Ik vind het erg leuk om te doen, want ik ben benieuwd naar jullie mening over het onderwerp "Vertalen of laten staan? Daar gaat het om". Natuurlijk heb ik ook mijn eigen mening, welke vanuit mijn eigen invalshoek in de praktijk is ontstaan.
Van huis uit ben ik geen vertaler. Zoals velen van jullie weten, ben ik mijn carrière in de "business van woorden" als redacteur begonnen. Een redacteur leest een tekst zorgvuldig, verbetert eventuele foutjes en zorgt dat de tekst consequent is en geen overtolligheden bevat.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw kregen redacteuren hun teksten op papier aangeleverd. En onze verbeteringen brachten we -- in de Engelssprekende wereld althans -- met een blauw potlood op papier aan.
Hebben jullie opgelet? Ik zei "verbeteringen". De aanpak van een redacteur is immers op twee stellingen gebaseerd. Ten eerste, dat de auteur ook maar een mens is en niet foutloos schrijft. Ten tweede, dat zijn of haar fouten verbeterd moeten worden voordat tot publicatie van de tekst kan worden overgegaan.
Het risico bestaat echter dat de dwang tot verbeteren buiten proporties raakt. De macht van de redacteur met blauw potlood heeft menig auteur woedend gemaakt. De Amerikaanse historicus Jacques Barzun heeft hierover een prachtig essay geschreven* met voorbeelden van redactionele veranderingen die als "changes for change's sake" gelden en vaak fout zijn. Het essay behoort voor alle (aspirant-)redacteuren verplicht leesvoer te zijn.

Hoe weet een redacteur nu wat er wel en wat er niet mag blijven staan? Ik zal jullie een Oosters verhaal vertellen. Het is echt gebeurd en het is mij verteld door een collega-redacteur van wetenschappelijke teksten. Het gaat over een Brit, hoogleraar in de geneeskunde, werkzaam aan een universiteit in Japan. Hij spreekt Japans en vertaalt regelmatig wetenschappelijke stukken uit het Japans in het Engels. Zijn verhaal ging echter over zijn ervaring als één van twee redacteuren van een wetenschappelijk boek op zijn vakgebied. De verschillende hoofdstukken waren in het Engels geschreven door deskundigen uit verschillende landen. De Brit ging ijverig aan het werk. Hij las de hoofdstukken met aandacht en, waar hij het nodig achtte, verbeterde hij de teksten. Soms kortte hij ook hoofdstukken in. Echter, toen zijn Japanse collega een paar van de geredigeerde manuscripten had gezien -- met doorgestreepte alinea's, gewijzigde tabellen en dergelijke -- deed hij erg zenuwachtig. Het kostte de Brit enige moeite om erachter te komen wat het probleem nu precies was (Japanners zijn erg beleefd en indirect). Uiteindelijk kwam het hoge woord er dan toch uit. De Japanner vond de verbeteringen een belediging voor de native speakers. In Japan schijnt een redacteur slechts minimaal te mogen ingrijpen. Het uitgangspunt is dat een lezer de authentieke schrijfstijl van de auteur moet ervaren. Een auteur die langdradig schrijft en zichzelf herhaalt wordt niet door een redacteur ingekort. De Japanse redacteur had wel verwacht dat de Britse redacteur de taalfouten van nonnatives zou verbeteren, maar snapte niet dat hij zo aan de teksten van de natives durfde te knoeien. Hooguit mocht hij beleefd vragen stellen over de juistheid van een bewering of formulering. Maar zinnen herschrijven, alinea's inkorten of -- nog erger -- schrappen? Dat ging naar de Japanse normen voor redigeren veel te ver. De Japanse redacteur was pas gerustgesteld toen mijn kennis hem de geschreven reacties van de auteurs uit Engeland en Amerika had laten zien, waaruit duidelijk bleek dat ze erg blij -- zelfs dankbaar -- waren dat hij hun hoofdstukken zo grondig had geredigeerd.

Uit dit verhaal kunnen wij concluderen dat de mate van vrijheid van een redacteur deels door cultuur wordt bepaald.
Ik heb jullie verteld dat ik mijn carrière ben begonnen als redacteur. Sinds de jaren tachtig waag ik mij echter ook aan het vertalen. Ik vertaal wetenschappelijke teksten, voornamelijk in de landbouw-, milieu- en geowetenschappen. Als ik vertaal, ben ik mij altijd bewust van de spanning tussen laten staan en verbeteren. Omdat ik het als mijn taak zie de tekst optimaal te laten functioneren in het Engels, aarzel ik niet om verklarende informatie toe te voegen. Mijn klanten zijn in het algemeen geen begaafde schrijvers. Als ze een erg staccatoachtige stijl hanteren, kan ik die stijl niet overnemen in het Engels. Ik kan niet het standpunt van de Japanners innemen.
Tijdens mijn onderzoek heb ik mij enigszins verdiept in de vertaaltheorie. Ik ben tot de conclusie gekomen dat deze grotendeels gebaseerd is op de illusie dat de te vertalen tekst nagenoeg perfect is. Dat de schrijver precies datgene heeft geschreven wat hij of zij wilde zeggen. Misschien is dit voor literaire vertalers een gangbare aanname. Maar in de echte wereld schrijven mensen in haast, met tegenzin, met moeite -- of alle drie. Ze zijn meestal geen fijnproevers van woorden. Wij als vertalers kunnen deze auteurs veranderen, zodat het lijkt alsof ze uitstekend kunnen communiceren. Dat is een sport! Het maakt ons vak echt leuk.

Ten slotte, wéér een Oosters verhaal. Een anekdote, maar toch erg geloofwaardig. Het verhaal speelt zich af in Hongkong en gaat over een Chinese kleermaker en een Amerikaanse zakenman. De Amerikaan stormt de winkel van de kleermaker binnen en legt een overhemd op de toonbank. "Ik heb een dringende opdracht. Ik wil een nieuw overhemd hebben. Net eender als dit. Het moet morgen klaar zijn. Begrepen?" "Ja, ja, mijnheer" zegt de kleermaker.
De volgende dag komt de Amerikaan terug. De Chinese kleermaker buigt en overhandigt het overhemd. Inderdaad, precies dezelfde kleur en maat. Maar de Amerikaan wordt plotseling woedend. Want op de voorkant van het overhemd, op precies dezelfde plek als op het originele overhemd is een brandvlek van een sigaret aangebracht.
De moraal van het verhaal is duidelijk. Opdrachtgevers willen hun imperfecties niet terugzien in het uiteindelijke product en de uitvoerder van een opdracht behoort te weten welke imperfecties wél en welke imperfecties niet veranderd kunnen worden.

* Barzun, J. (1986). Behind the blue pencil: censorship or creeping creativity? On Writing, Editing and Publishing. J. Barzun. Chicago, University of Chicago Press: 103-122.

Joy Burrough-Boenisch
oktober 2002

Inhoud

Enkele algemene gedachten bij het reviseren / corrigeren van vertalingen
Bijdrage paneldiscussie ledenvergadering 4 oktober 2002

Waarde collega's,

Ik huldig drie hoofdprincipes:

  1. De klant zit altijd fout.
  2. De vertaler heeft altijd gelijk.
  3. De corrector heeft nog veel gelijker.

ad 1) De klant zit altijd fout

Van 100 binnenkomende vertaalopdrachten zijn er maximaal vijf waarvan het origineel absoluut foutloos is. De grootste kans op foutloosheid is er overigens bij de stukken van advocaten. Zij weten maar al te goed dat ze voor zelfs de kleinste fout door de tegenpartij hard zullen worden afgestraft.

Het spectrum van mogelijke fouten is oneindig breed. Om maar eens enkele typische praktijkvoorbeelden te noemen:

  • Een ontbrekende komma in een overeenkomst welke de betekenis geheel verandert. De klant is blij dit van mij te horen. Een voorbeeld van een dramatische betekenisverandering, uiteraard niet uit een overeenkomst: Der Schüler sagt der Lehrer ist ein Esel. (Een of twee komma's? En waar?)
  • Een waarde van 500 watt in plaats van de bedoelde 500 milliwatt in de technische beschrijving van een mengpaneel. De klant is blij dit van mij te horen.
  • Een zin met een onbedoeld-gênante dubbele bodem in een dure folder. De klant is blij dit van mij te horen.
  • Een oppervlakteberekening in de aanbieding van een makelaar met een rekenfout van 3.000 vierkante meter. De klant is dolblij dit van mij te horen.
  • Een database van 95.000 woorden met de schermteksten van een enorm softwarepakket, met 30.000 -- weliswaar deels identieke -- fouten en foutjes en/of alsnog door hem op te lossen en voor mij onoplosbare, want programmatechnische problemen. De klant was kennelijk blij dit van mij te horen, want hij betaalde binnen drie weken.
  • Een toespraak zonder aanhef of zonder sluiting, een condoleanceschrijven dat wel erg kort door een botte bocht gaat. Beide stukken worden door mij zonder commentaar uitgebreid. Ik brei een fatsoenlijke opening en sluiting aan de toespraak. Ik maak de condoleance invoelender, triester-zwieriger als het ware. Bij dergelijke vertalingen lever ik doorgaans geen commentaar, omdat het origineel toch meteen in de prullenbak verdwijnt, evenals de vertaling.
  • Een visionair artikel met een nieuwe kijk op documentenbeheer en het gebruik van bedrijfsinterne zoekmachines; het bevat diverse logisch onverantwoorde sprongen, kromme formuleringen en niet toegelichte afkortingen. Ik bel de klant op, een heel uur lang, en hij is verbaasd dat de vertaler überhaupt zijn artikel gesnapt heeft en her en der zelfs nog een suggestie kan aandragen. Ik bekijk vervolgens zijn website, vind die een min of meer chaotische bende en mail hem spontaan en beleefd een lijst van alle gevonden mankementen. Hij belt me een week later diep dankbaar op over zowel de vertaling als de website en vertelt en passant dat hij met het artikel in Duitsland een prijs had gewonnen. Hij belooft straks met ander werk weer bij mij aan te kloppen.

In al deze en alle andere gevallen leverde en lever ik principieel altijd uit eigen beweging commentaar, meestal via de commentaarfunctie van Word. Soms corrigeer ik in het origineel zelf en stuur het terug, vol van blauw ingekleurde tekst en/of commentaren. Omdat het uit eigen beweging geschiedt, is het ook altijd gratis, zelfs in het geval van die 30.000 fouten en problemen.

ad 2) De vertaler heeft altijd gelijk

Doordat de vertaler met zijn/haar neus dieper in de tekst kijkt dan de lezer, en soms -- zo lijkt het wel -- ook dieper dan de auteur zelf, vindt hij vrijwel altijd wel wat en zal de vertaling in ieder geval helderder zijn of horen te zijn. Eigenlijk een open deur.

ad 3) De corrector heeft nog veel gelijker

De corrector is een roofvogel. Roofvogels hebben zoals bekend een dubbele oogfunctie. Ze kijken uit de hoogte en overzien het geheel. Getransponeerd naar ons vak is dat kijken naar stijl, consequent taalgebruik, compleetheid, enzovoort. Maar roofvogels hebben bovendien in hun oog een verscherpt gebied in het midden van het gezichtsveld, een verrekijker als het ware die een kleine uitsnede van het veld enkele keren uitvergroot. De grijsbruine veldmuis in een grijsbruine akker is kansloos. Wederom de vergelijking met ons beroep: onze muizen zijn de ontbrekende komma, de foute inspringing, die ene spelfout die de spellingscontrole bij de vertaler niet kón zien omdat het eveneens een bestaand woord was.

Als de verhouding met de vertaler goed is, de correcties meer voorstellen dan een enkele komma en ik graag met die vertaler zou willen blijven werken, dan vervaardig ik wel eens een "diff"-bestand -- met de "differences" zoals gevonden bij de documentenvergelijking in Word en mail het met zachtaardig begeleidende woorden aan de vertaler.

Resumerend

De klant zal nooit beledigd of bedroefd zijn wanneer u hem beleefd op alle fouten wijst. Het is immers zijn kwaliteit die er baat bij heeft. Doe dat vooral wél. Doe het gratis. Doe het compleet. Doe het niet bij stukken waarvan u bij voorbaat weet dat ze niet eens de dag van morgen zullen halen, zoals een vluchtige interne memo of een onbeduidende toespraak die na het uitspreken acuut zal worden vergeten.

Helaas zijn er ook klanten die niet willen leren. Zo heb ik een grote opdrachtgever aan wie ik de afgelopen veertien jaar al meer dan duizend fouten heb gemeld en dan ook nog veelal met betrekking tot prachtig vierkleurendrukwerk voor ook nog eens inderdaad superieure producten. Maar het aantal fouten stijgt bij deze klant met elke nieuwe opdracht. En dan te weten dat het bedrijf dezelfde stukken in nog acht andere talen in acht andere landen laat vertalen. Zullen die verre collega's dan nooit iets melden? Vooral in dergelijke gevallen beschouw ik de commentaren en correcties van originelen tevens als een effectieve vorm van zelfbescherming met het oog op mogelijke beroepsaansprakelijkheid.

Niet voor niets is de separate "Commentaar"-knop op mijn Word-menubalk van al dat geklik welhaast versleten.

Oh ja, nog iets: Ik heb niet altijd gelijk.

Christoph Bouthillier

Inhoud

Permanente educatie verplicht?
De VZV is een vereniging die kwaliteit uitdraagt. Dat is hét kenmerk waardoor de VZV zich onderscheidt van andere beroepsverenigingen. Bij de toelatingstoetsing ligt de lat dan ook hoog. Daarna vindt binnen de VZV echter geen enkele kwaliteitstoetsing meer plaats.

Dit is in de huidige maatschappij niet voldoende. Overal klinkt de roep om permanente kwaliteitsbewaking. Vele kwaliteitsberoepsverenigingen kennen dan ook een systeem van regelmatige toetsing. Vaak gebeurt dit in de vorm van beoordeling door een externe organisatie. Sinds de oprichting van de VZV hebben opeenvolgende besturen met deze materie geworsteld. Waar het echter al moeilijk genoeg is om voor ons beroep een blauwdruk voor de toelatingsbeoordeling op papier te krijgen en deze beoordeling reeds een -- onvermijdelijke -- psychologische drempel voor potentiële leden betekent, stuit iedere denkbare vorm van herhaalde toetsing op organisatorische onmogelijkheden, prohibitieve kosten en een al even prohibitieve en zeer begrijpelijke psychologische weerstand.

Toch moeten de aanspraken van de VZV op kwaliteit en professionaliteit geloofwaardig blijven, zowel tegenover opdrachtgevers als tegenover collega's. De toelatingstoetsing alleen biedt in dit opzicht op de lange termijn niet voldoende waarborg. Voor de VZV-ers van het eerste uur vond deze inmiddels zo'n 12 jaar geleden plaats!

Naast regelmatige toetsing is er de mogelijkheid van "peer review", beoordeling door de eigen groep. Dit veronderstelt hechte taalgroepen die bovendien bereid moeten zijn met een beschuldigende vinger te wijzen naar een collega die te licht wordt bevonden. Ziet u dit zitten? Nog afgezien van het feit dat er maar voor enkele talen voldoende leden zijn om een groep te vormen.

Dan rest de "permanente educatie", het op peil houden van kennis en vaardigheden. Daarbij denk je natuurlijk onmiddellijk aan cursussen, maar voor de per definitie hooggekwalificeerde VZV-vertaler biedt de gemiddelde cursus op vak-/taalgebied niet zoveel nieuws. In VZV-context kijken we dus ook -- en misschien wel vooral -- naar andere middelen. Hoewel de enquête nog niet is uitgewerkt, lijkt deze een aardig beeld te schetsen. Veel VZV-leden blijken zeer actief met hun beroep bezig te zijn en zich op vele manieren steeds verder te bekwamen en bij de tijd te blijven, niet in het minst door contacten met collega's.

Moeten we dit ook in de toekomst geheel op vrijwillige basis laten gebeuren? Zoals hiervóór reeds is geschetst, wordt het dan toch moeilijk voor de VZV om zo hoog van de kwaliteitstoren te blijven blazen. Dit is een eerste, externe reden om permanente educatie verplicht te stellen.

Er zijn ook interne en waarschijnlijk nog zwaarwegender redenen aan te voeren.
Ten eerste moet worden bedacht dat een verplichte regel meestal niet wordt ingesteld ten behoeve van de meerderheid, maar om de enkeling te kunnen aanpakken die zich aan de groepsregel onttrekt. Willen wij als groep kunnen blijven zeggen: meneer of mevrouw X staat in het VZV-register en is dus een heel goede vertaler, dan moet de vereniging ook beschikken over instrumenten om leden die niet goed functioneren, te kunnen aanpakken. Het ziet er naar uit dat veel leden juist de collegiale contacten beschouwen als een excellent middel om kennis en vaardigheden op peil te houden. Als dit soort contacten geïnstitutionaliseerd zou worden, treedt tegelijkertijd ook een soort "peer review" in werking die alleen maar kwaliteitsverhogend kan werken.

Een tweede interne reden om een vorm van permanente educatie verplicht te stellen ligt in het feit dat dit aan de VZV als vereniging de verplichting oplegt zelf activiteiten op dit gebied te ontwikkelen. Dit zal behalve voor de kwaliteit zeker ook bevorderlijk zijn voor de cohesie binnen de vereniging. De VZV zal op die manier veel meer voor haar leden kunnen betekenen. Als het daarnaast ook zou lukken -- eveneens in het kader van de permanente educatie -- het mentoraat van de grond te krijgen, ontstaat een wisselwerking tussen vereniging en leden die onzes inziens voor alle betrokkenen alleen maar voordelen heeft.

Rest nog de vraag hoe aan deze verplichting gestalte moet worden gegeven. Dit is echter geen principiële, maar een praktische vraag.

Commissie permanente educatie
educatie@vzv.info

Inhoud

Professionaliteit en kwaliteit
Heeft de VZV sancties als stok achter de deur nodig om haar leden te stimuleren tot permanente educatie, zoals het bestuur voorstelt?

VZV-ers hebben een entreetoets doorstaan en zijn door hun degelijke opleiding, hun meestal lange ervaring en dito zelfstandigheid per definitie professionals. Zouden ze dat niet zijn, dan waren ze allang bijgeschreven bij de stoet der gefailleerden. Het grenst daarom aan vermetelheid om in het VZV-Bulletin, dus onder gelijken, over professionaliteit en kwaliteit te praten. We melden ons hier dan ook zeker niet zonder schroom en in de zekerheid, een aantal open deuren in te trappen. Maar goed, we zijn gevraagd, en laten we het er dan toch maar op wagen.

Bij professionaliteit gaat het om een combinatie van karaktereigenschappen en vaardigheden van de persoon zelf en van de hulpmiddelen die hem of haar ten dienste staan. Als daarin niet is voorzien, is er sprake van amateurisme.

Tot de belangrijkste karaktereigenschappen behoren:

Ten eerste een permanente nieuwsgierigheid waarmee men zich permanent bijschoolt. Deze nieuwsgierigheid betreft alle ontwikkelingen in praktisch het gehele spectrum van menselijke bedrijvigheid: maatschappij, techniek, economie, recht, geneeskunde, literatuur, religie, filosofie, enzovoort, en dat in principe onafhankelijk van het vakgebied waarop we ons (eventueel zelfs heel diep) als vertaler bewegen. Je kunt nooit genoeg weten om vanuit een zo breed mogelijk perspectief samenhangen te herkennen en verbanden te leggen die bij het vertalen vroeger of later zeker van pas komen. Daarnaast is nieuwsgierigheid nodig om nieuwe technische ontwikkelingen te kunnen volgen.

Ten tweede een goede kennis van de eigen grenzen, het vermogen om onmiddellijk te herkennen waar onze grenzen liggen wat betreft kennis, inzicht, beschikbare tijd en middelen, teneinde optimale kwaliteit te kunnen waarborgen. De correcte reactie bij de grenspost hoort dan ook te zijn: Ik roep hulp in (adviseurs, collega's, de klant zelf) of, als het echt te "machtig" wordt: Ik neem de opdracht niet aan (geef hem desnoods halverwege terug) en verwijs de klant netjes door.

Hiermee hangt samen de creativiteit die ons als professionele vertalers kenmerkt. Er is soms veel creativiteit nodig om oplossingen voor vertaalproblemen te vinden. Als er via zoeken in onze eigen naslag, op Internet, in de bibliotheek, bij collega's of bij de opdrachtgever geen rechtstreekse oplossing komt, waar vinden we dan nog iemand die de oplossing naderbij brengt? Soms vind je op een webpagina de naam van een auteur op het bewuste vakgebied of van een firma, met telefoonnummer, of biedt een webpagina de mogelijkheid om vragen te stellen. Ook is er creativiteit nodig om achter de tekst te kijken. Bij een (bewust) verhullend opgestelde tekst moet je wel kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld.

Zelfdiscipline helpt ons de terminologie van een tekst van begin tot eind vast te houden, zelfs als de auteur zelf niet consistent is in zijn terminologie. Zelfdiscipline is ook nodig om de opdracht op tijd af te leveren. Niets is fnuikender voor de professionaliteit dan bij de opdrachtgever om respijt te moeten vragen. Zonder zelfdiscipline kun je niet professioneel werken. We moeten consistent aan een tekst werken en daarbij alert blijven (en wanneer de aandacht verslapt en de kwaliteit in het geding zou kunnen komen, is het tijd om de accu weer op te laden, wat ieder op eigen wijze doet).

Er is nog een ander onderscheid mogelijk, namelijk dat van de interne versus de externe professionaliteit die kan worden aangeleerd.

Intern heeft de professionele vertaler zijn zaakjes perfect in orde. Hij* houdt zijn gereedschap geslepen en pico bello.

  • Hij heeft een extreem goede kennis van de eigen doeltaal. We achten dit nog belangrijker dan de kennis van de brontaal. Uiteraard heb je een zeer goede opleiding (ten minste HBO) en een goed taalgevoel, een goed inzicht in de grammatica (zinsontleding!) en kun je de spellingsregels goed toepassen (juist in een tijd met spellingscontrole);
  • Hij houdt zijn woordenkennis in de werktalen goed bij (kranten, tv, tijdschriften, moderne vakinhoudelijke literatuur, internet, reizen, cursussen, beursbezoek);
  • Hij heeft zijn boekhouding op orde, heeft op elk moment alle gevraagde informatie paraat en ziet de belastingcontrole met een gerust hart tegemoet;
  • Hij hanteert een goede tijdsplanning waarin ook enige reserve aanwezig is voor onvoorziene gebeurtenissen;
  • Hij heeft zich voldoende verzekerd (arbeidsongeschiktheid, pensioen, wettelijke aansprakelijkheid, bedrijfsinventaris en eventueel beroepsaansprakelijkheid);
  • Hij kent zijn computer voldoende om de werkzaamheden goed te kunnen verrichten. Hij zorgt voor een deugdelijke virusbestrijding. Daar waar hij bij het beheer van de computer op problemen stuit die hij niet zelf kan oplossen, heeft hij een goede systeembeheerder achter de hand die op afroep kan bijspringen;
  • Hij maakt frequent en nauwgezet backups van zijn gehele systeem en geeft die buitenshuis in bewaring;
  • Hij beschikt over een adequaat beheersysteem voor zijn opdrachten (overzichtelijke nummering en/of naamgeving, ordening op de harde schijf).

Maar ook extern laat hij zich niet kennen.

  • Hij is een serieus ondernemer, zonder de valse bescheidenheid van de "partner van ..." die op een zolderkamertje op een oude PC ook iets probeert te verdienen. Als dit laatste wel zo is, laat hij dat de klant niet merken of vermoeden!
  • Hij is een gevestigde dienstverlener, met een status die niet zo heel veel lager ligt dan die van een advocaat of technisch adviseur.
  • Hij ziet zichzelf in de eerste plaats als ondernemer, niet zozeer als freelancer en kan dit onderscheid goed onderkennen.
  • Hij toetst de eigen werkwijze aan passende normen (bijvoorbeeld DIN 2345).
  • Hij weet wat zijn werk waard is. Zijn tarieven liggen boven het gemiddelde zoals dat uit enquêtes in Nederland naar voren komt. Hij werkt dus niet onder de prijs, omdat hij niet op die manier met collega's wil concurreren.
  • Hij heeft voldoende kennis van bedrijfsvoering, belastingen, boekhouding, bankieren, incasso en recht dat hij met de desbetreffende adviseurs op niveau kan praten.
  • Hij heeft een BTW-nummer. De inschrijving bij de Kamer van Koophandel, hoewel niet verplicht, is een pre.
  • Hij hanteert goede algemene leveringsvoorwaarden; als hij eigen voorwaarden hanteert, zijn deze gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel of bij de griffie van de Rechtbank.
  • Zijn facturen voldoen aan alle vormvereisten van de Belastingdienst en, mocht het zover komen, van de rechter.
  • Hij beschikt over telebankieren.
  • Een correcte en voldoende informatieve e-mail standaard handtekening is een pre.
  • Hij doet geregeld aan betaalde of onbetaalde collegiale toetsing (= wederzijds corrigeren van/overleggen over werk).
  • Eventuele onderaannemers betaalt hij stipt, uiterlijk binnen de gestelde betalingstermijn, onafhankelijk van de ontvangst van de betaling van de opdrachtgever, want dat is zijn risico.
  • Hij is goed bereikbaar, met gebruikmaking van doorschakelen van de vaste lijn naar mobiel of eventueel het gebruik van het antwoordapparaat.
  • Hij laat geen vertrouwelijke informatie los over de inhoud van zijn werk (ook niet onder collega's behalve in het kader van de genoemde collegiale toetsing), want dat is per definitie fnuikend voor de professionaliteit.
  • Als hij als bureau optreedt, uit hij zich schriftelijk (offertes, E-mail) in principe in het meervoud, en hanteert hij een doordacht logo en een consequente huisstijl, stelt hij eisen bij de selectie van onderaannemers en heeft hij de zorg over uitbesteed werk.

We hebben hiermee een inventarisatie willen maken, die zeker nog kan worden uitgebreid. Ook is duidelijk dat niet alle aspecten voor iedereen een even zwaar accent hebben. Zo zal de één (CB) zich werpen op de nieuwe elektronische technieken en zich daarin uitleven, en verzamelt de ander (AdJ) naslagwerken en moet hij het ruimtegebrek onder ogen zien dat daarvan het onvermijdelijke gevolg is.

De leden van de VZV, allemaal professionals, houden van hun vak en doen uit zichzelf wat nodig is om het glans te geven. Er is dan ook geen autoriteit nodig die over hen oordeelt. Verplichte permanente educatie met sancties, zoals die momenteel in de VZV is voorgesteld, past hier absoluut niet in. De ideeën om punten te verzamelen en sancties uit te delen die uiteindelijk in een royement kunnen uitmonden, staan haaks op de kwaliteit van de leden van de VZV.

Kortom, de VZV is een vereniging van mensen, die gedegen, serieus, professioneel en zakelijk met hun vak bezig zijn en dat ook uitstralen. Alleen professionele vertalers zullen zich hier op hun plaats voelen.

* De "hij" is vaak een "zij".

Arie de Jong
Christoph Bouthillier

Inhoud

Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal op cd-rom in nieuwe abonnementsversie 1.2
In maart 2001 verscheen een eerste recensie van mijn hand over de "dikke" Van Dale op cd-rom. Die betrof "plusversie 1.0". Nu, bijna twee jaar later, ligt er een nieuwe versie, "plusversie 1.2A", op de redactietafel. Misschien bent u, net als ik, benieuwd naar wat er veranderd c.q. verbeterd is ten opzichte van de eerste versie? Wat er in ieder geval anders is, is de verkoopstrategie. Was de oude versie verkrijgbaar als "basisversie" en als "plusversie", de nieuwe plusversie is slechts als abonnement verkrijgbaar. Betrof mijn grootste punt van kritiek in 2001 de prijs, met NLG 582,-- voor de plusversie bijna twee keer zo duur als de gedrukte versie, deze nieuwe abonnementsversie kost in aanvang "slechts" EUR 99,-- en is daarmee terecht een stuk goedkoper. Het venijn zit zoals altijd in de staart. Wilt u gebruik blijven maken van uw cd-rom -- en op de hoogte blijven van vernieuwingen op NL-taalgebied --, dan zult u daarna elk jaar EUR 45,-- moeten neertellen, want na eind december houdt hij gewoon op! Voorlopig blijft de oude basisversie leverbaar voor EUR 159,--, dezelfde prijs als de gedrukte Van Dale, en de oude plusversie voor EUR 267,50. Net als "Big Brother" Bill Gates, ziet Van Dale kans hiermee iets van de prijsdalingen op hardwarevlak via de software te compenseren.

Hoewel het programma in hoofdlijnen onveranderd is gebleven, zijn er wel verschillen tussen de oude en de nieuwe versie. De nieuwe versie bevat bijvoorbeeld een "relatievoordeel": als u zich hiervoor aanmeldt, krijgt u voortaan (niet nader gespecificeerde) informatie en voordeeltjes van Van Dale. De handleiding, nu slechts in digitale vorm toegankelijk, bevat ook een aantal extra's. Zo zijn er "taalwenken" -- een soort taalweetjes -- die desgewenst aan het begin van elke sessie te voorschijn komen. Ontleend aan de gedrukte versie is er nu uitgebreide informatie over de (nieuwe) spelling van het Nederlands, over het genussysteem (kort gezegd: hij-, zij-, de- en het-woorden) en over de Nederlandse en Belgische titulatuur. Potentieel het meest interessant zijn twee bijlagen met nieuwe woorden. De ene bijlage is getiteld "Taal van het jaar nul", de andere "Taal van het jaar een". In tegenstelling tot wat eerstgenoemde titel misschien doet vermoeden, bevatten deze bijlagen nieuwe fenomenen op het woordfront, zoals "ballonspringen" (uit het jaar 2000), "11 september" en "Balkansyndroom" (uit het jaar 2001). Nog verrassender -- en daarom zeg ik "potentieel" het meest interessant -- is dat deze nieuwe uitdrukkingen niet in het lexicon van de trefwoordenlijst zijn geïntegreerd en daardoor sterk minder bruikbaar zijn. Aan hetzelfde euvel lijdt de "Lijst namen oudheid en bijbel". Bij de gedrukte versie was dit nog enigszins begrijpelijk, maar ten aanzien van deze anders zo gemakkelijk doorzoekbare digitale vorm is dit toch jammer. Misschien is dit iets voor versie 2.0.

Van minder belang maar ook nieuw zijn een vrouwelijke (computer)stem in plaats van een mannelijke bij de uitspraak van woorden en een "Rondleiding", een voor digibeten handige inleiding in het gebruik van het programma door middel van simpele oefeningen en grafische voorbeelden. Zelf vond ik de uitgebreide gedrukte handleiding van de eerste versie mooier, maar digitaal is wel zo praktisch en uiteraard drukt dit ook de kosten. De abonnementsversie is sowieso minder mooi uitgegeven dan de soloversie en wordt geleverd in een DVD-doos, de nu bijna standaard verpakkingsvorm voor cd-roms. In deze tijd waarin cd-roms gebruiksvoorwerp zijn geworden in plaats van iets kostbaars en exotisch, is dat eigenlijk maar goed ook.

Twee kleinigheden wil ik u niet onthouden. Voor degenen onder u die de eerste versie hebben aangeschaft en zich sindsdien mateloos geërgerd hebben aan de noodzaak elke drie maanden de cd-rom ter validatie uit zijn zorgvuldig opgeborgen hoes te halen en in de computer te stoppen, is het nieuwtje dat deze eis blijkbaar is vervallen. De tweede kleinigheid betreft het volgende. De vorige keer heb ik mij nog beklaagd over het feit dat het onmogelijk was een nieuw woord in het "lijstenvenster" in te voeren zonder eerst het oude te verwijderen. Dit heb ik toentertijd aan de technische staf van Van Dale voorgelegd. Ik kreeg een keurige brief terug waarin men mij attendeerde op het alternatief waarbij met een druk op de Escape-toets het invoervenster wordt leeggemaakt. En inderdaad, dit werkt feilloos. In de brief stond zelfs letterlijk: "Wellicht was u nog niet op de hoogte van deze functionaliteit." Heel goed opgemerkt. Ik heb het nog nagekeken, maar deze eenvoudige toetsencombinatie stond toen inderdaad niet in de lange reeks "sneltoetsen" genoemd. Wat mij echter verbaast, is dat deze onmisbare functionaliteit nog steeds nergens wordt vermeld.

Mede gezien het feit dat deze cd-rom telkens voor slechts een jaar bruikbaar is, is het de vraag wat de toegevoegde waarde is van deze "nieuwe" versie van de dikke Van Dale op cd-rom. Als je geen prijs stelt op de (vele) toeters en bellen, is de (oude) basisversie nog steeds handiger dan de gedrukte versie. Wil je wel de toeters en bellen, dan is er nog de keuze tussen veel geld ineens of veel geld gespreid uitgeven. Vooral voor die al dan niet professionele "woordenkrakers" (of "woordenaars", als je de Van Dale moet geloven, bijvoorbeeld fervente scrabbelaars en dichters), die echt het allerlaatste op NL-taalgebied in huis willen hebben, is deze versie aan te bevelen. Nog niet volmaakt, getuige het gebrek aan integratie van het gehele lexicon, maar in een eigentijdse verpakking een geschenk voor iedereen die ruimte op de boekenplank wil uitsparen en een niet al te oude pc bezit.

Harold Alexander

Inhoud

Klare taal
"Je hebt het niet altijd voor het uitzoeken. Ook bij slecht weer wordt er gevoetbald." Dit zei onze demissionaire minister-president onlangs als reactie op de vraag of zijn leiderschap niet te lijden had onder de slechte indruk die zijn collega Nawijn maakte. Jan Peter Balkenende was blijkbaar bang dat het zonder meer lanceren van de sportanalogie op onbegrip bij de luisteraar zou stuiten en daarom was hij zo vriendelijk de eenvoudige, maar in de context bepaald niet overduidelijke, zin te voorzien van een korte uitleg. Iets dergelijks doet Van Dale ook, in het onlangs in de reeks "Bladwijzers" verschenen boekje "Klare taal".

Het Nederlands is, zoals waarschijnlijk alle natuurlijke talen, rijkelijk voorzien van uitdrukkingen en gezegden die de minder geoefende passieve gebruiker op het verkeerde been kunnen zetten (Klare taal: "iemand een verkeerde indruk van iets geven waardoor hij een verkeerde conclusie trekt"). Van die mogelijkheden wordt ook gretig gebruik gemaakt, al is het maar om een dor onderwerp nog enig cachet ("voornaamheid, allure, meer stijl, iets bijzonders") te geven.

Aan het gebruik van zulke uitdrukkingen en gezegden kleven enkele bezwaren. Zoals hierboven al aangegeven, kan het gebeuren dat de lezer of luisteraar de uitdrukking niet kent en daardoor niet begrijpt wat er wordt betoogd. Omgekeerd snijdt ook de spreker of schrijver zich wel eens in de vingers wanneer de oorsprong van de uitdrukking onduidelijk is, waardoor deze verbasterd of verkeerd gebruikt wordt. Zo wordt "het scherp van de snede" vaak "het scherpst van de snede" en worden de uitdrukkingen "geen been zien in iets" en "geen heil zien in iets" nogal eens met elkaar verward. Kortom, men heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt.

Voor dergelijke gevallen is "Klare taal" bedoeld. In een bestek van driehonderd bladzijden worden zo'n zevenduizend veelgebruikte uitdrukkingen en gezegden ten tonele gevoerd (deze ontbreekt trouwens, net als dat bestek aan het begin van de zin) en van een vlotte uitleg voorzien, waar nodig met commentaar op het gebruik. Hierbij onderscheidt "Klare taal" zich van de meeste "klassieke" woordenboeken. De uitleg is namelijk lekker vlot geschreven. Geen hoogdravende definities, geen onmogelijke afkortingen, geen ingewikkelde zinsconstructies, gewoon rechttoe rechtaan, modern Nederlands. Klare taal dus. Het geheel is bovendien mooi vormgegeven, met duidelijk (zij het klein) zetsel op goed papier in een stijlvolle band. Al met al een fraai boekwerkje dat het ook als (relatie)geschenk goed zal doen.

Als er al iets op het geheel valt af te dingen, dan is het misschien wel dat er bij de uitleg van de uitdrukkingen met geen woord wordt gerept over de herkomst. Zo is het mooi om te kunnen lezen dat "geen geld, geen Zwitsers" betekent dat wie ergens niets voor over heeft ook geen eisen kan stellen, maar een korte verwijzing naar de vroegere reputatie van de Zwitsers als huursoldaten zou toch leuk zijn en bovendien bijdragen tot het begrip en daarmee het juiste gebruik van de uitdrukking. Goed, die aanvullende uitleg is ongetwijfeld te vinden in het veel omvangrijkere "Van Dale Idioomwoordenboek" uit 1999 dat de basis voor dit boekje vormt. Bovendien was het streven om van "Klare taal" een beknopte gids te maken en in die opzet is Van Dale uitstekend geslaagd. Toch vraag ik me af of een volgende editie niet een tikje dikker kan worden om plaats te bieden aan dat beetje taalgeschiedenis, zeg maar de krenten in de pap. En wie weet zullen we "ook bij slecht weer wordt er gevoetbald" tegen die tijd tussen de andere uitdrukkingen vinden.

Van Dale, Klare taal
2002, Van Dale Lexicografie, Utrecht
ISBN 90-6648-994-4
EUR 19,90

Marcus de Geus

Inhoud

Business tip
Debiteurenboete gaat in op 1 december 2002

Per 1 december mogen ondernemers een hoge wettelijke rente van 10,25% berekenen wanneer de debiteur te laat betaalt. Dit is een uitvloeisel van een Europese richtlijn. Aanleiding voor de nieuwe wetgeving is het slechte betalingsgedrag in heel Europa. Gemiddeld wordt 43% van de Europese betalingen te laat overgemaakt.
De Kamerkrant heeft vorige maand reeds bericht dat deze Europese richtlijn opgenomen zou worden in Nederlandse wetgeving. Nu dit gebeurd is, kan iedere ondernemer per 1 december gebruikmaken van de mogelijkheden van deze wet.
De wettelijke rente die mag worden berekend is de "basisherfinancieringsrente" van de Europese Bank (nu 3,25%) plus zeven procent boete. Rekeningen moeten binnen dertig dagen na de factuurdatum of de afleverdatum zijn voldaan.
Bedrijven mogen hun afnemers direct na het verstrijken van de betalingstermijn de hogere wettelijke rente berekenen. De nieuwe regeling geldt alleen voor business-to-business contracten en contracten met de overheid. Particulieren blijven buiten schot.

Voor meer informatie over betalingsvoorwaarden zie www.kvk.nl/betalingsvoorwaarden.

Bron: Kamerkrant voor ondernemend Gooi- en Eemland, november 2002

Inhoud

Ledenmutatie
Anneke de Haan-Couzy heeft haar lidmaatschap met onmiddellijke ingang opgezegd.

Inhoud

Uitgelezen
"Van cao tot vut"; Teamwork organiseert in samenwerking met vereniging SIGV, Gerechtstolken & Juridisch vertalers, de nascholingscursus vertalen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en personeelszaken, vrijdag 14 / vrijdag 21 februari 2003 te Utrecht. Meer informatie kunt u aanvragen per E-mail tonyparr@wxs.nl of mlemmens@wxs.nl, telefonisch 043-3622045 of per fax 043-3622103.

Onder de titel "The unsung heroes of poetry" publiceerde The Guardian op 2002-11-23 een (Engelstalig) artikel waarin Daniel Weissbort betoogt dat vertalers meer lof verdienen dan ze doorgaans toegezwaaid krijgen. Zelfs zijn voorstel om een Nobelprijs voor literaire vertalingen in te stellen lijkt niet helemaal als grap bedoeld: books.guardian.co.uk/review/story/0,12084,844907,00.html. Met dank aan Margaret Clegg.

Pinkhof Medische spellingcontrole; spellingfunctie met 125.000 medische vaktermen. Bohn Stafleu Van Loghum. Postbus 246, 3990 GA Houten, tel. 030-6383736, fax 030-6383839, internet www.bsl.nl.

Julie T. Lusk, "Yoga achter je bureau", 2001, Sirene, Amsterdam, ISBN 9058310809, EUR 12,95. De oorspronkelijke titel is "Desktop Yoga: The Anytime, Anywhere Relaxation Program for Office Slaves, Internet Addicts, and Stressed-Out Students", 1998.

Inhoud

Oproep
Zoals aan het begin aangekondigd, is er achter de schermen hard gewerkt om dit bulletin tot stand te brengen. Wij stellen het zeer op prijs dat het bulletin vooral gevuld is met eigen bijdragen van de leden. Ook u kunt ons daarbij helpen. Als u zelf iets leest, hoort of ontvangt waarvan u denkt dat dat ook voor andere VZV-ers interessant kan zijn, laat u ons dat alstublieft weten. Misschien valt daar een artikel, recensie of kort bericht uit te destilleren. Hou daarbij wel de hieronder vermelde richtlijnen voor het aanleveren van kopij in gedachten.

Ter redactie is overigens nog een recensie-exemplaar beschikbaar van MOT GlobalDix, een elektronisch woordenboek in 21 talen van (wederom) Van Dale Lexicografie. Dit exemplaar kunnen wij doen toekomen aan degene die deze uitgave voor het volgende bulletin wil recenseren. Als u eerst meer informatie wenst, vraagt u dan het desbetreffende persbericht even bij ons op.

De redactie
bulletin@vzv.info

Inhoud

Vers van de pers
Via de website van de International Federation of Translators kunt u protesteren tegen de voorgenomen sluiting van Eurodicautom voor het grote publiek: www.fit-ift.org/petition.html.

Inhoud

Kopij
Sluitingsdata

Bulletin 2003-1: 15 maart 2003
Bulletin 2003-2: 15 juni 2003

Uw bijdragen voor deze bulletins graag naar bulletin@vzv.info.
Aan dit adres zijn de E-mailadressen van alle redacteuren gekoppeld. Wij verzoeken u geen kopij aan de individuele redacteuren toe te sturen.

Indien u uit andere bladen afkomstige kopij aanlevert, wilt u dan de volledige bron vermelden en aangeven of u reeds toestemming voor publicatie heeft ontvangen?
Wij verzoeken u de kopij zoveel mogelijk als tekstbestand aan te leveren en ons geen gescande documenten toe te sturen.
De naam van de auteur of de commissie graag onder het artikel plaatsen.

Inhoud

Colofon
Het Bulletin is een periodieke uitgave van de
Vereniging Zelfstandige Vertalers.

Algemene correspondentie:

VZV
Leidsestraat 14 - 2182 DN Hillegom
tel. 0252 527660 - fax 0252 531064
info@vzv.info

Het bestuur van de VZV bestaat uit:

Kath Starsmore, voorzitter
Marisa Latorre Lainez, secretaris
Albert van Veghel, penningmeester
Kristof Stachowski, toelating nieuwe leden
Hugh Quigley, MetaCom en algemene zaken

Berichten aan het bestuur:
bestuur@vzv.info

Berichten aan de redactie van het Bulletin:
bulletin@vzv.info

Berichten aan de commissie permanente educatie:
educatie@vzv.info

Berichten aan de commissie publiciteit:
publiciteit@vzv.info

Berichten aan de IT-commissie (beheer webstek en adresgegevens):
it-commissie@vzv.info

Berichten van leden aan leden:
leden@vzv.info

Voor meer informatie over de VZV:
www.vzv.info

Inhoud