Jaargang 15, nr. 2 - juni 2004

Inhoud
  1. Van de redactie
  2. Van het bestuur
  3. Voorstel wet gerechtstolk en beëdigd vertaler
  4. Regeling reprorecht bedrijfsleven
  5. Komkommertijd
  6. Ledenregister
  7. Sluitingsdata kopij
  8. Colofon

Van de redactie
Voor dit zomernummer is er weinig of geen kopij ter redactie binnengekomen. Betekent dit dat het komkommertijd* is in vertalersland? Of is daar juist in het geheel geen sprake van? Het bestuur pakt uit met een fikse bijlage in de vorm van het concept-wetsvoorstel voor de Wet gerechtstolk en beëdigd vertaler, waardoor dit nummer toch nog vrij lijvig is geworden. Wij spreken de hoop uit dat u allen zult reageren op het verzoek van het bestuur en dat wij de resultaten daarvan in een volgend bulletin kunnen melden. Wij wensen u nuttige en aangename studieuurtjes toe bij het doornemen van dit "zomerse" nummer. Volgende keer hopelijk weer een wat gevarieerder bulletin.

Een zonnige zomer toegewenst.

Harold Alexander
Nelly Eijgenraam
Marcus de Geus

bulletin@vzv.info

* Komkommertijd
"Komkommertijd is een periode van het jaar dat er, omdat politici en vele anderen op vakantie zijn, weinig nieuws te melden is.
Het woord is afkomstig uit de landbouw. In de zomerperiode worden alle komkommers die niet in kassen maar op de koude grond worden gekweekt ongeveer tegelijk rijp en moeten ze van het land gehaald worden. Door de enorme aanvoer van komkommers daalt de prijs van de komkommers dramatisch.
Bij gebrek aan andere nieuws schrijven de dagbladen in deze periode over de prijs van de komkommers. Op de voorpagina's verschijnen foto's van de boer die de grootste komkommer heeft gekweekt, breed grijnzend met zijn gigantische product. Vanaf eind twintigste eeuw is echter niet de grootste komkommer veelal in het nieuws van lokale nieuwsbladen, maar eerder de grootste pompoen.
In de serieuzere kranten verschijnen in deze periode berichten over kleine diefstallen en andere voorvallen, die in de rest van het jaar nooit gepubliceerd zouden worden. Bovendien zijn de kranten gedurende deze tijd dunner dan normaal. De weinige sportevenementen, zoals de Tour de France worden breed behandeld. Niet alleen in de kranten, maar ook op radio en televisie. Heeft de Tour de France echter een rustdag, dan kan het voorkomen dat tijdens prime time zelfs de uitzending van de vorige dag wordt herhaald.
De televisie vertoont in deze periode geen nieuwe series en de gebruikelijke soapseries zijn met een cliffhanger tijdelijk gestopt. Eventueel worden oude films herhaald."

Bron: nl.wikipedia.org
Redactie: Mocht u meer willen weten over andere woorden en begrippen uit dit artikel, dan kunt u deze web-encyclopedie raadplegen.

Inhoud

Van het bestuur
Deze keer is "the captain of the VZV" vanwege het werk niet in staat om het bestuursstukje te schrijven. Vandaar dat u hier nu een paar woorden van de "toelatingsambtenaar van de VZV" aantreft.

We zijn nu als vertalers bezig ons brood te verdienen in een Europese markt van ruim 450.000.000 inwoners. Talloze mogelijkheden dienen zich aan, maar helaas zijn er ook valkuilen.

Een van de valkuilen kan zijn de Nederlandse Wet gerechtstolk en beëdigd vertaler. Een tekstversie daarvan vindt u hieronder. De wet lijkt op het eerste gezicht redelijk, maar een geoefende en kritische lezer vindt vast en zeker zaken die niet goed of niet eenduidig zijn geregeld. Daarom nodigt het bestuur iedereen uit om het wetsvoorstel aandachtig te bestuderen en reacties aan het bestuur te sturen, zodat wij als VZV onze mening bij de wetgever kenbaar kunnen maken.

Het zou heel leerzaam kunnen zijn te weten hoe de wetgeving omtrent beëdigde vertalers en/of tolken eruit ziet in de landen waar onze beëdigde vertalingen worden afgenomen. Het bestuur verzoekt alle leden de wetgeving van de desbetreffende landen te bekijken en ontvangt graag alle (al dan niet exotische) bijzonderheden.

Ik verwelkom Anneke de Haan-Couzy die na een korte periode van afwezigheid weer lid is geworden van onze vereniging, alsmede Heleen Gelick die toegelaten is als gewoon lid voor de talencombinatie Frans-Nederlands en als aspirant-lid voor Nederlands-Frans.

Kristof Stachowski

Inhoud

Voorstel wet gerechtstolk en beëdigd vertaler
Concept wetsvoorstel houdende het stellen van regels ten aanzien van de beëdiging, de kwaliteit en de integriteit van beëdigd vertalers en van tolken die werkzaam zijn binnen het domein van Justitie en Politie (Wet gerechtstolk en beëdigd vertaler).

VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bij wet voor tolken en vertalers die werkzaam zijn binnen het domein van Justitie en Politie te komen tot regelgeving ten aanzien van de beëdiging, de integriteit en de kwaliteit;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-GeneraaI, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK I BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
a. beëdigd vertaler: de vertaler bedoeld in artikel 12 van deze wet;
b. gerechtstolk: de tolk bedoeld in artikel 12 van deze wet;
c. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
d. register: het landelijk register ingesteld overeenkomstig artikel 2 van deze wet;
e. tolk: de tolk bedoeld in artikel 4 van deze wet;
f. vertaler: de vertaler bedoeld in artikel 4 van deze wet.

HOOFDSTUK II LANDELIJK REGISTER

Artikel 2

1. Er is een landelijk register voor gerechtstolken en beëdigd vertalers.
2. Het register wordt beheerd door Onze Minister.

Artikel 3

1. Onze Minister stelt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur eisen ten aanzien van het landelijk register.
2. De eisen bedoeld in het eerste lid, hebben in elk geval betrekking op de inhoud van en de inschrijving in het landelijk register.

Artikel 4

1. Een tolk of een vertaler die voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 3, kan Onze Minister schriftelijk verzoeken om inschrijving in het landelijk register.
2. Gelijktijdig met de aanvraag tot inschrijving als bedoeld in het eerste lid, legt de tolk of vertaler een verklaring omtrent het gedrag over, afgegeven volgens de Wet Justitiële gegevens.
3. In afwijking van het tweede lid legt een tolk of vertaler die niet of minder dan vijf jaar in Nederland woonachtig is een integriteitsverklaring over die is afgegeven door een onafhankelijke instantie uit het land van herkomst.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bedrag dat bij de behandeling van de aanvraag verschuldigd is, alsmede over de wijze van indiening van de aanvraag en de daarbij te verstrekken gegevens of bescheiden nodig voor de beoordeling van de aanvraag.
5. Onze Minister is bevoegd op de aanvraag tot inschrijving in het landelijk register te beslissen.

Artikel 5

De tolk of vertaler die is ingeschreven in het landelijk register ontvangt een bewijs van inschrijving.

Artikel 6

Inschrijving wordt geweigerd indien:
a. De aanvrager niet voldoet aan de in artikel 3, eerste lid, bedoelde eisen;
b. de aanvrager niet voldoet aan het vereisten genoemd in artikel 4, tweede, derde en vierde lid;
c. de aanvrager geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel niet gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten;
d. de aanvrager ingevolge een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld wegens geestelijke stoornis;
e. een op grond van deze wet jegens de aanvrager genomen maatregel zich daartegen verzet.

Artikel 7

1. In afwijking van artikel 6, onder a, wordt een tolk of vertaler die niet voldoet aan de ter zake van de bij of krachtens deze wet gestelde eisen, ingeschreven indien:
a. hij in het buitenland een door Onze Minister aangewezen getuigschrift heeft verkregen dat geldt als bewijs van een verworven vakbekwaamheid die geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit het voldoen aan de in artikel 6, eerste lid, bedoelde eisen mag worden afgeleid;
b. indien Onze Minister, gelet op een door de betrokkene in het buitenland verkregen getuigschrift, hem op aanvraag een verklaring heeft afgegeven, inhoudende dat tegen zijn inschrijving in het register voor wat zijn vakbekwaamheid betreft geen bedenkingen bestaan;
c. indien aan hem ten aanzien van het betrokken beroep een EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's dan wel in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen is afgegeven.
2. Onze Minister stelt een commissie van deskundigen in, die tot taak heeft hem op zijn verzoek of uit eigen beweging van advies te dienen inzake de toepassing van dit artikel en ten aanzien van het afgeven van een EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's dan wel in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen.
3. Van een besluit krachtens het eerste lid, onder a, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 8

1. De inschrijving geschiedt voor een periode van vijf jaar. Na afloop van de periode kan de inschrijving op aanvraag van de gerechtstolk dan wel de beëdigd vertaler telkens met vijf jaar worden verlengd.
2. Om voor verlenging in aanmerking te komen dient de gerechtstolk of de beëdigd vertaler een recente verklaring omtrent het gedrag te overleggen en aan te tonen dat hij de noodzakelijke kennis heeft bijgehouden en in de afgelopen periode als tolk of vertaler heeft gewerkt.

HOOFDSTUK III DE BEËDIGING ALS GERECHTSTOLK OF BEËDIGD VERTALER

Artikel 9

1. De tolk en de vertaler leggen binnen twee maanden na inschrijving in het register de eed of belofte af ten overstaan van de rechtbank van het arrondissement waarbinnen hun woonplaats is gelegen.
2. Om te kunnen worden beëdigd dient de tolk danwel de vertaler een bewijs van inschrijving in het landelijk register te overleggen.
3. Indien een tolk of vertaler niet binnen twee maanden na inschrijving is beëdigd, vervalt de inschrijving in het landelijk register.

Artikel 10

1. De tolk legt ter zitting van de rechtbank de navolgende eed of belofte af:
"Ik zweer/beloof dat ik mijn werk als gerechtstolk eerlijk, nauwgezet en onpartijdig zal uitvoeren en mij bij het uitoefenen van de tolkwerkzaamheden zal gedragen zoals een goed gerechtstolk betaamt".
"Ik zweer/beloof dat ik geheimhouding zal betrachten ten aanzien van vertrouwelijke informatie waarvan ik door mijn werk kennis neem".
2. Na het afleggen van de eed of belofte wordt de gerechtstolk een akte uitgereikt houdende zijn toelating als gerechtstolk voor de daarin vermelde taal of talen.

Artikel 11

1. De vertaler legt ter zitting van de rechtbank de navolgende eed of belofte af:
"Ik zweer/beloof dat ik mijn werk als beëdigd vertaler eerlijk, nauwgezet en onpartijdig zal uitvoeren en mij bij de uitoefening van mijn vertaalwerkzaamheden zal gedragen zoals een goed beëdigd vertaler betaamt".
"Ik zweer/beloof dat ik geheimhouding zal betrachten ten aanzien van vertrouwelijke informatie waarvan ik door mijn werk kennis neem".
2. Na het afleggen van de eed of belofte deponeert de beëdigd vertaler zijn handtekening ter griffie van de in het eerste lid bedoelde rechtbank.
3. Na het afleggen van de eed of belofte en het neerleggen van de handtekening wordt de beëdigd vertaler een akte uitgereikt houdende zijn toelating als beëdigd vertaler voor de daarin vermelde taal of talen.

Artikel 12

1. Na overlegging van de akte genoemd in artikel 10, tweede lid, ontvangt de gerechtstolk van Onze Minister een legitimatiebewijs.
2. Na overlegging van de akte genoemd in artikel 11, derde lid, ontvangt de beëdigd vertaler van Onze Minister een legitimatiebewijs.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van het bezit van, de gegevens op en vormgeving van het legitimatiebewijs.

HOOFDSTUK IV KLACHTBEHANDELING EN DOORHALING

Artikel 13

Afdeling 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht is ten aanzien van de gerechtstolk en de beëdigd vertaler van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat een klacht wordt ingediend bij Onze Minister.

Artikel 14

1. De inschrijving in het register kan worden doorgehaald indien:
a. Onze Minister is gebleken van ernstige feiten of omstandigheden die daartoe aanleiding geven; of
b. Indien de ingeschreven gerechtstolk of beëdigd vertaler een aanvraag doet als bedoeld in artikel 8, eerste lid en hij niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 8, tweede lid.
2. De beschikking waaruit de doorhaling bedoeld in het eerste lid, blijkt, bevat de termijn waarvoor de doorhaling geldt.
3. De inschrijving in het register wordt doorgehaald
a. bij overlijden van de ingeschrevene;
b. op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene.

Artikel 15

1. Bij een doorhaling van de inschrijving op grond van artikel 14, eerste lid, onder a of b, verliest de gerechtstolk danwel de beëdigd vertaler de bevoegdheid om als zodanig op te treden gedurende de termijn die is opgenomen in de beschikking.
2. Bij een doorhaling van de inschrijving op grond van artikel 14, derde lid, vervalt de akte van toelating bedoeld in artikel 10, tweede lid, danwel artikel 11, derde lid.

Artikel 16

Onze Minister draagt zorg voor openbare kennisgeving van de doorhaling krachtens het gestelde in artikel 14, eerste lid, onderdeel a en b, het derde lid, onderdeel c, en van het verlies van de bevoegdheid bedoeld in artikel 15, eerste lid en het vervallen van de akte van toelating bedoeld in artikel 15, tweede lid.

HOOFDSTUK V INFORMATIEVERSTREKKING EN AFNAMEPLICHT

Artikel 17

1. Aan de gerechtstolk danwel de beëdigd vertaler wordt op diens verlangen meegedeeld welke gegevens ten aanzien van hem in het register vermeld staan.
2. Aan een ieder die dit verlangt, wordt meegedeeld:
a. of een persoon in het register ingeschreven staat;
b. of de inschrijving van een persoon in het register doorgehaald is;

Artikel 18

1. De door Onze Minister aan te wijzen diensten, de rechterlijke macht in het kader van het strafrecht en het vreemdelingenrecht, de Koninklijke marechausse bij het uitoefenen van de politietaak als bedoeld in artikel 6 van de Politiewet 1993 voor zover deze betrekking heeft op de opsporing van strafbare feiten en de politie bij de opsporing van strafbare feiten, zijn verplicht bij inschakeling van een tolk of een vertaler gebruik te maken van een gerechtstolk of een beëdigd vertaler.
2. Van het eerste lid kan enkel worden afgeweken indien wegens de vereiste spoed een ingeschrevene in het register niet tijdig beschikbaar is of indien het register voor de desbetreffende taal geen ingeschrevene bevat. Indien van het eerste lid wordt afgeweken wordt dit schriftelijk vastgelegd.

HOOFDSTUK VI DE GERECHTSTOLK

Artikel 19

Bij het verrichten van zijn werkzaamheden is de gerechtstolk verplicht zich te legitimeren door middel van het door Onze Minister afgegeven legitimatiebewijs.

Artikel 20

1. Een dienst of instantie als bedoeld in artikel 18, eerste lid, kan indien de bijzondere aard van de werkzaamheden dit vereist, een gerechtstolk verzoeken om voorafgaand aan zijn inzet een recente verklaring omtrent het gedrag te overleggen.
2. De kosten die samenhangen met de aanvraag van de verklaring omtrent het gedrag bedoeld in het eerste lid komen voor rekening van de verzoekende dienst of instantie.
3. Indien een gerechtstolk desgevraagd niet voldoet aan het verzoek bedoeld in het eerste lid, kan de desbetreffende dienst of instantie besluiten de gerechtstolk niet in te schakelen voor de werkzaamheden van bijzondere aard.

HOOFDSTUK VII DE BEËDIGD VERTALER

Artikel 21

1. Een dienst of instantie als bedoeld in artikel 18, eerste lid, kan indien de bijzondere aard van de werkzaamheden dit vereist, een beëdigd vertaler verzoeken om voorafgaand aan zijn inzet een recente verklaring omtrent het gedrag te overleggen.
2. De kosten die samenhangen met de aanvraag van de verklaring omtrent het gedrag bedoeld in het eerste lid komen voor rekening van de verzoekende dienst of instantie.
3. Indien een beëdigd vertaler desgevraagd niet voldoet aan het verzoek bedoeld in het eerste lid, kan de desbetreffende dienst of instantie besluiten de beëdigd vertaler niet in te schakelen voor de werkzaamheden van bijzondere aard.

Artikel 22

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld waaraan de vertaling en de administratie van de beëdigd vertaler dient te voldoen.

Artikel 23

1. Legalisatie van de handtekening van de beëdigd vertaler op de door hem als zodanig uitgegeven stukken geschiedt door de voorzieningenrechter van de rechtbank waar de beëdigd vertaler de eed of belofte heeft afgelegd.
2. Legalisatie van de handtekening van de beëdigd vertaler kan worden verlangd op grond van de wet of door een belanghebbende.

Artikel 24

1. Indien stukken of opgaven, die krachtens wettelijk voorschrift in openbare registers moeten worden ingeschreven, in een vreemde taal zijn gesteld, is het verplicht dat van deze stukken een letterlijke vertaling in het Nederlands wordt bijgevoegd, vervaardigd en voor overeenstemmend verklaard door een voor die taal beëdigd vertaler.
2. In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met een letterlijke vertaling in het Nederlands vervaardigd en voor overeenstemmend verklaard door de notaris voor wie de akte is verleden, indien het een notariële akte in de Friese taal betreft van oprichting van een vereniging of stichting, dan wel houdende de statuten van een dergelijk rechtspersoon. Van een vertaling in het Nederlands kan worden afgezien indien de vereniging of stichting haar werkzaamheden geheel of gedeeltelijk in de provincie Fryslân verricht. Wanneer een belanghebbende die de Friese taal niet machtig is een Nederlandse vertaling wenst van de akten van laatstgenoemde stichtingen of verenigingen, verschaft deze stichting of vereniging een Nederlandse vertaling die door een notaris vervaardigd en voor overeenstemmend verklaard is.
3. De vertalingen worden ingeschreven in plaats van de in de vreemde taal gestelde stukken of opgaven die aan het register blijven gehecht.
4. Het bepaalde in het eerste tot en met derde lid is van toepassing, tenzij bij de wet anders is bepaald.

Artikel 25

In het geval een beëdigd vertaler werkzaamheden verricht bij een instantie bedoeld in artikel 18, eerste lid, is hij verplicht zich te legitimeren door middel van het door Onze Minister afgegeven legitimatiebewijs.

HOOFDSTUK VIII OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 26

1. Personen die op het moment van inwerkingtreding van deze wet werkzaam zijn als beëdigd vertaler worden na overlegging van een verklaring omtrent het gedrag van rechtswege aangemerkt als beëdigd vertaler in de zin van deze wet. Zij worden als zodanig opgenomen in het landelijk register.
2. Indien de personen bedoeld in het eerste lid in aanmerking wensen te komen voor een verlenging van de inschrijving bedoeld in artikel 8, dienen zij te voldoen aan de eisen ten aanzien van de inschrijving bedoeld in artikel 3, eerste lid.

Artikel 27

De Wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde vertalers wordt ingetrokken.

Artikel 28

In artikel 6, eerste lid, van de Registratiewet 1970, vervalt de zinsnede "in de zin van de wet van 6 mei 1878 (Stb. 30)".

Artikel 29

Artikel 11 van de Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer vervalt.

Artikel 30

Deze wet wordt aangehaald als: Wet gerechtstolk en beëdigd vertaler.

Artikel 31

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven,

De Minister van Justitie,
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

Memorie van Toelichting

1. Algemeen

In het maatschappelijk verkeer speelt een goede beheersing van taal een belangrijke rol. Bij juridische procedures is het van groot belang dat beheersing van de taal verzekerd is. Indien een der partijen in een juridische procedure de taal niet beheerst kan dit tot misverstanden leiden die verstrekkende gevolgen kunnen hebben.
In Nederland bevinden zich of arriveren veel personen die de Nederlandse taal niet of slechts in beperkte mate beheersen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan immigranten, vluchtelingen, werknemers uit andere landen en toeristen. Teneinde ervoor te zorgen dat deze personen zich verstaanbaar kunnen maken indien zij betrokken raken bij een juridische procedure, wordt gebruik gemaakt van tolken. Bij het vertalen van stukken die in een andere taal dan het Nederlands zijn gesteld, wordt gebruik gemaakt van vertalers.
Binnen het Nederlandse rechtsbestel spelen de tolken en vertalers een onmisbare rol. De beslissingen die genomen worden in zaken waarbij een tolk of vertaler betrokken is zijn doorgaans (deels) gebaseerd op het werk van de tolk of vertaler. Indien de kwaliteit van de tolk of vertaler onvoldoende gewaarborgd is, kan dit ongewenste gevolgen hebben ten aanzien van de beslissingen die op hun werk gebaseerd zijn. Bij hun werkzaamheden voor justitie (IND, Openbaar Ministerie en de gerechten) en de politie komen deze tolken en vertalers in aanraking met vertrouwelijke gegevens en worden zij geacht een onpartijdige positie in te nemen. De gevolgen indien een tolk of vertaler misbruik maakt van de vertrouwelijke gegevens of indien deze geen onpartijdige positie inneemt zijn doorgaans groot. Het kan ertoe leiden dat een politie- of gerechtelijk onderzoek moet worden stopgezet of dat bijvoorbeeld bij de IND het vluchtverhaal van een asielzoeker onjuist wordt weergegeven met alle gevolgen van dien.
Ondanks de belangrijke rol die tolken en vertalers binnen het rechtsbestel innemen, bevat de wet- en regelgeving nagenoeg geen waarborgen ten aanzien van de kwaliteit en integriteit van deze tolken en vertalers. Vertalers kennen sinds 1878 een wettelijke regeling. Deze regeling de wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde vertalers (Stb. 1878, nr. 30) geeft in de artikelen 1 en 2 een tweetal criteria om in aanmerking te komen voor benoeming tot beëdigd vertaler. Ten eerste betreft het degene die bevoegd is tot het geven van middelbaar onderwijs in vreemde talen (artikel 1). Ten tweede betreft het personen die aan de rechtbank voldoende blijk geven van kennis van de vreemde talen en de Nederlandse taal (artikel 2). De politie, gerechten en bijvoorbeeld de IND zijn echter niet verplicht gebruik te maken van een beëdigd vertaler. Daarnaast lopen de criteria die de gerechten in het kader van het voornoemde artikel 2 hanteren uiteen.
Een wettelijke regeling zoals deze ten aanzien van de kwaliteit wel voor beëdigd vertalers bestaat, is er voor tolken niet. Op 13 september 1989 stelde de minister van Justitie mr. F Korthals Altes de Commissie herijking Wetboek van Strafvordering in. Deze commissie wordt naar haar voorzitter mr. CH.M.J.A. Moons, oud-president van de Hoge Raad, de Commissie Moons genoemd.
Naar aanleiding van het arrest van het EHRM van 19 december 1989, A168, in de zaak Kamasinski en het arrest van het EHRM van 13 mei 1980, A37, in de zaak Artico tegen Italie heeft de toenmalige Minister van Justitie de Commissie Moons verzocht hem te adviseren over de consequenties van deze arresten.
Het arrest in de zaak Kamasinski heeft betrekking op de reikwijdte van het in art. 6, lid 3, sub e EVRM gegarandeerde recht op kosteloze bijstand van een tolk. Het arrest in de zaak Artico tegen Italie heeft betrekking op de verantwoordelijkheid van de Staat voor de kwaliteit van het systeem van rechtsbijstand(de opmerkingen gaan ook op voor het systeem van tolken). Uit beide arresten volgt dat de Staat verantwoordelijk is voor het opzetten en instandhouden van een systeem waarbinnen in strafzaken kosteloze tolkenbijstand is gegarandeerd. Hieruit vloeien ook verantwoordelijkheden voort ten aanzien van de kwaliteit, maar de Staat is niet verantwoordelijk voor elk gebrek dat aan het systeem van tolkenbijstand mocht kleven.
De Commissie Moons heeft in 1991 haar rapport uitgebracht. In het rapport "Tolken en vertalers in strafzaken" bepleit de Commissie Moons in het licht van het Kamasinski-arrest voor de totstandkoming van een wettelijke regeling waarin aan tolken en vertalers die in strafzaken optreden wettelijke kwaliteitseisen worden gesteld.
Het pleidooi van de commissie Moons vond weerklank bij het Nederlands Genootschap voor Tolken en Vertalers (NGTV). Het NGTV heeft in 1992 een wetsvoorstel op de registertolken en registervertalers opgesteld. Het wetsvoorstel is opgebouwd rond een landelijk register.
De Nationale Ombudsman heeft in diverse rapporten de aandacht gevraagd voor de kwaliteit van de tolken. In het zogenoemde tolkenrapport (rapport 95/54 van 13 februari 1995) heeft de Nationale Ombudsman geoordeeld dat het Ministerie van Justitie (IND) maatregelen diende te nemen teneinde de kwaliteit van tolken te waarborgen. Ook in meer recente rapporten van de Nationale Ombudsman wordt deze aanbeveling herhaald (rapport 2002/194).
In reactie op de voorstellen van de Commissie Moons, het wetsvoorstel van de NGTV en de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman heeft de toenmalige Staatssecretaris van Justitie Cohen in februari 1998 een werkgroep tolk- en vertaaldiensten ingesteld. Het rapport van deze werkgroep met de titel "Met recht tolken en vertalen" heeft geleid tot het in gang zetten van een kwaliteitstraject voor tolken en vertalers. Het doel van dit traject is te komen tot een inzet van kwalitatief goede tolken en vertalers door middel van het stellen van uniforme kwaliteitseisen. Teneinde inzichtelijk te maken welke tolken en vertalers aan de uniforme kwaliteitseisen voldoen, is een kwaliteitsregister ingesteld. Dit kwaliteitsregister wordt thans beheerd door de Raad voor rechtsbijstand in Den Bosch.
Om opgenomen te kunnen worden in het kwaliteitsregister heeft een groot aantal tolken en vertalers geïnvesteerd in de kwaliteit via het volgen van cursussen en opleidingen. Tegenover de investeringen in de kwaliteit van een groot aantal tolken en vertalers staat geen afnameverplichting van deze tolken en vertalers door de gerechten, politie en de IND. Het blijft in de praktijk derhalve mogelijk dat deze instanties gebruik blijven maken van tolken en vertalers die niet investeren in het bieden van kwalitatief goede dienstverlening. Dit leidt ertoe dat de stimulans van tolken en vertalers die zich inzetten voor het verbeteren van hun kwaliteit wordt afgeremd.
De huidige wet- en regelgeving kent ten aanzien van tolken geen integriteitsborging. Voor de beëdigd vertaler wordt gebruik gemaakt van de verklaring van goed gedrag (deze verklaring wordt op grond van de Wet justitiele gegevens per 1 april 2004 vervangen door de verklaring omtrent het gedrag). Zoals hiervoor reeds is gesteld is het van groot belang voor alle betrokken partijen dat een tolk of een vertaler integer is. Met het thans voorliggende wetsvoorstel wordt voor tolken en voor vertalers die voor de gerechten, het openbaar ministerie, de politie en de IND optreden een wettelijke uniforme basis geboden voor integriteitsborging. In het navolgende wordt op de integriteitsborging nader ingegaan.
Ook op Europees niveau wordt aandacht geschonken aan de positie van tolken en vertalers. De Europese Commissie heeft begin 2003 het Groenboek "Procedurele waarborgen voor verdachten in strafzaken in de gehele Europese Unie" uitgebracht. Een Groenboek houdt het midden tussen inventarisatie van bepaalde problematiek en beleidsaanbevelingen. In het Groenboek gaat de Commissie vrij uitvoerig in op een bepaald onderdeel van mogelijk te voeren beleid. Een van de elementen van het Groenboek betreft het recht op bijstand van een tolk en vertaling binnen het strafproces. Hierbij heeft de Commissie onder meer de vraag gesteld of het wenselijk is dat lidstaten ertoe moeten worden verplicht nationale registers van gerechtstolken en vertalers op te stellen. De Nederlandse regering heeft hierop de volgende reactie gegeven:
"De Nederlandse regering acht in beginsel het opstellen van een nationaal register van gerechtstolken en -vertalers wel wenselijk. Bij de behandeling van een strafzaak waarin de verdachte de procestaal niet spreekt en begrijpt vormen tolken en vertalers de essentiële schakel in de communicatie tussen politie en justitie enerzijds en de verdachte en zijn advocaat anderzijds. De vervulling van zo'n belangrijke brugfunctie vergt dat minimumeisen (competenties) inzake kennis, vaardigheden en attitude worden vastgesteld en dat een registratie plaatsvindt van degenen die aan deze eisen voldoen. Overigens is het Nederlandse beleid erop gericht dat met ingang van 1 januari 2005 binnen het justitiële domein enkel nog gebruik gemaakt wordt van gecertificeerde tolken en vertalers. Onderdeel van deze certificering vormt kwaliteitsborging door bijvoorbeeld verplichte permanente educatie".
Aangezien zowel voor tolken als vertalers die optreden ten behoeve van de gerechten, het OM, de IND en de politie, vergelijkbare criteria van belang zijn, denk aan opleiding, kwaliteit, integriteit en beschikbaarheid, is, indachtig de aanbevelingen van de Commissie Moons, het NGTV en de Nationale Ombudsman en de ontwikkelingen op Europees vlak, besloten tot het opstellen van het thans voorliggende wetsvoorstel waarin voor zowel tolken als voor vertalers bepalingen zijn opgenomen. Op deze wijze kan de kwaliteit en de integriteit van beëdigd vertalers en van tolken die optreden ten behoeve van diensten van het Ministerie van Justitie, de gerechten en de politie worden gewaarborgd. Het instellen van een landelijk register waarin gerechtstolken en beëdigd vertalers zijn opgenomen die aan kwaliteits- en integriteitscriteria voldoen zal naar verwachting ook ten gunste kunnen komen van bijvoorbeeld juridische dienstverleners en andere bedrijven en instanties. Het nut van een landelijk register blijft derhalve niet beperkt tot het Ministerie van Justitie, de gerechten en de politie.
Het opstellen van dit wetsvoorstel met bepalingen ten aanzien van zowel tolken als vertalers leidt ertoe dat de Wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde vertalers zal worden ingetrokken. In het navolgende wordt op de verschillende onderdelen van het wetsvoorstel puntsgewijs ingegaan.

2. Landelijk register

De kern van dit wetsvoorstel wordt gevormd door een landelijk register. In dit register worden de vertalers en de tolken die aan kwaliteits- en integriteitseisen voldoen op hun verzoek opgenomen. Via dit register kunnen partijen die behoefte hebben aan bijstand van een gerechtstolk danwel een beëdigd vertaler kennis nemen van het beschikbare aanbod. Teneinde de toegankelijkheid van het register te vergroten is het de bedoeling het register onder meer via het internet toegankelijk te maken. Op deze wijze kunnen rechtzoekenden, juridische dienstverleners, instanties belast met opsporing en vervolging en instanties belast met rechtspraak op eenvoudige wijze een gerechtstolk of beëdigd vertaler vinden die aan integriteits- en kwaliteitseisen voldoet.
Gezien het feit dat verstrekking van persoonsgegevens aan regels is gebonden, zal aan de tolk en de vertaler die zich aanmeldt voor inschrijving in het register worden gevraagd welke persoonsgegevens openbaar gemaakt mogen worden.
Op dit moment bestaat reeds een landelijk register voor tolken en vertalers. Dit landelijk register dat wordt aangeduid als "Kwaliteitsregister" wordt namens de Minister van Justitie beheerd door de Raad voor rechtsbijstand te 's-Hertogenbosch. Het kwaliteitsregister is op initiatief van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie Kalsbeek ingesteld. Dit teneinde de kwaliteit van de tolken een stimulans te geven en de betrokken instanties in staat te stellen tijdig een beëdigd vertaler of tolk te vinden.
Het aantal beëdigde vertalers en tolken dat zich aanmeldt voor opname in het kwaliteitsregister vertoont een stijgende lijn. In juni 2003 bevatte het register de gegevens van ongeveer 1400 tolken en beëdigde vertalers. Alhoewel het kwaliteitsregister een toenemend aantal tolken en vertalers bevat is het mede naar aanleiding van de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman wenselijk gebleken een wettelijk kader te bieden.
Via dit wetsvoorstel wordt de grondslag geboden voor een landelijk register, uniforme kwaliteits- en integriteitscriteria, bepalingen ten aanzien van de beëdiging klachtenbehandeling, doorhaling van de inschrijving en een afnameplicht voor bepaalde afnemers. Het beheer van het landelijk register berust op grond van dit wetsvoorstel bij de Minister van Justitie. Het is de intentie dat het beheer van het landelijk register in de toekomst kan worden verzorgd door een brancheorganisatie voor tolken en vertalers.
Dit wetsvoorstel introduceert een afnameplicht voor Justitiële diensten, de rechterlijke macht, en de politie bij het handhaven van de rechtsorde. Op deze wijze wordt tegemoet gekomen aan de wens van de tolken en vertalers die thans in het kwaliteitsregister zijn opgenomen. Deze tolken en vertalers zijn gehouden te voldoen aan kwaliteitseisen en volgen hiertoe cursussen en bijscholing. Indien de hiervoor genoemde instanties niet gehouden zijn tot het inschakelen van tolken en vertalers die zich inzetten voor de kwaliteit van hun beroepsuitoefening zal de motivatie om hieraan te werken snel verdwijnen. Het behoeft geen betoog dat dit mede gezien de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman een ongewenste ontwikkeling zou zijn.
De afnameplicht die is gekoppeld aan een landelijk register voorkomt dat een tolk die in een bepaalde plaats, arrondissement of provincie uit een register verwijderd is zich "gewoon" in een andere plaats, arrondissement of provincie kan aanmelden en werkzaamheden kan verrichten. Met het landelijk systeem zal een doorhaling van de inschrijving van een tolk of vertaler in het landelijk register voor het gehele land gelden. Op de doorhaling zelf wordt hierna nader ingegaan.
De situatie kan zich voordoen dat met grote spoed een tolk ingezet dient te worden. Het wetsvoorstel bevat een uitzonderingsclausule voor het geval een gerechtstolk niet tijdig voorhanden kan zijn. Hierbij speelt het dilemma van de keuze tussen een tolk waarvan de kwaliteit niet gewaarborgd is ten opzichte van bijvoorbeeld een opsporingsactie die mislukt. Bij deze afweging zal gezien de grote waarde die aan de veiligheid wordt gehecht doorgaans de voorkeur aan de eerste optie worden gegeven. Uiteraard dient ook bezien te worden of het noodzakelijk is dat de gerechtstolk in persoon aanwezig is. In bepaalde gevallen zal immers ook gebruik kunnen worden gemaakt van een gerechtstolk die via de telefoon tolkt. De ontwikkelingen die thans zichtbaar zijn op het terrein van de beeldverbindingen via telefoon en internet kunnen het in de toekomst vergemakkelijken een tolk in te zetten die anders zeer ver zou moeten reizen.

3. Beëdiging

Dit wetsvoorstel bevat een uniforme procedure inzake de beëdiging voor beëdigd vertalers en gerechtstolken. Na te zijn ingeschreven in het landelijk register ontvangt de tolk of vertaler een bewijs van inschrijving. Een tolk of vertaler die een bewijs van inschrijving heeft ontvangen kan zich vervolgens tot de rechtbank, binnen het arrondissement waarbinnen zijn woonplaats is gelegen, wenden met het verzoek om beëdigd te worden. Na te zijn beëdigd wordt de tolk aangeduid als gerechtstolk en de vertaler als beëdigd vertaler.
Het voordeel van de koppeling van de beëdiging aan inschrijving in het register is dat voor de beëdiging bij de rechtbank landelijk uniforme eisen gaan gelden. Daarnaast hoeven de rechtbanken zich op dit punt niet meer bezig te houden met het formuleren van criteria waaraan de vertaler dien te voldoen om voor beëdiging in aanmerking te komen. De gerechten stellen thans per arrondissement en vaak zelfs per gerecht de opleidingseisen vast waaraan een vertaler dient te voldoen. In veel gevallen wordt dit uitbesteed aan verschillende deskundigen. De eisen die hierdoor aan vertalers gesteld worden lopen in de praktijk uiteen. Het voordeel van de koppeling van de beëdiging aan de inschrijving weegt op tegen het opleggen van de verplichting aan de vertaler die voor beëdiging in aanmerking wenst te komen om zich aan te melden voor inschrijving in het landelijk register.
Voor tolken heeft de gelijkschakeling van de beëdiging als gevolg dat zij slechts eenmaal beëdigd hoeven te worden. Op dit moment vindt de beëdiging voorafgaand aan elke (straf)zitting bij een gerecht plaats. Een eenmalige beëdiging heeft voor de gerechten en de tolken als voordeel dat niet telkens opnieuw een beëdiging hoeft plaats te vinden. In het landelijk register zal ook melding worden gemaakt van het feit dat het een gerechtstolk betreft.

4. Verklaring omtrent het gedrag

Bij de beëdiging geldt de voorwaarde dat de vertaler of de tolk een verklaring omtrent het gedrag overlegt. Met de Wet Justitiële gegevens is de verklaring van goed gedrag vervangen door de verklaring omtrent het gedrag. De aanvraag om afgifte van de verklaring omtrent het gedrag van een natuurlijk persoon wordt ingediend bij de burgemeester van de gemeente, waar de aanvrager op het tijdstip van de aanvraag als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens. In alle andere gevallen wordt de aanvraag ingediend bij de Minister van Justitie (artikel 30, eerste lid, Wet Justitiële gegevens).
De beoordeling van de aanvraag vindt plaats door het Ministerie van Justitie. De Minister van Justitie weigert afgifte van een verklaring omtrent het gedrag indien met betrekking tot de aanvrager een strafbaar feit is vermeld dat, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving en de overige omstandigheden van het geval, aan een behoorlijke uitoefening van de taak of de bezigheden waarvoor de verklaring omtrent het gedrag wordt gevraagd, in de weg zal staan (artikel 35, eerste lid, Wet justitiële gegevens) (voor een nadere toelichting ten aanzien van de verklaring omtrent het gedrag wordt hierbij verwezen naar de toelichting bij de Wet justitiële gegevens).
Indien de Minister van Justitie, ook na de beroepsmogelijkheid, weigert een verklaring omtrent het gedrag af te geven, heeft dit voor de desbetreffende tolk of vertaler tot gevolg dat deze niet kan worden ingeschreven in het landelijk register.

5. Klachtenregeling en doorhaling

Partijen die een gerechtstolk of beëdigd vertaler inschakelen hebben belang bij het kunnen vertrouwen op de kwaliteit van de geleverde diensten. Een goede basis voor dit vertrouwen wordt gelegd met de eisen waaraan tolken en vertalers dienen te voldoen alvorens te kunnen worden beëdigd en te worden ingeschreven in het register. Evenals bij vele andere beroepen biedt het voltooien van een opleiding geen garantie voor het daadwerkelijk kwalitatief goed uitoefenen van een beroep.
Bij gerechtstolken is het bijvoorbeeld van belang dat de gerechtstolk een goede tolkhouding heeft. Hierbij kan gedacht worden aan de wijze waarop de gerechtstolk fungeert bij het vertolken van hetgeen tijdens een procedure aan de orde komt. Bij vertalers is het bijvoorbeeld van belang dat bij het vertalen van onder meer juridische teksten kennis bestaat omtrent de juridische begrippen in de taal waarnaar vertaald wordt.
Het is de verwachting dat de gerechtstolken en beëdigd vertalers die in het register zijn ingeschreven kwalitatief goed werk zullen afleveren. Toch kan het voorkomen dat een partij ontevreden is over het werk van een gerechtstolk of een beëdigd vertaler. Het ligt hierbij voor de hand dat deze partij zich allereerst wendt tot de desbetreffende gerechtstolk of beëdigd vertaler. Indien het contact met de gerechtstolk of de beëdigd vertaler niet tot een gewenste oplossing leidt is het mogelijk om gebruik te maken van de klachtprocedure zoals opgenomen in afdeling 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.
Voor het openstellen van de klachtprocedure is gekozen aangezien klachten veelal betrekking zullen hebben op de kwaliteit van de geleverde diensten. De klachtprocedure vormt een goede mogelijkheid om hierover een oordeel te geven. In het wetsvoorstel is bepaald dat klachten bij de Minister van Justitie worden ingediend. Het is de intentie om de behandeling van klachten te mandateren aan een daartoe toegeruste geschillencommissie. De geschillencommissie zal een oordeel kunnen geven ten aanzien van de klacht. Uitkomst van de klachtprocedure kan zijn dat geoordeeld wordt dat een klacht ongegrond is of dat hij gegrond is en dat bijvoorbeeld de beheersing van de Nederlandse taal door de tolk te wensen over laat. Dit laatste oordeel zal voor de gerechtstolk aanleiding kunnen zijn op dit onderdeel een cursus te volgen.
De geschillencommissie zal niet kunnen oordelen tot een doorhaling van de inschrijving van een gerechtstolk of beëdigd vertaler in het landelijk register. Deze bevoegdheid is voorbehouden aan de Minister van Justitie. Aanleiding om tot doorhalen van de inschrijving over te gaan kan onder meer worden gevonden in de aard van een ingediende of gegrond verklaarde klacht, een aangifte van een strafbaar feit jegens de gerechtstolk of beëdigd vertaler bij de politie. Gezien het feit dat het doorhalen van de inschrijving van de gerechtstolk of beëdigd vertaler verstrekkende gevolgen heeft zal hiertoe niet lichtvaardig worden overgegaan. Enkel in geval sprake is van omstandigheden die ertoe leiden dat het niet verantwoord is de gerechtstolk of beëdigd vertaler als zodanig te laten optreden zal tot doorhalen van de inschrijving worden overgegaan. Hierbij dient gedacht te worden aan een tolk of vertaler die bijvoorbeeld banden heeft met een criminele organisatie, zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte of een ander feit dat zo ernstig is dat opname in het landelijk register niet verantwoord is.
De duur van de doorhaling van de inschrijving zal per geval worden bezien. In geval een gerechtstolk of beëdigd vertaler ten behoeve van een bepaalde afnemer werkzaamheden verricht en hierbij tegen de afspraken in vertrouwelijke gegevens doorspeelt aan derde en hierop aangifte wordt gedaan, ligt het voor de hand dat de termijn van de doorhaling zal lopen tot het moment waarop blijkt dat de gerechtstolk onschuldig is. Indien uit klachten blijkt dat een gerechtstolk of beëdigd vertaler het Nederlands gebrekkig beheerst kan de termijn van de doorhaling lopen tot het moment waarop blijkt dat een gerechtstolk of beëdigd vertaler met goed gevolg een cursus Nederlands heeft gevolgd. Overigens ligt het voor de hand dat ook zonder doorhalen van de inschrijving afspraken over het volgen van een cursus kunnen worden gemaakt. Bij het doorhalen zal het om een ernstige situatie moeten gaan waarbij de positie van bijvoorbeeld een verdachte in het geding komt wegens de gebrekkige kwaliteit van de gerechtstolk.
Bij een rechterlijke uitspraak waaruit blijkt dat een gerechtstolk of beëdigd vertaler zich heeft schuldig gemaakt aan ernstige feiten als bijvoorbeeld fraude, valsheid in geschrifte, bedreiging, afpersing, lidmaatschap van een criminele organisatie of mensensmokkel kan de inschrijving worden voor langere tijd worden doorgehaald. Afhankelijk van de omstandigheden zal aan de doorhaling een termijn worden verbonden waarvoor de doorhaling van kracht is. Van de doorhaling vindt openbare kennisgeving plaats.
Het doorhalen van de inschrijving heeft voor de gerechtstolk en de beëdigd vertaler als gevolg dat deze gedurende de doorhaling niet als zodanig mag optreden.

6. Rechtsbescherming

De beslissing om een tolk of vertaler niet toe te laten tot het landelijk register kan voor deze persoon ingrijpende gevolgen hebben. De kans dat hij dan ten behoeve van de diensten vallend onder het Ministerie van Justitie, de gerechten en de politie zal worden ingezet is gezien artikel 18 immers uiterst gering. Een tolk of vertaler die het niet eens is met deze beslissing, kan hiertegen op grond van artikel 8:1, eerste lid jº 7:1, eerste lid Awb, bezwaar maken. De Algemene wet bestuursrecht is immers onverkort van toepassing.
Het wetsvoorstel bevat ook een mogelijkheid van doorhaling van de registratie van de gerechtstolk in het register. Hierbij is het naast de omstandigheden genoemd in artikel 14, tweede lid, mogelijk dat de Minister van Justitie gebruik maakt van zijn mogelijkheid de inschrijving door te halen. Bij dit laatste dient sprake te zijn van ernstig disfunctioneren van de desbetreffende gerechtstolk. Dit kan onder meer blijken uit klachten die ten aanzien van deze gerechtstolk zijn ingediend. Evenals tegen de beslissing een tolk niet op te nemen in het register staat tegen de beslissing om de registratie van de gerechtstolk in het register door te halen bezwaar en beroep open.
Indien een instantie of persoon waarbij respectievelijk waarvoor de gerechtstolk zijn werkzaamheden verricht wil klagen over zijn beroepsmatig optreden is het mogelijk hiertoe een klacht in te dienen bijde Minister van Justitie of de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. De keuze voor het externe klachtrecht is ingegeven door de relatief lage organisatiegraad bij tolken en vertalers. De wetgever acht de kwaliteit van de beroepsuitoefening van belang en hecht daardoor waarde aan een goed functionerende klachtprocedure. Anders dan bijvoorbeeld advocaten en notarissen hebben tolken slechts in beperkte mate ervaring met klachtafdoening in eigen kring. Vooralsnog wordt derhalve de keuze gemaakt voor het zogenaamde externe klachtrecht. Deze keuze laat echter onverlet dat ontwikkelingen in de tolken- en vertalersbranche aanleiding kunnen vormen tot het invoeren van het zogenaamde interne klachtrecht, waarbij de klachten worden behandeld door de gerechtstolk of beëdigd vertaler of de branchevereniging.

2. Financiële gevolgen

Het is de verwachting dat dit wetsvoorstel budget neutraal zal zijn. Dit volgt uit het feit dat het Ministerie van Justitie thans reeds zorg draagt voor de financiering van een landelijk register voor tolken en vertalers (het Kwaliteitsregister voor Tolken en Vertalers (KTV) te Den Bosch). In 2004 bedraagt de subsidie aan het KTV EUR 0,3 mln.
De aanvullende kosten voor de uitvoering van het wetsvoorstel -- verstrekken van legitimatiepassen, klachtenbehandeling en doorhaling -- worden geraamd op EUR 0,1 mln.
Op grond van dit wetsvoorstel kan aan de tolken en vertalers die om inschrijving in het register verzoeken een bijdrage worden gevraagd. Door middel van deze bijdrage zullen de hierboven genoemde aanvullende kosten voor de uitvoering van het wetsvoorstel worden gefinancierd.

3. Artikelsgewijs

HOOFDSTUK I BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

Dit artikel bevat de begripsbepalingen.

HOOFDSTUK II LANDELIJK REGISTER

Artikel 2

Dit artikel strekt ertoe een landelijk register voor gerechtstolken en beëdigd vertalers in te stellen. Hoewel diverse wetten waarvoor verschillende bewindspersonen verantwoordelijk zijn bepalingen kennen over de inzet van tolken en vertalers, is besloten het beheer van het landelijk register te laten geschieden door de Minister van Justitie. De reden hiervoor is enerzijds van praktische aard. Aansturing door een bewindspersoon werkt doorgaans efficiënter. Anderzijds is de Minister van Justitie eveneens verantwoordelijk voor de regelgeving voor andere beroepen die zich op het juridische vlak bevinden zoals de advocaten, notarissen en deurwaarders.

Artikel 3

In dit artikel wordt de grondslag gegeven voor een algemene maatregel van bestuur. Deze algemene maatregel van bestuur dient de eisen te bevatten waaraan een tolk of vertaler dient te voldoen teneinde voor inschrijving in het register in aanmerking te komen. Daarbij bevat de AmvB bepalingen ten aanzien van de gegevens die in het landelijk register worden opgenomen. Het tweede lid geeft een omschrijving van de eisen die in elk geval in de algemene maatregel van bestuur worden opgenomen.

Artikel 4

Aangezien het van belang is dat de kwaliteit van gerechtstolken en beëdigd vertalers die in het register zijn opgenomen gewaarborgd is, bevat het eerste lid van dit artikel de voorwaarde dat voor inschrijving voldaan moet zijn aan de eisen zoals gesteld in artikel 3. Het tweede lid hangt samen met de tweede doelstelling van het wetsvoorstel die erop ziet dat de integriteit van tolken gewaarborgd is. Hiertoe dient de tolk of vertaler een verklaring omtrent het gedrag te overleggen. Op deze verklaring is reeds ingegaan in het algemeen gedeelte van deze toelichting.
Het derde lid is noodzakelijk aangezien bij het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag onder meer de justitiële documentatie geraadpleegd wordt. Indien een tolk of vertaler uit het buitenland komt of daar woonachtig is, zullen de geraadpleegde registers over het algemeen geen gegevens bevatten. Nu het van groot belang wordt geacht dat de integriteit van de tolken gewaarborgd is, wordt in het derde lid voorgeschreven dat een tolk of vertaler die niet of nog geen vijf jaar in Nederland woonachtig is een integriteitsverklaring van een onafhankelijke instantie uit het land van herkomst dient te overleggen.
Het vierde lid biedt de grondslag voor een op te stellen algemene maatregel van bestuur. Deze algemene maatregel van bestuur ziet op het bedrag wat de tolk of vertaler dient te voldoen, de wijze waarop de aanvraag wordt ingediend en de gegevens en bescheiden die dienen te worden verstrekt. In de op te stellen algemene maatregel van bestuur zal worden aangesloten bij de systematiek van de Wet Justitiële gegevens. De kosten voor de aanvraag van de verklaring omtrent het gedrag komen voor rekening van de aanvrager.
De bevoegdheid op de aanvraag tot inschrijving te beslissen wordt in het vijfde lid toebedeeld aan de Minister van Justitie. De aanvraag kan enkel worden afgewezen op de gronden vermeld in artikel 6.

Artikel 5

Het bewijs van inschrijving bevat de gegevens van de tolk of vertaler die in het landelijk register is ingeschreven en is op grond van artikel 8, tweede lid, vereist voor de beëdiging door de rechtbank. Op grond van dit bewijs van inschrijving kan de rechtbank zien voor welke taal of talen de desbetreffende persoon dient te worden beëdigd

Artikel 6

Dit artikel bevat de gronden waarop inschrijving geweigerd wordt. De eisen als opgenomen in onderdeel a en b, voorkomen inschrijving van de tolk of vertaler die niet aan de kwaliteits- en integriteitscriteria voldoet. Indien een tolk of vertaler onder curatele is gesteld wegens een geestelijke stoornis is het ongewenst dat hij in het landelijk register wordt ingeschreven. Het behoeft geen betoog dat indien de onder curatele stelling eindigt, de tolk of vertaler voor inschrijving in aanmerking komt. De inschrijving in het landelijk register staat op grond van onderdeel c enkel open voor personen die op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig in Nederland verblijven en gerechtigd zijn arbeid te verrichten. Met arbeid wordt in dit verband niet enkel op arbeid als zelfstandige, maar ook op arbeid in loondienst gedoeld. De maatregel waarop onderdeel d doelt, is de doorhaling van de inschrijving op grond van deze wet.

Artikel 7

Het komt in de praktijk regelmatig voor dat tolken en vertalers worden ingezet die hun opleiding niet in Nederland hebben genoten. Het hoeft geen betoog dat het wenselijk is dat deze personen ook in aanmerking kunnen komen voor inschrijving in het landelijk register. Met dit artikel, dat gebaseerd is op artikel 41 van de Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg, wordt de mogelijkheid geboden dat personen die in een andere EU-lidstaat een opleiding hebben afgerond, toch in aanmerking kunnen komen voor inschrijving in het landelijk register.

Artikel 8

Het is van belang dat het landelijk register enkel gerechtstolken en beëdigd vertalers bevat die goede kwaliteit kunnen bieden. Hiertoe is het vereist dat de kennis wordt bijgehouden hetgeen ofwel via opleidingen ofwel via het verrichten van tolk- dan wel vertaalwerkzaamheden kan geschieden. Indien een gerechtstolk of beëdigd vertaler na een periode van vijf jaar om verlenging van de inschrijving verzoekt en niet voldoet aan deze criteria kan dit reden vormen tot doorhaling van de inschrijving. Bij een verzoek om verlenging van de inschrijving dient de gerechtstolk danwel de beëdigd vertaler een recente verklaring omtrent het gedrag te overleggen. Op deze wijze kan worden geverifieerd of zich in de periode gelegen tussen de inschrijving en de aanvraag tot verlenging geen voorvallen hebben voorgedaan die aan een hernieuwde inschrijving van de gerechtstolk of beëdigd vertaler in de weg staan.

HOOFDSTUK III DE BEËDIGING ALS GERECHTSTOLK OF BEËDIGD VERTALER

Artikel 9

Het is thans de praktijk dat enkel tolken die optreden bij de gerechten voorafgaand aan iedere zitting worden beëdigd. Tolken die optreden voor andere instanties worden niet beëdigd. Bij het opstellen van dit wetsvoorstel is besloten de wijze van beëdiging voor zowel gerechtstolken als beëdigd vertalers te uniformeren. Zowel de tolk als de vertaler wordt eenmaal beëdigd. De beëdiging geldt niet enkel bij de gerechten, maar ook daarbuiten. De beëdiging ziet immers niet meer alleen op het optreden van een tolk in een concrete zaak bij een gerecht, maar op alle werkzaamheden die een tolk verricht.
Voorwaarde voor de beëdiging is dat de tolk of vertaler een bewijs van inschrijving in het landelijk register overlegt. De keuze om de beëdiging te laten plaatsvinden na de inschrijving in het landelijk register komt voort uit de wens de gerechten te ontlasten. Op dit moment stellen de gerechten de criteria op waaraan een tolk of vertaler dient te voldoen teneinde beëdigd te worden. Op het algemeen deel van de toelichting wordt op dit punt meer uitgebreid ingegaan. Met dit wetsvoorstel komt de toetsing van de criteria waaraan een tolk of vertaler dient te voldoen bij de Minister van Justitie te liggen. De gerechten behoeven enkel nog een bewijs van inschrijving in het landelijk register te vragen.
In het kader van de toenemende waarde die aan integriteitswaarborgen wordt gehecht is besloten de beëdiging geen facultatief karakter te geven. Binnen twee maanden na de inschrijving in het landelijk register dient de tolk of vertaler, op sanctie van uitschrijving uit het landelijk register, de eed of belofte af te leggen. De tolk of vertaler dient hiertoe zelf het initiatief te nemen. In de periode tussen het moment waarop de tolk of vertaler in het landelijk register is ingeschreven en het moment waarop deze personen zijn beëdigd kunnen zij als tolk of vertaler werkzaamheden verrichten in die gevallen waarin de wetgever geen inzet van een beëdigd vertaler of een gerechtstolk heeft voorgeschreven.

Artikel 10

De tekst van de eed/belofte zoals deze voor de gerechtstolk is opgenomen in dit artikel is gebaseerd op de tekst van de eed/belofte zoals deze op grond van artikel 3 van de Wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde vertalers is voorgeschreven. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt de tekst redactioneel aan te passen en een bepaling inzake de geheimhouding toe te voegen.

Artikel 11

De tekst van de eed/belofte zoals deze voor de beëdigd vertaler is opgenomen in dit artikel is gebaseerd op de tekst van de eed/belofte zoals deze op grond van artikel 3 van de Wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde vertalers voor de vertaler is voorgeschreven. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt de tekst redactioneel aan te passen en een bepaling inzake de geheimhouding toe te voegen.

Artikel 12

Na te zijn beëdigd ontvangt de gerechtstolk dan wel de beëdigd vertaler na overlegging van de akte van beëdiging van de Minister van Justitie een legitimatiebewijs. Met dit bewijs kunnen de gerechtstolk en de beëdigd vertaler zich als zodanig legitimeren. In de praktijk blijkt grote behoefte te bestaan aan een dergelijk bewijs aangezien enerzijds de gerechtstolk en de beëdigd vertaler zich hiermee kunnen onderscheiden van personen die niet aan de kwaliteits- en integriteitscriteria voldoen en anderzijds bedrijven en instanties op deze wijze kunnen herkennen welke personen aan de voornoemde criteria voldoen. Het legitimatiebewijs zal een foto van de betrokkene bevatten hetgeen voorkomt dat iemand anders zich voordoet als gerechtstolk of beëdigd vertaler. Het derde lid van artikel 12 biedt de grondslag om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels te stellen ten aanzien van het bezit van, de gegevens op en de vormgeving van het legitimatiebewijs.

HOOFDSTUK IV KLACHTBEHANDELING EN DOORHALING

Artikel 13

Met dit artikel wordt de mogelijkheid geopend een klacht in te dienen ten aanzien van het optreden van een gerechtstolk of een beëdigd vertaler. In het algemeen deel van deze memorie van toelichting wordt op dit punt nader ingegaan.

Artikel 14

De mogelijkheid tot doorhaling van de inschrijving van een gerechtstolk of een beëdigd vertaler is opgenomen in dit artikel. In het algemeen deel van de memorie van toelichting wordt nader op de mogelijkheid tot doorhaling ingegaan.

Artikel 15

Indien de inschrijving van een gerechtstolk of beëdigd vertaler op grond van artikel 13, eerste lid, onder a of b, is doorgehaald, vervalt op grond van het eerste lid de bevoegdheid om gedurende de termijn van de doorhaling als zodanig op te treden. Indien een gerechtstolk of beëdigd vertaler zelf om uitschrijving verzoekt of wanneer deze komt te overlijden strekt het tweede lid ertoe de akte van toelating te laten vervallen. Dit teneinde te voorkomen dat de akte van toelating van deze personen bewaard dient te worden.

Artikel 16

Via een openbare kennisgeving in de Staatscourant wordt op basis van dit artikel melding gedaan van de doorhaling van de inschrijving en het vervallen van de akte van toelating. Op deze wijze kunnen betrokken hier kennis van nemen. De doorhaling zal ook worden vermeld in het landelijk register.

HOOFDSTUK V INFORMATIEVERSTREKKING EN AFNAMEPLICHT

Artikel 17

Het eerste lid van dit artikel biedt degenen die zijn ingeschreven in het landelijk register de mogelijkheid tot inzage van de gegevens die ten aanzien van hen in het register staan geregistreerd. Daarnaast kan op grond van het tweede lid een ieder informeren of een persoon als gerechtstolk of beëdigd vertaler in het register ingeschreven staat.

Artikel 18

Dit artikel bevat de afnameplicht voor Justitiële diensten, de rechterlijke macht, de Koninklijke marechaussee bij het uitoefenen van de politietaak bedoeld in artikel 6 van de Politiewet 1993 en de politie bij het handhaven van de rechtsorde. In het algemeen deel van de memorie van toelichting wordt op dit punt nader ingegaan.

HOOFDSTUK VI DE GERECHTSTOLK

Artikel 19

Gezien de afnameplicht die in het voorgaande artikel wordt geïntroduceerd is het van belang dat een gerechtstolk zich kan legitimeren. Op deze wijze kunnen de betrokken instanties zich verzekerd weten dat zij van doen hebben met een gerechtstolk die aan kwaliteits- en integriteitseisen voldoet..

Artikel 20

De situatie kan zich voordoen dat het gewenst is een gerechtstolk in te zetten bij een onderzoek door de politie of justitie dat van bijzondere aard is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan taponderzoek. Het kan hierbij gewenst zijn dat de gerechtstolk een zeer recente verklaring omtrent het gedrag overlegt, zodat duidelijk wordt dat de integriteit van de tolk niet in het geding is. Gezien het feit dat de gerechtstolk reeds bij zijn verzoek om inschrijving in het landelijk register een verklaring omtrent het gedrag heeft overlegd en hiervoor kosten heeft gemaakt achten wij het redelijk dat de kosten van de aanvraag in dit concrete geval voor rekening komen voor de desbetreffende dienst. Indien een gerechtstolk niet wenst te voldoen aan een verzoek een zeer recente verklaring omtrent het gedrag te overleggen, behoeft het geen betoog dat de desbetreffende dienst dan kan besluiten de gerechtstolk voor de werkzaamheden van bijzondere aard niet in te schakelen.

HOOFDSTUK VII DE BEËDIGD VERTALER

Artikel 21

Dit artikel biedt een vergelijkbare regeling voor de beëdigd vertaler, zoals deze in artikel 20 is opgenomen voor de gerechtstolk. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 20.

Artikel 22

Dit artikel biedt de grondslag voor een algemene maatregel van bestuur waarbij nadere regels gesteld kunnen worden waaraan de vertaling en de administratie van de beëdigd vertaler dienen te voldoen.

Artikel 23

De bepaling ten aanzien van de legalisatie van de handtekening van de beëdigd vertalers is opgenomen in dit artikel.

Artikel 24

Deze bepaling is overgenomen uit de Wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde vertalers. Het artikel was als artikel 8 opgenomen in deze wet.

Artikel 25

De beëdigd vertaler zal de vertaalwerkzaamheden doorgaans op zijn werkplek uitvoeren. Het kan echter ook zo zijn dat de beëdigd vertaler verzocht wordt bij een rechtbank te verschijnen om ter plaatse stukken te vertalen. In gevallen waarbij de beëdigd vertaler ter plaatse bij een instantie bedoeld in artikel 18, eerste lid, vertaalwerkzaamheden verricht, is hij verplicht zich te legitimeren via het legitimatiebewijs.

HOOFDSTUK VIII OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 26

Dit artikel bevat een overgangsregeling voor personen die op grond van de Wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde vertalers op het moment van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel beëdigd vertaler zijn. Deze beëdigd vertalers worden via dit artikel na overlegging van een verklaring omtrent het gedrag van rechtswege aangemerkt als beëdigd vertaler in de zin van de Wet gerechtstolk en beëdigd vertaler.
Op grond van het tweede lid dienen deze personen te voldoen aan de voorwaarden als gesteld in artikel 3, eerste lid, indien zij in aanmerking wensen te komen voor een verlenging van de inschrijving. Voldoen deze personen bij het doen van een verlengingsverzoek niet aan de voorwaarden zoals deze in artikel 3, eerste lid zijn gesteld, dan worden zij uit het landelijk register verwijderd en kunnen dan niet meer als beëdigd tolk optreden.

Artikel 27

Dit artikel strekt ertoe de Wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde vertalers in te trekken.

Artikel 28

Dit artikel bevat een aanpassing van de Registratiewet 1970. Het artikel strekt ertoe een verwijzing naar de de Wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde vertalers te vervangen door een verwijzing naar de Wet gerechtstolk en beëdigd vertaler.

Artikel 29

Artikel 11 van de Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer kan vervallen aangezien de beëdigingssystematiek zoals deze was opgenomen in de de Wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beëedigde vertalers in de Wet gerechtstolk en beëdigd vertaler niet terugkeert. Deze laatste wet bevat de beëdigingssytematiek voor de beëdigd vertaler. Indien een persoon aan voldoet aan de opleidingseisen, zoals deze op grond van artikel 3 van de Wet gerechtstolk en beëdigd vertaler zijn voorgeschreven, kan deze worden beëdigd als beëdigd vertaler in een bepaalde taal. Deze taal kan ook het Fries zijn. Een aparte regeling in de Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer kan derhalve achterwege blijven.

Artikel 30

Omdat naar dit wetsvoorstel naar verwachting veelvuldig zal worden verwezen, is een citeertitel opgenomen.

Artikel 31

Deze wet zal in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

De Minister van Justitie,
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

Inhoud

Regeling reprorecht bedrijfsleven
Hieronder volgen enkele van de site www.reprorecht.nl overgenomen passages met betrekking tot de vergoeding die kleine zelfstandigen geacht worden te betalen. Ongetwijfeld zal deze op een aantal van onze leden van toepassing zijn.

"De onderhandelingen tussen Stichting Reprorecht, VNO-NCW en MKB-Nederland over de Regeling Reprorecht Bedrijfsleven zijn met succes afgerond. Na bemiddeling door de Minister van Justitie is overeenstemming bereikt over een systematiek voor de berekening en de incasso van vergoedingen voor het fotokopiëren van auteursrechtelijk beschermd materiaal. De betrokken partijen verzoenen hiermee de aanspraak van rechthebbenden op een billijke (reprorecht)vergoeding met een transparante en efficiënte uitvoering van de regeling met minimale administratieve lasten voor het bedrijfsleven.

Uitgangspunt voor de Regeling Reprorecht Bedrijfsleven is een vaste vergoeding (dus een vast bedrag per bedrijf per jaar). De Regeling Reprorecht Bedrijfsleven maakt onderscheid tussen een hoog en een laag gemiddeld reprorechtplichtig fotokopieergedrag. Op basis van dit onderscheid is een vergoedingenoverzicht ontwikkeld. In het vergoedingenoverzicht is een zestal medewerkersklassen gedefinieerd. De door het Centraal Bureau voor de Statistiek gehanteerde SBI-code van een onderneming bepaalt of het hoge of het lage tarief geldt voor deze onderneming.

... Beschikt u over een fotokopieerapparaat?
Ja: De vergoeding over de jaren 2003 en 2004 zal worden gecombineerd in één factuur. Het factuurbedrag per jaar bedraagt EUR 15,62.
Nee: U kunt dit binnen 30 dagen na ontvangst van de factuur aan ons kenbaar maken via de website.

U beschikt over een fotokopieerapparaat
Voor bedrijven t/m 19 medewerkers is een vergoeding vastgesteld van EUR 15,62 per jaar. De inning over de jaren 2003 en 2004 zal geschieden via een gecombineerde factuur. In de loop van 2004 ontvangt u een factuur van EUR 31,24.
Al gedane betalingen worden als voorschotbetaling verrekend. Eerder verzonden, maar nog niet voldane facturen worden gecrediteerd.

U beschikt niet over een fotokopieerapparaat
Indien u niet over een fotokopieerapparaat beschikt, wordt verondersteld dat u geen reprorechtplichtige fotokopieën maakt. U hoeft geen vergoeding te betalen. Daarvoor moet u uw bedrijfsgegevens aanpassen. Stichting Reprorecht behoudt zich het recht voor steekproefsgewijs onderzoek uit te voeren ter toetsing van deze gegevens.

Aanpassen van de bedrijfsgegevens
Indien de gegevens op uw factuur niet juist zijn, kunt u deze eenvoudig aanpassen. Hiervoor heeft u uw debiteurennummer en uw toegangscode nodig. Deze treft u aan rechtsboven op de factuur. Heeft u nog geen factuur ontvangen, dan kunt u uw bedrijfsgegevens niet aanpassen. Na ontvangst van uw factuur kunt u uw bedrijfsgegevens aanpassen.

Stichting Reprorecht behoudt zich het recht voor steekproefsgewijs onderzoek uit te voeren ter toetsing van de aangepaste gegevens."

Inhoud

Komkommertijd
"Waar komt het woord 'komkommertijd' vandaan?
Komkommertijd is een aanduiding voor de rustige zomerperiode, waarin weinig nieuws en weinig handel is. Het woord wordt tegenwoordig vooral gebezigd in de media, die er bovendien inhoud aan geven door berichten te brengen die buiten de komkommertijd geen nieuwswaarde zouden hebben. Het komkommerseizoen was voorheen altijd in de zomer -- voor de kwekers een drukke tijd, maar in veel andere vakgebieden was er dan juist niets te doen. Omdat die seizoenen samenvielen, werd komkommertijd meer en meer geassocieerd met het gebrek aan nieuws en activiteiten.
Waar het woord komkommertijd precies vandaan komt, is niet helemaal zeker. Sommigen zeggen dat het een leenvertaling is van het Engelse 'cucumber time', dat vroeger in de zomermaanden door kleermakers werd gebruikt. Maar dat is later vervangen door het inmiddels ook weer verdwenen 'taylor's holiday', en niemand kent nog het woord 'cucumber time'. In het Nederlands wordt het sinds de negentiende eeuw gebruikt; zo had Multatuli het al over 'in 't hartje van den komkommertyd'.
Varianten van komkommertijd komen in diverse andere talen voor, zoals het Noors en het Duits (Sauregurkenzeit, 'zurebommentijd'). Vrijwel iedere taal heeft wel een woord voor deze karige zomertijd: 'la morte-saison' (Frans), 'the dull season', 'the silly season' (Engels) en zelfs 'the big gooseberry time' ('kruisbessenseizoen', Amerikaans). In het Zweeds (nyhetstorka, 'nieuwsdroogte') en het Duits (Sommerloch, 'zomergat') bestaan woorden die zelf al een duidelijk negatieve lading hebben."

Bron: www.onzetaal.nl

Inhoud

Ledenregister
Uitvoeriger informatie over de -- nieuwe -- leden is te vinden in het VZV-ledenregister: www.vzv.info/ledenregister.

Inhoud

Sluitingsdata kopij
Bulletin 2004-3
15 september 2004
Bulletin 2004-4
10 december 2004

Uw bijdragen voor deze bulletins graag naar bulletin@vzv.info.

Inhoud

Colofon
Het Bulletin is een periodieke uitgave van de
Vereniging Zelfstandige Vertalers.

Correspondentie:

VZV - Postbus 85598 - 2508 CG Den Haag
06 48810463
info@vzv.info

Het bestuur van de VZV bestaat uit:

Kath Starsmore, voorzitter
Nathalie Le More, secretaris
Albert van Veghel, penningmeester
Kristof Stachowski, toelating nieuwe leden
Hugh Quigley, MetaCom en algemene zaken

Voor meer informatie over de VZV:
www.vzv.info

Berichten aan de redactie van het Bulletin:
bulletin@vzv.info

Inhoud