| Jaargang 16, nr. 4 - december 2005 |
| Van de redactie |
|
Overduidelijk is het bijna kerst. Opstaan kost meer moeite, het schaarser wordende lage zonlicht schijnt recht door het raam naar binnen, de werkdagen worden korter. Het is weer tijd voor het -- extra dikke -- kerstnummer van het bulletin.
In dit nummer blikt Marianne Kersbergen terug op de herfst/lustrumvergadering, die niet alleen feestelijk was maar duidelijk ook in het teken stond van de PR. Anneke de Haan gaat uitgebreid verder in op de feestelijkheden. Wie er niet bij was weet zo in ieder geval wat hij of zij heeft gemist. Ook is onze hofleverancier van kerstcadeaus weer actief, getuige de bijdragen van Hanneke Rutges, Kath Starsmore en Liena van Oijen. Behalve met een nieuwe editie van "de dikke", komt Van Dale met een serie praktijkwoordenboeken en een leenwoordenboek. Uiteraard is jullie redactie er als de kalkoenen bij om deze te recenseren. Ann Ulot beschrijft wat er gebeurt als een vertaler uit tolken gaat: hoe een simpele vertaalklus in een middagmerrie kan veranderden. Daarna diverse "business tip"-achtige meldingen, waarvan er een -- de zoveelste waarschuwing voor advertentiefraude -- nog onverwacht actueel blijkt. Vanmorgen nog viel er weer zo'n legaal uitziende poging om bijna 1000 euro af te troggelen op de deurmat. Kennelijk loont het nog steeds de moeite om dergelijke aanbiedingen te verzenden en lukt het nog steeds om mensen op deze manier te misleiden! Zoals altijd is de redactie verheugd dat er zovelen zijn die ondanks drukke vertaalpraktijken bereid zijn stukken te schrijven en in te sturen. Wel willen wij in herinnering brengen dat wij ingezonden stukken graag in digitale vorm aangeleverd krijgen en dat het prettig zou zijn als zonodig van tevoren aan het blad waaruit ze afkomstig zijn toestemming is gevraagd om ze te plaatsen.
Aan alle lezers: veel leesplezier en heel fijne feestdagen toegewenst.
Harold Alexander
|
| Van het bestuur |
|
Beste collega's,
Op 7 oktober hebben we ons lustrum op feestelijke wijze gevierd in 2000-jarig Nijmegen. Gedurende de middag en avond was hierbij gemiddeld een groep van zo'n 25 leden, introducés en genodigden in wisselende samenstelling aanwezig. Na de algemene ledenvergadering kregen we onder de deskundige leiding van een gids een informatieve rondleiding door het Bijbels Openluchtmuseum. Onze penningmeester had ook voor de rest van de dag alle registers opengetrokken met een gezellige receptie onder een heerlijk herfstzonnetje, workshops 'Romeins koken' in passende kleding, een bijzonder onderhoudende lezing van de classicus Anton van Hooff over ons beroep in een ver verleden, een muziekvoorstelling voor oog en oor door Aeide Mousa en een Romeinse verloting waardoor de meest intelligenten onder ons met één en soms wel twee typisch Nijmeegse traktaties naar huis gingen. Ons VZV-lid Susanne Roos en de door de VZV ingehuurde beroepsfotograaf hebben de bewijzen van ons feest voor de volgende 2000 jaar digitaal vastgelegd, Nathalie Le More heeft er een paar mooie fotoalbums van gemaakt, die via members1.clubphoto.com/nathalie1031415/owner-fa79-1.phtml kunnen worden bekeken. Marcus de Geus heeft deze link met een paar voorbeeldfoto's ook op onze website gezet. Tijdens onze ALV zijn een aantal besluiten genomen (zie de reeds toegestuurde notulen). Heel belangrijk voor het bestuur is de goedgekeurde uitbreiding van het aantal bestuursleden van 5 naar 7. Met de herbenoeming van Kristof Stachowski (Toelatingen) en de benoemingen van Saskia Wieberdink (PE) en Kath Starsmore (PR) bestaat het bestuur met Nathalie Le More (secretariaat), Albert van Veghel (penningmeester) en Marianne Kersbergen (voorzitter) nu dus uit 6 personen en is er per direct behoefte aan het zevende bestuurslid dat zich zou moeten gaan bezighouden met belangenbehartiging in het algemeen en PZO in het bijzonder. Meer informatie over deze uitdagende klus bij de voorzitter of een van de andere bestuursleden. Met het oog op vergroting van de naamsbekendheid van onze vereniging heeft Kath Starsmore aan de aanwezige leden op de ALV elk 10 dossiermappen uitgereikt die ieder individueel lid kan gebruiken als PR-materiaal. Deze mappen VZV-15 jaar kwaliteit kunnen de leden bijvoorbeeld gebruiken om een beëdigde vertaling, offerte of factuur naar de klant te sturen. Wie nog geen mappen heeft gekregen of meer exemplaren wil, kan hierover contact opnemen met Kath.
Ondertussen heeft Kath gezorgd voor de verspreiding van 350 van deze mappen naar potentiële opdrachtgevers en mogelijke kandidaat-leden. De map voor potentiële opdrachtgevers wordt gevuld met algemene informatie over de VZV, informatie over 15 jaar kwaliteit en het ledenregister. De map voor mogelijke kandidaat-leden bevat daarnaast ook informatie over het lidmaatschap en een aanvraagformulier.
Tijdens de ALV is ook de brochure 'Vertalen, een kwestie van kwaliteit!' in onbeperkte hoeveelheid aan alle leden beschikbaar gesteld. Op onze website (www.vzv.info - vertaalwijzer) is een pdf-bestand van de tekst beschikbaar en wordt de mogelijkheid geboden om een exemplaar bij het secretariaat op te vragen. De vertaalwijzer is in een oplage van 10.000 exemplaren gedrukt.
Rest mij nog om jullie namens het hele bestuur allemaal prettige feestdagen en een voorspoedig 2006 te wensen. namens het VZV-bestuur,
Marianne Kersbergen
|
| Algemene Ledenvergadering en Lustrumviering |
| Anneke de Haan-Couzy |
|
Het was veel te mooi weer om te werken...
... en dus verzamelde een deel van de VZV-leden zich op een van die prachtige nazomerdagen voor de poort van de Heilig Landstichting alias het Bijbels Openluchtmuseum om. te vergaderen. Met enige spijt in het hart verruilden wij de frisse boslucht voor een wel zeer ruime vergaderzaal, waar onder het genot van een stukje Romeins appelgebak nog even gewacht werd op degenen die kennelijk minder vlot de weg hadden kunnen vinden, dan wel. met het openbaar vervoer in de clinch waren geraakt. Elders is vastgelegd hoe Marianne ons resoluut door de agenda loodste zodat de introducés en gasten niet te lang op het terras hoefden te wachten op de start van de rondwandeling door het openluchtmuseum. Onze gids verontschuldigde zich bij voorbaat dat zij ons slechts de hoogtepunten kon laten zien en dat nog wel in een "straf tempo". Voor het binnenmuseum was helaas geen tijd, onze wandeling beperkte zich tot het gedeelte in de open lucht, wat overigens bepaald geen straf bleek. Het prachtige park is op zich al een plezierige belevenis met verrassende doorkijkjes, ontmoetingen met diverse viervoeters en zelfs een exotische haan. Menselijke figuranten kregen wij niet te zien, daarvoor waren we waarschijnlijk te laat. In haar inleiding vertelde de gids hoe in 1905 kapelaan Arnold Suys op bedevaart ging naar wat toen het Heilig Land genoemd werd. Onder de indruk van wat hij daar zag wilde hij zijn parochianen en andere gelovigen een soortgelijke ervaring bieden door middel van replica's. Behalve van architect Jan Stuyt, ontwerper van de kerk, kreeg Suys bij het opstarten van de Heilig Landstichting ook veel hulp van Piet Gerrits, een kunstenaar die een aantal jaren in Palestina heeft gewoond. In de overtuiging dat in een Jordaans dorpje anno 1908 sinds tweeduizend jaar nauwelijks iets veranderd was ontwierp Gerrits de nederzetting Beth Juda bestaande uit een aantal huizen met in het centrum bovenop een heuvel de synagoge. De woorden van de gids en de muziek maakten de sfeer in de synagoge van Beth Juda invoelbaar. Daarna kwamen we bij een karavanserai waar het vuurtje op de binnenplaats nog maar pas gedoofd leek. In verband met de tijd "mochten" we het interieur van de gebouwen niet bezichtigen, evenmin als het verderop gelegen bedoeïenenkamp. "Gehoorzaam" stapten we door naar Tell Arab. Dit stadje met winkels en woonhuizen ligt aan een meertje waarop de eeuwigdurende visvangst wordt uitgebeeld. In de jaren '80 was het oorspronkelijk opgezet als impressie van de bijbelse middelgrote stad Kaphernaüm aan het meer van Genesareth (Galilea) waar Jezus samenkwam met zijn discipelen. In het kader van de heroriëntatie van het museum op de drie monotheïstische godsdiensten heeft men het in 2001 echter omgebouwd tot een "abstract Arabisch" stadje, gebaseerd op de havenstad Mirbat in Oman, bekend om de handel in wierook en volbloedpaarden. Na een kort bezoekje aan woonhuizen en werkplaatsen aan de multiculturele Via Orientalis kwamen we in de Romeinse herberg. Daar onthaalde men ons in de tuin op bekers lauwwarme, gekruide witte "Romeinse wijn", maar wie dat niet aandurfde kon een gewoon pilsje of kopje koffie bestellen. Inmiddels arriveerden nog enkele gasten, waarna iedereen aan het werk werd gezet. Bij de fabricage van persoonlijke lauwerkransen ontstond enige hilariteit, die nog versterkt werd bij de uitreiking van veredelde beddentijken bij wijze van "toga's" (waren het echt geen slaventunieken?) en enkele ellenlange soepjurken die met al dan niet bijgeleverde ceintuurs op hun plaats moesten worden gehouden. Giechelend en struikelend verplaatste het gezelschap zich naar de trappen van het Paleis van Pilatus voor een zogenaamde statiefoto. De workshop Romeins koken bestond uit het groepsgewijs bereiden van voorgerechten volgens antiek recept; eerlijk gezegd leek de garum (vissaus) verdacht veel op ketjap en bij het olijvenpasta maken in een soort vijzel drukten sommigen letterlijk hun snor (hoezo slavenarbeid?), maar het smakelijk resultaat liet weinig te wensen over. Tussen de gangen van het diner heeft dr Anton van Hooff ons uiterst leerzaam vermaakt aan de hand van voorbeelden over vertalers en vertalen in de oudheid:
Tot onze verrassing verschenen even later een drietal in toga (!) gehulde heren en twee eveneens authentiek geklede dames: het gezelschap Aeide Mousa dat zich toelegt op het reconstrueren van muziek uit de Oudheid. Omlijst met aardige anekdotes en onder begeleiding van lieren en crotalen vertolkten zij onder meer een fragment uit de Oedipus van Griekse tragediedichter Euripides (4e eeuw voor Chr.), waarin het koor de hoofdpersoon beklaagt, ook hoorden wij het z.g. volledige werk van de Romeinse blijspeldichter Terentius (of was het Plautus?) uit de 2e eeuw na Chr. Dit bestaat uit nog slechts een muziekregel, overgeleverd dankzij. een citaat in een brief van de 18e eeuwse componist Archangelo Corelli. Na het dessert verzocht organisator Albert de heer Van Hooff ons geheugen nog even te testen; bij deze z.g. Romeinse verloting gingen degenen die het snelste of het hardste konden roepen met een prijsje naar huis. De 'Nijmeegs Brood'-koekjes waren uitstekend, Albert, net als rest van de hele organisatie, heel veel dank daarvoor. In het duister werden wij groepsgewijze per busje naar de respectievelijke parkeerplaatsen gebracht, waarbij meteen kon worden voorkomen dat de heer Van Hooff per fiets in het bos verdwaalde. In alle gevallen zal hij eerder thuis zijn gekomen dan de treinreizigers naar Den Haag die door de NS weer eens verrast werden met een fikse vertraging. En dan waren de vallende blaadjes nog niet eens in het spel.. |
| Van Dale Groot Leenwoordenboek |
| Hanneke Rutges |
|
Het Van Dale Groot Leenwoordenboek van Nicoline van der Sijs is een herziene uitgave van het Leenwoordenboek dat begin 1996 verscheen. Als je het boek openslaat vraag je je af of het eigenlijk wel een woordenboek is. Het bevat weliswaar een woordenlijst, maar deze beslaat slechts 96 van de in totaal 684 pagina's. De meeste vertalers zullen van een woordenboek een andere voorstelling hebben. Wat is het dan wel?
In haar voorwoord zegt de schrijfster: "In dit boek wordt de relatie van het Nederlands met andere talen beschreven en de blijvende invloed die deze talen op het Nederlands hebben uitgeoefend of nog uitoefenen". Op de website van Van Dale lezen wij "Dit omvangrijke boek is zowel een woordenboek als een leesboek, een taalboek en een geschiedenisboek ......" en natuurlijk hadden we door de ondertitel "De invloed van andere talen op het Nederlands" al kunnen vermoeden dat het veel meer een boek óver (leen)woorden is dan een woordenboek. Het boek bevat een inleiding en drie hoofdstukken, gevolgd door een alfabetisch woordregister waarin verwezen wordt naar de bladzijden waar het betreffende woord aan de orde komt. In de uitgebreide, zeer leesbare inleiding wordt onder andere ingegaan op de opbouw van de Nederlandse woordenschat, de verschillende soorten ontleningen en de stadia waarin de leenwoorden in de taal ingeburgerd raken. Besproken wordt hoe ontlening in zijn werk gaat (mondeling of schriftelijk, direct of indirect via andere talen) en wat de redenen zijn van ontlening (noodzakelijk, omdat er bijvoorbeeld voor iets nieuws nog geen woord bestaat -- het woord cacao dat vanuit de inheemse Indianentalen van Zuid- en Midden-Amerika samen met het product zelf naar Europa is gekomen -- of niet-noodzakelijk, omdat er wel een woord voor bestaat maar het leenwoord een iets andere gevoelswaarde of meer prestige heeft: feestje/party, bediening/service). Daarnaast komt aan de orde hoe leenwoorden zich aanpassen aan het Nederlands in geslacht, klank, spelling en woordvorming, hoe ze zo ingeburgerd raken dat ze in het Nederlands een eigen ontwikkeling kunnen gaan doormaken en een betekenis kunnen krijgen die ze in de brontaal niet hebben. Bijvoorbeeld het woord spektakel, van het Franse spectacle, dat in het Frans alleen 'schouwspel, voorstelling' betekent maar dat in het Nederlands ook 'kabaal, herrie' kan betekenen. Ook wordt aandacht besteed aan de vraag hoe kan worden vastgesteld of een woord een leenwoord is, aan het belang van het dateren van een ontlening en aan de structurele effecten van leenwoorden op het Nederlands (bijvoorbeeld het gebruik van aan andere talen ontleende achtervoegsels, zoals -age (lekkage) en -es (lerares) uit het Frans). In de drie hoofdstukken worden de verschillende soorten ontleningen behandeld.
Het eerste en tevens langste hoofdstuk "Leenwoorden, geleende woorddelen en uitdrukkingen" behandelt de meest gebruikelijke wijze van ontlening, waarbij het vreemde woord zowel qua klank (en/of spelling) als qua betekenis geleend kan worden. Een aantal voorbeelden van woorden: imperium (uit het Latijn imperium), kompres (uit het Frans compresse), finish (uit het Engels finish) en vernuft (uit het Duits Vernunft) en van uitdrukkingen: sub rosa, au sérieux, after all, ins blaue Hinein.
Ook in Nederlandse dialecten komen aan andere talen ontleende woorden voor. Als in het Groningse woonachtige ben ik natuurlijk op zoek gegaan naar woorden die in het Gronings terecht zijn gekomen. Zo vond ik: diedeldaantjen ('flierefluiten' -- en volgens het Nieuw Groninger woordenboek van K. ter Laan ook 'heen en weer lopen, bezig zijn zonder te werken') van het Franse dandiner (schommelen, heen en weer bewegen) en donnermaierbesee, een uitroep van verbazing, die afkomstig zou zijn van het Franse donne moi un baiser (geef me een kus). Het woord (h)iepenkriet (koukleum -- en volgens het Nieuw Groninger woordenboek van K. ter Laan onder andere ook 'klein kereltje, sufferd, iemand die zwak van gestel is, kleinzerig kind') van het Griekse hypochondrion (onderlijf) dat via het Franse hypocondre (en beïnvloed door hypocriet) in het Gronings verzeild is geraakt. Een woord dat via het Hongaars is doorgegeven is haaidoeker (iemand die alles aandurft). Dit is afgeleid van het Turkse woord heiduk (lijfknecht in Hongaarse kleding) en herinnert aan de Turkse overheersing van een deel van Hongarije. Hoofdstuk 2 "Vertalende ontleningen", behandelt -- eveneens per taal -- de ontleningen waarbij het vreemde woord vertaald wordt door woorden in de eigen taal en waarbij zowel de betekenis als de samenstelling wordt overgenomen. Bijvoorbeeld het woord ezelsbrug dat een vertaling is van het Latijnse pons asinorum (brug van ezels), het hof maken van het Franse faire la cour. Bij dit soort onleningen worden soms vertaalfouten gemaakt. Als voorbeelden geeft de auteur het vlugschrift, dat vroeger vliegend blad werd genoemd als vertaling van het Franse feuille volante. De Franse naam werd in het Duits vertaald als Flugschrift (Flug = vlucht, het vliegen) en vervolgens fout in het Nederlands overgenomen als vlugschrift. Hoofdstuk 3 is getiteld "Betekenisveranderingen en betekenisontleningen" en gaat over ontleningen waarbij een reeds ingeburgerd woord een andere of een extra betekenis krijgt. Bij een betekenisverandering raakt de oorspronkelijke betekenis op de achtergrond: hoe kan een gulden (afgeleid van 'goud') anders ineens een zilveren gulden zijn? Een van de vele voorbeelden van betekenisontleningen is het woord batterij dat in de betekenis legerafdeling aan het Franse batterie is ontleend, maar dat vanuit het Engels tevens de betekenis energiebron heeft gekregen. Een extra betekenis kan ook uit dezelfde taal geleend worden: het woord eskader is in de 16e eeuw aan het Frans ontleend in de betekenis afdeling soldaten en in de 17e eeuw is de daarbij nog de betekenis afdeling oorlogsschepen geleend. Oorspronkelijk bevatte het boek nog een hoofdstuk 4 over de klank- en vormveranderingen die leenwoorden na introductie in het Nederlands kunnen ondergaan en een hoofdstuk 5 getiteld "Tweelingen en meerlingen", over woorden die meer dan eens in een bepaalde taal zijn geleend, maar waarbij de tijd van de ontlening of de weg waarlangs ze ontleend zijn verschillen. Deze hoofdstukken staan nu echter alleen op de bij het boek gevoegde cd-rom. Het Groot Leenwoordenboek is een leesboek, maar kan dankzij de cd-rom ook als naslagwerk worden gebruikt. Deze cd-rom bevat de complete tekst van alle vijf de hoofdstukken, het alfabetische register dat ook in de papieren versie is opgenomen en een extra taalspecifiek register waar een overzicht wordt gegeven per taal en dat op die manier laat zien welke invloed de afzonderlijke talen -- als ik goed heb geteld 86 in totaal -- op het Nederlands hebben uitgeoefend. Verder zijn op de cd-rom een uitgebreid literatuuroverzicht en alle -- per hoofdstuk gerangschikte -- noten (met literatuurverwijzingen) te vinden. Vanuit het woordregister kan worden doorgeklikt naar de plaats waar het betreffende woord in de tekst aan de orde komt en ook kan vanuit de tekst worden doorgeklikt naar het register. Zowel de tekst als het register kan op trefwoorden worden doorzocht en de cd bevat onder het kopje info een uitgebreide uitleg over de werking van de cd-rom, die overigens niet alleen geschikt is voor Windows maar ook voor Mac. Het mag duidelijk zijn dat het Van Dale Groot Leenwoordenboek geen woordenboek is in de ware zin des woords, maar wel een zeer informatieve, prettig leesbare, indrukwekkende verhandeling over allerlei invloeden die het Nederlands zoals wij dat nu spreken heeft ondergaan. |
| Presentatie van de nieuwe Grote Van Dale |
| Kath Starsmore |
|
Op 17 oktober jl. mocht ik namens de VZV samen met Bekende Nederlanders (Harry Mulisch en Hugo Brand Corstius), voor mij minder bekende Nederlanders (Raoul Heertje en Jan Mulder) en tig onbekende Nederlanders de presentatie van de nieuwe, 14e editie van de Dikke Van Dale bijwonen.
Bij aankomst in het Concertgebouw werden wij eerst op koffie met heerlijke zoete hapjes getrakteerd. Daarna gingen wij de zaal in, waar wij luisterden naar de toespraken van de directeur van Van Dale, de uitgever en de hoofdredacteur. Wij kregen te horen dat er aan de 14e editie ruim 42.000 redactie-uren zijn besteed. Tijdens die uren zijn o.a. ruim 9.000 nieuwe trefwoorden toegevoegd. De Dikke Van Dale is dus nog dikker geworden -- 160 pagina's dikker dan de 13e editie. Voor de 60.000 exemplaren van de eerste druk was dan ook 450.000 kilo papier nodig, papier dat van hout uit speciale houtpulpproductiebossen afkomstig was. De 39.000 kuub alpenwater die bij het productieproces gebruikt zijn, gingen na filtering terug naar de bron waaruit het water was opgepompt. De Grote Van Dale houdt rekening met de natuur. Het bandmateriaal -- aventurijnblauw -- is speciaal voor deze 14e editie in de VS ontwikkeld. Dit grijsblauw komt terug in het binnenwerk, waar voor het eerst een steunkleur wordt gebruikt. De etymologische informatie is namelijk in aventurijnblauw gedrukt. Daarmee is het onderscheid tussen betekenis-- en herkomstinformatie sneller te zien, wat het lezen makkelijker maakt en de opzoeksnelheid verhoogt. Een ander teken van vernieuwing is te zien in de naamgeving van het woordenboek: stond het voorheen bekend als het Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal, nu is de naam het Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal.
Na de speeches werd het woord gegeven aan stand-upcomedian Raoul Heertje. Op mijn lachspieren heeft hij echter niet gewerkt -- het zal wel aan mij liggen. Eigenlijk pleitte hij voor gebruik van minder woorden. Zoveel woorden hebben we toch niet nodig om met elkaar te kunnen communiceren? Het citaat van Gerrit Komrij was hem vast wel bekend: "Er klinken steeds meer woorden, maar er wordt steeds minder mee gezegd".
Het eerste exemplaar van de nieuwe editie, die uit drie delen plus een cd-rom bestaat, werd gepresenteerd aan Jan Mulder, die zijn toespraak begon met een lange lijst van samengestelde woorden uit de wereld van het voetbal, die de Dikke Van Dale waarschijnlijk nooit zullen halen. Hij vroeg zich echter wel af wanneer de derde betekenis van plofbal (ontploffende bal -- voetbalwedstrijd Anderlecht-La Louvière) zou worden toegevoegd.
Voor opname in het woordenboek gaan de makers van de Grote Van Dale er van uit dat "een woord pas in een algemeentalig woordenboek als de Grote Van Dale thuishoort als het burgerrecht heeft verkregen, dat wil zeggen als de spraakmakende gemeente het daadwerkelijk in gebruik genomen heeft". Meestal doet een woord daar minimaal een jaar of drie over, maar het opnameproces kan ook sneller verlopen (b.v. flitsscheiding, weblog -- pas in deze eeuw ontstaan) of langzamer (roadrunner, twilightzone -- uit de jaren 90 van de vorige eeuw). Van de nieuwe woorden kan tien à vijftien procent op de een of andere manier tot het Engels herleid worden. De logica van de Nederlandse schrijfwijze van deze woorden ontgaat mij echter. Men schrijft kennelijk robinhoodprincipe maar chief executive officer, onenightstand maar writer's block? En zo zijn er nog veel meer. De bronnen van deze vernieuwingen in de Nederlandse taal zijn o.a. de politiek (fortuynisme, sorrydemocratie, afbraakbeleid), de economie (bubbeleconomie, 24 uurseconomie, graaicultuur), het terrorisme (bomhond, schoenbom, zelfmoorddader) en de telefonie (belbundel, prepaid, flashgeheugen). Ook staan er nieuwe huis-, tuin- en keukenvondsten zoals cajunkruiden, fusiekeuken, versoaping en piepknor. Een geheel nieuwe categorie in de 14e Grote Van Dale vormen de allusies. Dit zijn woorden en uitdrukkingen die ontleend zijn aan cultuurverschijnselen als popmuziek, radio- en televisieprogramma's, beeldende kunst, boek- en filmtitels. Voorbeelden zijn candlelightgedicht, harrypotterbril, monalisaglimlach en williewortelbedrijf.
De bij de 14e editie van de Grote Van Dale geleverde cd-rom bevat de complete inhoud van het boek en ook nog duizenden extra samenstellingen, rijtjes werkwoordvervoegingen en verwarbare woorden (zogenoemde dubbelgangers als double -- doublé of bied -- biet -- beat). Bovendien is de allereerste editie van de Grote Van Dale uit 1864 op deze cd-rom gezet.
Wie liever de digitale versie gebruikt, zal het niet opvallen dat er bij het binden (in ieder geval wat mijn exemplaar betreft) iets niet helemaal goed is gegaan. De trefwoorden met beginletter 'u' zijn niet direct vindbaar. Een deel van deze trefwoorden (vanaf uitvlokken -- de rest is zoek) bevindt zich tussen de trefwoorden met beginletter 'v', die zelf ook niet in de goede volgorde staan. Het is te hopen dat dit alleen voorkomt in de presentexemplaren die na de presentatie uitgereikt werden, en niet in de gehele eerste oplage van 60.000! Buiten dit schoonheidsfoutje is het een prettig ogend, goed leesbaar woordenboek met een schat aan nieuwe informatie. Degene die dan up-to-date wil blijven, doet er ook goed aan een exemplaar aan te schaffen. |
| Het Nieuwe Van Dale Praktijkwoordenboek |
| Liena van Oijen |
|
Om met het goede te beginnen: het nieuwe tweedelige 'Van Dale Praktijkwoordenboek' Nederlands-Engels en Engels-Nederlands (met cd-rom) oogt zeer aantrekkelijk: robuuste kaft (mooie kleur) met een vrolijke gele binnenkant, een mooie, rustige opmaak en prettig aanvoelend papier. Het heeft bovendien iets wat ik voorheen alleen tegenkwam in geïllustreerde woordenboeken: kleine informatiekadertjes waarin een aantal termen over hetzelfde onderwerp bij elkaar staan. Dus niet: Wit-Rusland opzoeken om vervolgens naar de atlas of encyclopedie te moeten om uit te zoeken wat de hoofdstad is of hoe de inwoners heten: in het kadertje Wit-Rusland staat alles bij elkaar, hoe de inwoners heten (Belarusian), wat de hoofdstad is (Minsk), de munteenheid (Belarusian rouble) en zelfs het internationaal toegangsnummer voor telefonie, de aanduiding op de auto (BY) en de toevoeging bij een domeinnaam (.by).
Dit soort informatiekadertjes zijn er niet alleen voor landen, maar ook over allerlei andere nuttige onderwerpen -- over natrium, smokings (wordt naar gelang de gelegenheid vertaald als Tuxedo, dinner jacket of black tie, toch prettig om te weten), handige zinnetjes voor bellen of gebeld worden, het omrekenen van temperaturen, vloeistoffen, alles wat u wilde weten over varkensgeluidjes (grunts en oinks) of het verschil tussen dessert en desert (in toetjes in de woestijn). Leuk en leerzaam, en een leuk voorbeeld van het voordeel van een papieren woordenboek -- je komt toevallig en al zoekend iets tegen en leert iets wat je niet van plan was te leren. Mijn gevoelens worden al wat gemengder bij willekeurige raadpleging van verschillende specifieke lemma's: Borrelpraat zal inderdaad soms drivel zijn, maar meestal alleen idle chitchat of smalltalk. De nieuwe levensloopregeling staat erin, met de term die ook in de Troonrede wordt gebruikt, life-course savings scheme, maar geregistreerd partnerschap niet; het lemma geeft wel een keurige omschrijving, maar geen vertaling. Er bestaat echter sinds 2004 een Civil Partnership Act in het VK, dus had civil partnership voor de hand gelegen. Soms vind ik de vertaling onvolledig of weinig idiomatisch. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat iemand a wet person is, wel dat iemand wet is. Het E-N gedeelte geeft satsumamandarijn voor satsuma, maar het N-E geeft voor mandarijn alleen tangerine als vertaling van de vrucht, terwijl in het VK het woord satsuma als generieke term wordt gebruikt voor wat in Nederland mandarijntjes worden genoemd. Zijn psychische klachten inderdaad psychological complaints en niet psychological problems? Voorkennis is inderdaad foreknowledge, maar niet in de zin van 'handelen met voorkennis', waar het insider trading moet zijn. Mensensmokkel is meestal niet slave-running of frontier-running, maar people smuggling. Schmink wordt uitsluitend vertaald als greasepaint of make-up, maar het woord wordt vaak gebruikt i.v.m. kinderfeestjes, en dan is het face-painting. Ook was ik verbaasd dat de Britse spelling soms niet wordt gegeven als alternatief bij sommige werkwoorden (penalize, normalize en standardize -- wat in het VK altijd als penalise, standardise en normalise wordt gespeld). Een muggenzifter zou zich kunnen uitleven. Het is onvermijdelijk dat sommige woorden er niet in staan: sneltoets (op een telefoon), het onvolprezen Nederlandse begrip normen en waarden, voorgebakken (voor brood), invaller, buurtregisseur, hangjongeren, KEMA-keur, BNer en opleuken om maar een paar willekeurige voorbeelden te noemen. Maar helaas zitten er ook pijnlijke fouten in: het kadertje bij duif vertaalt dit gevogelte als pidgeon. Ouch. En dan de juridische terminologie. Ik probeer mij voor te stellen dat ik een beginnende vertaler ben die een dagvaarding, een contract of een juridische brief moet vertalen, maar geen gespecialiseerde woordenboeken tot zijn beschikking heeft. Ten eerste zocht ik certificaat van aandeel: dat is niet een share certificate (dat is weer een aandeelbewijs), maar een depositary receipt. (Deze fout stond ook in de eerste vDale N-E 19 jaar geleden in 1986, toen het door een collega in het NGV Mededelingenblad ook al werd opgemerkt. Van Dale had daar toen al zijn voordeel mee kunnen doen.) Aangezien certificaten van aandeel en certificaathouders in vrijwel alle statuten voorkomen, is dit een fout die ik zwaar aanreken. De Van Dale-gebruikers verdienen beter. Vennootschap wordt primair vertaald met partnership, wat ik een beetje merkwaardig vind, en het onderscheid tussen een naamloze vennootschap en een besloten vennootschap wordt niet helder gemaakt. Een merkengemachtigde is niet een trade-marks consultant maar een trade mark attorney (mark en niet marks en zonder koppelstreepje). Considerans, onverwijld, overwegende en voorzieningenrechter staan er niet in. Derdenbeslag en betekeningsexploit ook niet, maar conservatoir beslag wel, maar dan is de vertaling attachment (wat op zichzelf juist is), of garnish(ee) (niet juist en zeer misleidend door gebrek aan context). Advocaat geeft lawyer, barrister of solicitor, maar niet attorney of attorney-at-law. Dan geeft procureur ook weer solicitor. Aangezien de meeste advocaten tevens procureur zijn, zal een aankomende vertaler weinig begrijpen van het onderscheid of hoe dit duidelijk te maken. Een procuratiehouder is alleen in sommige zeer specifieke gevallen een deputy manager of een confidential clerk. De term Conclusie (van eis, antwoord, repliek en dupliek) staat er niet in. Depot geeft niet merkdepot. Oprichting geeft wel establishment, formation en foundation, maar niet incorporation. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Ook heb ik wat twijfels en opmerkingen over de voorbeeldzakenbrieven en het c.v. achterin het N-E deel:
Vreemd genoeg is het Engels-Nederlands gedeelte beter dan het Nederlands-Engels (misschien andere eindredacteuren?). De meeste onvolkomenheden zijn niet meer dan dat, onvolkomenheden, en kunnen worden geweten aan slordigheid of ruimtegebrek. Vergelijking tussen het Praktijkwoordenboek en de eerste E-N en N-E van Dale uit 1986 leert dat veel lemma's min of meer klakkeloos zijn overgenomen. Jammer. De vertaling van sommige juridische begrippen is echter ronduit zwak te noemen, en veel semi-juridische termen verdienen een betere vertaling. Daarbij moet worden aangekend dat het niet voor onze doelgroep bedoeld is en dat het tocht met kop en schouders uitsteekt boven vergelijkbare woordenboeken. Als conclusie zou ik dan ook willen stellen dat het nieuwe Praktijkwoordenboek prima zal voldoen voor zeer algemene teksten, en de informatiekadertjes zijn m.i. een aanwinst. Maar zelfs voor het vertalen van een gemiddelde zakelijke brief zal het te weinig houvast bieden en is het geboden om de vertalingen te checken in een Engels-Engels woordenboek. |
| Hoe een vertaler uit tolken ging -- dankzij artikel 42 van de Notariswet. |
| Ann Ulot |
|
Er zijn onder de VZV-leden vast wel eens mensen gebeld door een notaris met de vraag of zij willen komen tolken bij het passeren van een akte waarbij buitenlanders betrokken zijn. Mij werd dat al jarenlang gevraagd en ik had dat eigenlijk steeds geweigerd. Op een dag kwam ik er echter toch niet onder uit ..
Het was vrijdagochtend, 11.30, toen ik een telefoontje kreeg van een notariskantoor waarvoor ik die week een huwelijksvoorwaardenakte in het Engels had vertaald. Men had op stel en sprong een tolk nodig, want man en vrouw zaten nu op kantoor voor het passeren van de akte en de vrouw bleek onvoldoende Nederlands te spreken. Omdat het aanstaande echtpaar op maandag naar het buitenland ging om daar te gaan trouwen, moest er echt vandaag nog iemand komen -- maandag was te laat. Wat nu? Ik had weinig zin. Op vrijdag doe ik het altijd graag rustig aan. Bovendien ben ik geen tolk en heb ik als zodanig ook geen ervaring. En last but not least: hoe regel ik zo snel opvang voor mijn drie schoolgaande kinderen? Enigszins geërgerd beloofde ik dat ik zou kijken of ik iets -- of beter nog iemand -- kon regelen en zo snel mogelijk zou terugbellen. Veel bedenktijd had ik niet -- over een half uur moest ik immers al weer bij school staan. Er waren drie mogelijkheden. Ik zou natuurlijk zelf kunnen gaan (wat mij betreft de minst aantrekkelijke optie), maar ik zou ook iemand anders kunnen proberen te vinden (maar wie is zo flexibel om zijn plannen voor de dag om te gooien en zonder noemenswaardige voorbereiding te komen -- bovendien zou ook het rondbellen mij weer tijd kosten). Tenslotte zou ik ook kunnen terugbellen met de mededeling: zoekt u zelf maar een oplossing voor dit probleem, had u maar eerder moeten bedenken dat u een tolk nodig hebt. Het was echter een goede klant die me vaak werk bezorgt, dus ik wilde mijn zorgvuldig opgebouwde goodwill niet verspelen. Opeens bedacht ik nog een laatste mogelijkheid: ik zou de complete akte artikel voor artikel telefonisch met de vrouw kunnen doornemen, zodat zij precies wist waar ze voor ging tekenen en ik me niet in allerlei bochten hoefde te wringen. Ik belde en legde wat ik zelf een briljante oplossing vond voor. Na intern overleg tussen de verschillende juristen op het notariskantoor, kwamen zij tot het unanieme oordeel dat er ook in dit geval nog een tolk zou moeten komen. Het relevante deel van artikel 42 van de Notariswet luidt immers: Indien een verschijnende partij de taal van de akte niet voldoende verstaat, verschijnt mede een tolk, die zo mogelijk ook beëdigd vertaler is, die de zakelijke inhoud van de akte vertaalt. De akte wordt dan mede door hem ondertekend. Van zijn bijstand wordt in het slot van de akte melding gemaakt. Het maakte de notaris bovendien niets uit hoe laat ik kwam, als ik maar diezelfde dag nog kwam. Ik ging overstag, regelde iets voor mijn kinderen en toog vrijdagmiddag laat naar de notaris, zonder enig idee wat me te wachten stond. In de wachtruimte maakte ik kennis met het aanstaande bruidspaar en wachtend op de notaris spraken wij met elkaar in het Engels. Al snel kwam de notaris ons ophalen. Hij sprak gewoon Nederlands en wilde duidelijk niet dat ik nu al ging tolken -- kennelijk verstond de vrouw dus toch wel wat Nederlands. Aangekomen in het kantoor van de notaris, moest ik plaatsnemen naast de notaris, tegenover het aanstaande echtpaar. Nu ging de akte gepasseerd worden. De notaris legde uit dat hij de belangrijkste bepalingen van de akte zou gaan bespreken en dat ik zijn woorden vervolgens zou vertalen. Eerst werd de aanhef van de akte voorgelezen -- daar had ik het nog gemakkelijk. Vervolgens ging de notaris de hoofdzaak van alle bepalingen zo veel mogelijk in 'gewone' taal uitleggen in plaats van in juridisch jargon. Soms gaf hij daarbij ter verduidelijking nog een toelichting en moest ik meerdere zinnen tegelijk onthouden en vervolgens direct vertalen. Mijn eigen vertaling, die naast de Nederlandse akte op tafel lag, bood toen weinig of geen houvast meer. Ik moest me dan ook ontzettend goed concentreren. Bijkomende complicatie was dat de akte, nadat ik die vertaald had nog op een aantal punten was gewijzigd -- zonder dat ik daarvan op de hoogte was. Maar goed, ik sloeg me er redelijk doorheen en al snel konden de handtekeningen worden gezet -- ook ik moest mijn handtekening onder de akte plaatsen, waarna mijn eerste optreden als tolk een feit was. Een ervaring rijker besloot ik dat ik me toch niet al te vaak tot dit werk zou laten verleiden. Het is heel intensief en inspannend en je kunt je aandacht geen moment laten verslappen. Intussen was ik er nog steeds niet helemaal van overtuigd dat mijn aanwezigheid die dag inderdaad wettelijk verplicht geweest zou zijn. Navraag bij de KNB leerde echter dat er ook als de akte al volledig vertaald is nog een tolk moet komen. Dit moet gezien worden in het kader van de Belehrungspflicht van de notaris, zijn verplichting om mensen te adviseren en te informeren. Er is immers geen garantie dat de gemaakte vertaling ook gelezen is door degene voor wie hij bedoeld is. Op deze manier weten de belanghebbenden dus in elk geval nog in hoofdlijnen waar zij voor tekenen. De notaris voor wie ik gewerkt had, was zelfs heel zorgvuldig te werk gegaan door ook de akte zelf te laten vertalen; vaak wordt hiervan afgezien vanwege de kosten. Dit laatste klopt, zoals ik uit ervaring weet. Zelfs mensen die zich voor een half miljoen euro of meer in de schulden steken vinden een complete vertaling van de leverings- en hypotheekakte 'te duur' en volstaan met de relatief goedkope aanwezigheid van een tolk bij het passeren van de akte ... |
| Waarschuwing voor advertentiefraude |
|
Opnieuw komen er bij MKB-Nederland meldingen binnen van oplichting via advertentieverkoop. Ditmaal door het bedrijf GT, gevestigd in Gieten, postadres Assen. Het betreft het vermelden van bedrijfsgegevens op www.mkb-search.com. De praktijk is vergelijkbaar met het eerder gemelde mkbtoday/telmedia.
De fraudeurs gaan als volgt te werk: de ondernemer wordt telefonisch benaderd met de vraag of hij twee keer wil adverteren voor de prijs van één. De indruk wordt gewekt dat de advertentie wordt geplaatst in een "mkb" (dus MKB-Nederland-)blad. Nadat de argeloze ondernemer de per fax toegezonden offerte heeft ondertekend en geretourneerd, volgt een factuur van E 252,-. Tot zover niets aan de hand. Maar dan volgen er meer rekeningen en aanmaningen, want. hij heeft een contract getekend voor twee jaar waarvan hij één jaar moet betalen (immers twee voor één). Het bedrag van E 252,- blijkt slechts voor een maand te zijn. Kortom, er moet nog voor elf maanden worden betaald. De opdrachtbevestiging die is ondertekend is zeer slecht leesbaar. Verticaal aan de rechterkant van de bevestiging staat in zeer kleine lettertjes vermeld (naar verluidt niet te lezen) dat alle genoemde prijzen per maand zijn (excl. btw). Ondernemers die het slachtoffer van deze of andere advertentiefraude zijn geworden, kunnen voor ondersteuning terecht bij het Steunpunt Acquisitiefraude:
www.fraudemeldpunt.nl
Bron: Kaderinfo 18 van MKB-Nederland |
| Offerte schrijven: wat kun je vragen? |
|
Wat kun je vragen voor een opdracht als je kok, boekhouder, werktekenaar of decorateur bent? Dat is niet altijd even makkelijk in te schatten. Er zijn methodes om de juiste prijs te berekenen. Het uurtarief van een tegelzetter varieert van 18 tot 30 euro per uur, dat van een stoffeerder van 27,50 tot 35. Een stratenmaker rekent vanaf 17 euro per uur, een secretaresse tussen de 22 en de 55. Het gemiddelde uurtarief in Nederland ligt dit jaar op 55 euro, blijkt uit het tarievenonderzoek van de 'Prijzen & Tarievengids 2005/2006'. Samensteller Peter Bosman: "Uit onze enquête blijkt dat beroepen met lage uurtarieven wél vaak hoge inkomens hebben. Een bouwvakker met een tarief van 30 euro kan bij een 40-urige werkweek en een beetje overwerk makkelijk een jaarwinst van 60.000 euro halen. Een adviseur echter met een uurtarief van 200 euro kan op 15.000 euro winst blijven steken."
Te laag
"Een vast tarief bestaat niet. Je hebt te maken met verschillende factoren, zoals de duur van de opdracht (hoe langer, hoe meer zekerheid van werk, des te lager de uurprijs), het soort opdrachtgever, de mate van concurrentie en de onderhandelingsvoorwaarden. Daarnaast spelen ook opleiding en ervaring een rol en kunnen de tarieven regionaal variëren." "Met bepaalde methodes kun in de buurt komen van een redelijke vraagprijs. Ik heb er vijf ontwikkeld. Een daarvan, de meest eenvoudige, is een vergelijking maken met het werk in loondienst en daar, simpel gezegd, eigen kosten, zoals voor pensioenvoorziening en een arbeidsongeschiktheidsverzekering bovenop te zetten." "Een andere, meer ingewikkelde en subjectieve methode is de eigen marktwaarde berekenen. Opleiding en ervaring zijn in te delen in factoren. Lager beroepsonderwijs krijgt bijvoorbeeld factor 1, terwijl een universitaire opleiding factor 3 of meer krijgt. Door de gemiddelde marktwaarde te vermenigvuldigen met de factoren opleiding, ervaring en specialisme en vervolgens te delen door het aantal declarabele uren, rolt er een reële vraagprijs uit. Hier zijn tabellen voor. Door middel van een jaarlijkse enquête onder 130 beroepsgroepen, houd ik bij wat de gemiddelde marktwaarde is." © 2005 KVK 08 2005 |
| Levensloop |
| Wim de Braak |
|
Per 1 januari volgend jaar kunnen mensen voor de levensloopregeling kiezen. Zoals zo vaak is deze regeling beperkt tot mensen in loondienst.
Voor een deel van de zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) en de freelancers -- in totaal ca. 800.000 oftewel zo'n 15% van de Nederlandse werkende bevolking -- is de regeling niet weggelegd.
De zelfstandige met een bv heeft wel weer recht op de levensloopregeling. Het is mooi dat mensen met een bv wel recht hebben op de levensloop, maar waarom zij wel en degenen die niet in bv-vorm werken niet? Mensen moeten uit zuivere motieven kiezen in welke rechtsvorm zij hun bedrijf runnen, niet vanwege allerhande regelgeving.
Als je een levensloopregeling maakt, moet die ook voor de gehele loop van het leven gelden, ook voor de periode dat iemand als zelfstandige werkt.
We kunnen de wet voor 1 januari niet meer fundamenteel gewijzigd krijgen. Wat een oplossing zou zijn? Tref voor zzp'ers een regeling waarmee ze recht krijgen op levensloop in de inkomstenbelastingsfeer en zorg vooral voor uitwisselbaarheid wanneer zelfstandigen toch weer (tijdelijk) in loondienst gaan, en omgekeerd. Wim de Braak is actief als interim-manager. Daarnaast is hij sinds 2002 voorzitter van het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO).
Die artikel werd gepubliceerd in het Financieele Dagblad van dinsdag 25 oktober.
|
| Gelezen in het blad van de Franse zusterorganisatie SFT |
| Het Engelse Institute of Linguists, een van de twee belangrijkste vertalersorganisaties in het Verenigd Koninkrijk, met ongeveer 6000 leden in binnen- en buitenland, mag zich sinds juli 2005 Chartered Institute of Linguists noemen. De beroepsorganisatie heeft deze officiële koninklijke erkenning verkregen vanwege de hoge eisen die zij stelt aan vooropleiding en bijscholing van de leden. Volgens de bestuursvoorzitter stijgt door deze erkenning niet alleen het aanzien van de organisatie zelf, maar ook van de beroepsgroep als geheel. |
| Ledenmutaties |
| Het geassocieerd lidmaatschap van Jill Whittaker is beëindigd. |
| Colofon |
|
Het Bulletin is een periodieke uitgave van de
Vereniging Zelfstandige Vertalers.
De redactie van het Bulletin bestaat uit:
Kopij en berichten aan de redactie van het Bulletin:
Het bestuur van de VZV bestaat uit:
Algemene correspondentie VZV:
Voor meer informatie over de VZV:
Kopij voor het Bulletin dient in de vorm van een elektronisch tekstbestand te worden gericht aan het redactieadres. Bij overname uit andere bronnen dient de inzender zo nodig te zorgen voor toestemming en deze te vermelden bij aanlevering. De inhoud van het Bulletin valt onder de verantwoordelijkheid van de redactie, maar geeft niet noodzakelijkerwijs haar standpunt of dat van het bestuur weer. |