Jaargang 17, nr. 3 - september 2006

Inhoud
  1. Van de redactie
  2. Bericht van het bestuur
  3. De Europese Norm voor Vertaaldiensten
  4. Is er leven na de norm?
  5. Beroep op de vereniging
  6. De vereniging op survival
  7. "Piep" zei de muis
  8. Computervaria
  9. Freelance en VAR
  10. Handelsregisternummer ook in e-mail
  11. Colofon

Van de redactie
Vorig jaar omstreeks deze tijd schreven wij over het prachtige rustige herfstweer en ook nu kunnen we weer genieten van een fraaie nazomer.

Dat de echte herfst nog een beetje wordt uitgesteld zal niemand betreuren, maar dat de behandeling van de Wet gerechtstolken en beëdigde vertalers -- zoals blijkt uit het bericht van het bestuur -- keer op keer wordt opgeschoven is minder verheugend. Het bestuur zet zich samen met anderen enorm in om steeds weer onze standpunten aan de Tweede Kamer kenbaar te maken en heeft toch nog hoop dat het voorstel vóór 22 november behandeld zal worden. Verder bericht het bestuur over de ITI-brochure 'Translation, getting it right', waarvan een aantal zinnen in het blad De Talen worden besproken. In het blad wordt ook gewezen op het bestaan van de VZV, dus wie weet levert dat nog een paar nieuwe leden op. Last but not least wordt u in het bericht herinnerd aan de komende ALV, op 3 november in de Hortus Botanicus in Amsterdam.

De Europese Norm voor Vertaaldiensten zal een belangrijk agendapunt zijn en het is dan ook niet toevallig dat u in dit bulletin een samenvatting vindt van de presentatie van de voorzitter van de Nederlandse Normcommissie Vertaaldiensten, Vikas Sonak, tijdens de Algemene Ledenvergadering van 7 april 2006 en dat Marcus de Geus schrijft over het "leven na de norm".

Voor 'eenzame' vertalers is het van groot belang om aangesloten te zijn bij een beroepsvereniging. Hoe een beroepsvereniging in contact kan blijven met de leden en tegelijkertijd professioneel en slagvaardig kan zijn was de themavraag van een bijeenkomst die werd bijgewoond door Kristof Stachowski en Marianne Kersbergen, die hiervan verslag doen. Aansluitend hierop wordt het boek "De vereniging op survival" besproken door Marianne Kersbergen, die aan het slot van haar bespreking de theorie van dit boek toepast op de VZV.

In '"Piep" zei de muis' beschrijft Harold Alexander de software die hem moet helpen om nu voor de derde keer van zijn RSI-klachten af te komen. Christoph Bouthillier laat u vervolgens wederom delen in zijn ontdekkingen, waarschuwt u voor calamiteiten, maakt excuses voor zijn "Freselijk Fries" en beschrijft een nieuwe methode voor automatisch vertalen waarmee zelfs getracht wordt dolfijnentaal te ontcijferen. We sluiten het bulletin af met twee mededelingen uit verschillende kamerkranten.

We wensen u veel leesplezier en hopen dat u in groten getale aanwezig zult zijn op de ALV van 3 november.

Harold Alexander
Marcus de Geus
Hanneke Rutges

Inhoud

Bericht van het bestuur
Beste collega's,

In dit bericht van het bestuur informatie over lopende zaken en verder interessant nieuws.

Vertaalwijzer

Een aantal zinnen uit de ITI-brochure 'Translation, getting it right' wordt besproken in het nieuwste nummer van De Talen.
Velen van ons kennen dit blad misschien nog uit het verleden als De Drie Talen. De redacteur van het betreffende artikel, Jan Klerx, schreef me: "het blad lijdt sinds de afschaffing van de MO- en Staatsexamens een wat kwijnend bestaan, maar er zijn gelukkig nog genoeg abonnees (en inzenders) om het gaande te houden. Veel abonnees zijn hobbyisten, maar er zijn toch ook nog steeds mensen die het als oefenmateriaal gebruiken, nu voor het SNEVT-examen".

De werkwijze is nog steeds hetzelfde. Abonnees sturen hun vertaling van de opgave naar de redactie en deze wordt in het volgende nummer zin voor zin besproken. Bij elke zin staat de zin uit de brontekst, daarna de voorbeeldvertaling van de redactie en dan de bespreking van de varianten uit de inzendingen. De verschillende varianten zijn steeds gescheiden door schuine strepen. Daarnaast wordt in deze bespreking, ter vergelijking, ook steeds verwezen naar de vertaling als gebruikt in de Vertaalwijzer.
Bovendien worden de abonnees gewezen op het bestaan van de VZV en de mogelijkheid om Vertaalwijzers bij het secretariaat te bestellen.

Wetsvoorstel

Het wetsvoorstel 'Regels inzake beëdiging, kwaliteit en integriteit van beëdigde vertalers en van gerechtstolken die werkzaam zijn binnen het domein van justitie en politie (Wet gerechtstolken en beëdigde vertalers)' is nog steeds niet plenair behandeld in de Tweede Kamer. Wel hebben Hanneke Kerkhoven (namens de commissie Wetsvoorstel van het NGTV) en Marianne Kersbergen (namens de VZV, de ATVO en andere organisaties die zich bij de lobby hebben aangesloten) intensief contact gehad met fractievertegenwoordigers en vooral met Eske van Egerschot (VVD) die zich danig heeft ingespannen om binnen de vaste commissie Justitie van de Tweede Kamer bij de andere fracties draagvlak te creëren voor onze standpunten en daarin ook is geslaagd.

Ook de fractievertegenwoordigers van PvdA en CDA zijn namelijk van mening dat het wetsvoorstel in de huidige vorm niet deugt. Om dit met het ministerie van Justitie te bespreken stond op 28 juni in de ochtend een afspraak gepland voor technisch overleg met ambtenaren van het ministerie van Justitie en de fractievertegenwoordigers, maar dit overleg werd uitgesteld in verband met het nachtelijk debat over de kwestie Hirsi Ali, waarna het kabinet diezelfde middag nog viel.
Wat er daarna is gebeurd heeft iedereen in de kranten kunnen lezen: veel politiek krakeel, het zomerreces, verkiezingslijsten en verkiezingsprogramma's.

Toch is er nog hoop. Aangezien het kabinet missionair is tot 22 november, zou het wetsvoorstel vóór die datum nog behandeld kunnen worden.
De nu nog zittende fractievoorzitters zijn ook bereid om zich hiervoor in te zetten. Binnenkort vindt weer overleg plaats over de beste manier om dit te realiseren. Wordt vervolgd.

Algemene ledenvergadering 3 november

Onze volgende ALV vindt niet plaats in oktober zoals de laatste jaren gebruikelijk was, maar op vrijdag 3 november aanstaande.
Het bestuur heeft dit keer opnieuw een bijzondere locatie gevonden: de Hortus Botanicus in Amsterdam. Het programma van onze tweejaarlijkse bijeenkomst omvat naast de vergadering zelf ook een rondleiding met gids door de kassen van de Hortus, een receptie met genodigden en aansluitend diner. Laat deze gelegenheid om de contacten te versterken en (opnieuw) kennis te maken met de Hortus Botanicus dus niet aan je voorbijgaan en noteer de datum nu meteen in je agenda.

Namens het VZV-bestuur,

Marianne Kersbergen,
voorzitter

Inhoud

De Europese Norm voor Vertaaldiensten
Vikas Sonak
Samenvatting van de presentatie van Vikas Sonak, voorzitter van de Nederlandse Normcommissie Vertaaldiensten, tijdens de Algemene Ledenvergadering van 7 april 2006

Inleiding

De nieuwe Europese norm voor vertaaldiensten is tot stand gekomen dankzij het toegewijde werk van belanghebbenden uit 28 Europese landen. Deze nieuwe norm zal alle bestaande nationale normen op het gebied van vertaaldiensten vervangen, zoals de Duitse DIN 2345, de Oostenrijkse Önorm D 1200 en de Italiaanse UNI 10574.

Het project voor de Europese norm is uitgevoerd onder auspiciën van CEN, het Europese Comité voor Normalisatie. De Nederlandse inbreng is verzorgd door een commissie onder begeleiding van NEN, het Nederlandse Normalisatie-instituut. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van o.a. brancheorganisaties, onderwijsinstellingen, overheidsinstellingen en bedrijven. De VZV is in deze normcommissie vertegenwoordigd door Marcus de Geus, die gedurende het gehele project een zeer actieve bijdrage heeft geleverd.

Waarom deze Europese norm?

We weten allemaal uit de praktijk dat de vertaalbranche een bonte verzameling is van dienstverleners, variërend in kwaliteit van zeer goed tot bedroevend (en zelfs beschamend) slecht. Omdat een eenduidige professionele accreditatie ontbreekt, is het voor afnemers van vertaaldiensten erg moeilijk de goeden te scheiden van de slechten. Er is dan ook lange tijd behoefte geweest aan een heldere en eenduidige beschrijving van de verschillende aspecten die een rol spelen bij het leveren van kwalitatief hoogwaardige vertaaldiensten, met andere woorden een handvat voor zowel de afnemer als de aanbieder van vertaaldiensten. De nieuwe norm voorziet in deze behoefte. Voor de aanbieder kan de norm als leidraad dienen bij de inrichting van de dienstverlening of als meetlat bij zelfevaluatie. Voor de afnemer kan de norm behulpzaam zijn bij de keuze van een vertaler of vertaalbureau. Het is zeer verheugend dat het hier een Europese norm betreft; dit betekent dat Europa-breed dezelfde meetlat wordt gehanteerd bij de beoordeling van vertaaldiensten. We hopen dat de norm een positief effect zal hebben op het aanzien van het beroep en op de kwaliteit van vertaaldiensten.

Aard van de norm

De nieuwe Europese norm is geen productnorm, maar een procesnorm. Hij gaat niet over de kwaliteit van een vertaling als zodanig, maar over het proces dat aan de dienstverlening ten grondslag ligt. Een goed proces biedt weliswaar geen absolute garantie voor een goed vertaalproduct, maar voor de afnemer is een professionele dienstverlening net zo belangrijk als een deugdelijk product. Het leveren van professionele vertaaldiensten houdt meer in dan alleen het vertalen als zodanig; het betekent ook goed relatiebeheer, een degelijke administratie, kwaliteitsborging, het op peil houden van kennis en kunde, enz. De kracht van deze norm zit in het feit dat hij ontwikkeld is door mensen die zelf betrokken zijn bij de vertaaldienstverlening - als aanbieder, afnemer, opleider of branchevertegenwoordiger. Het is in feite de neerslag van 'best practices' uit de vertaalpraktijk. Als lid van de VZV, een vereniging van mensen die het vertaalvak zeer serieus nemen, zult u merken dat u al aan de meeste eisen van de norm voldoet. En voor zover dat niet het geval is, zal de norm u helpen uw processen te formaliseren en te optimaliseren.

Inhoud van de norm

De norm is ingedeeld in een aantal hoofdstukken waarin de eisen ten aanzien van verschillende aspecten van de dienstverlening worden gedefinieerd. Zo is er in het hoofdstuk "Basiseisen" aandacht voor o.a. de vakbekwaamheden van vertalers en revisoren en een kwaliteitszorgsysteem, terwijl het hoofdstuk "Procedures voor vertaaldiensten" aandacht besteedt aan zaken zoals administratie en het vertaalproces zelf.

Toepassing van de norm

De norm geldt niet voor tolken; hij is uitsluitend bedoeld voor vertaaldiensten.
Hij is zo opgesteld dat hij van toepassing kan zijn op zowel individuele vertalers als vertaalbureaus. Met name bij freelancers bestaat enige ongerustheid ten aanzien van sommige eisen, zoals de eis van revisie door een tweede persoon. De norm biedt echter voldoende ruimte aan kleine vertaalbureaus en individuele vertalers om op hun schaal ook aan de vereisten te voldoen. Om te voldoen aan het revisievereiste kan een individuele vertaler bijvoorbeeld samenwerken met een collega of een vertaalbureau (en in veel gevallen zal dat het vertaalbureau zijn waarvan deze vertaler de vertaalopdracht heeft ontvangen). De opstellers van de norm hebben gemeend -- uiteraard op basis van "best practices" uit het vertaalvak -- dat een dergelijke revisie een essentiële processtap is bij het leveren van hoogwaardige vertaaldiensten. Het is belangrijk te weten dat het uiteindelijk de afnemer en de aanbieder zijn die samen bepalen in hoeverre de norm bindend is en of bepaalde delen van de norm in bepaalde gevallen niet van toepassing zijn. Om een voorbeeld te noemen: in het geval van in Nederland minder voorkomende talen zouden de partijen kunnen afspreken de eis met betrekking tot revisie te laten vallen.

Marktwerking

De norm biedt afnemers houvast bij de keuze van een aanbieder. Het is denkbaar dat de norm op termijn een gunstige werking heeft en dat hij de afnemers bewust maakt van het verschil tussen professionele en niet-professionele dienstverleners.

Wat betreft de tarieven: het is mogelijk dat in sommige gevallen toepassing van de norm tot een verhoging van de tarieven leidt, maar daar staat dan tegenover dat de kwaliteitsborging en de transparantie worden verbeterd. Tariefsverschillen zullen er altijd zijn. Zo functioneert immers de vrije markt. Er zullen ook vertalers en vertaalbureaus zijn die ervoor kiezen helemaal niet volgens de norm te werken. Het is uiteindelijk aan de afnemer om te beslissen waar hij zijn vertaalwerk wil inkopen, en hoeveel geld hij daarvoor over heeft. Hoe dan ook, het is aan ons, als professionele vertalers, om ons voortdurend in te zetten voor een beter begrip voor ons vak. Dat zal uiteindelijk leiden tot een betere waardering -- en daarmee een meer verantwoorde beloning -- van ons werk.

Ik wens alle leden van de VZV veel succes met het toepassen van de norm. U heeft er mede voor gezorgd dat deze norm tot stand gekomen is; ik hoop dat u ook actief zult bijdragen aan het promoten ervan.

Inhoud

Is er leven na de norm?
Marcus de Geus
Nu er een Europese "vertaalnorm" is en zelfs een Nederlandse vertaling daarvan (voluit: Nederlandse norm NEN-EN 15038:2006 Vertaaldiensten -- Eisen aan de dienstverlening), is de vraag natuurlijk: "Hoe nu verder?".

De vertaalnorm (die, zoals Vikas Sonak elders in dit Bulletin uitlegt, een procesnorm is, geen productnorm) beschrijft de uitgangspunten en de gang van zaken die ervoor zorgen dat een vertaling volgens de norm tot stand komt. Uitgangspunt daarbij is dat het volgen van de norm de beste garantie biedt voor een goede vertaling. Wat er niet in staat, althans niet met zo veel woorden, is hoe een zelfstandige vertaler zijn of haar zaken het beste kan regelen om ook volgens de norm te kunnen werken. En wat er al helemaal niet in staat, is hoe anderen (bijvoorbeeld opdrachtgevers) kunnen zien of iemand die zegt volgens de norm te werken dat ook werkelijk doet, of zelfs maar kán doen.

Het zal duidelijk zijn: naast de norm is er meer nodig. Het is niet voldoende om alleen een norm vast te stellen; er moet daarnaast ook een praktische leidraad komen voor het gebruik van de norm en bovendien moet op de een of andere manier kunnen worden gecontroleerd of inderdaad volgens de norm wordt gewerkt wanneer dat wordt beweerd. Let wel: er staat nergens dat er altijd volgens de norm móet worden gewerkt, maar als een vertaler er prat op gaat volgens de norm te kúnnen werken, moet dat natuurlijk wel gestaafd worden.

Betekent dit nu dat we weer voor een aantal jaren vastzitten aan een ingewikkeld proces waarbij op Europees niveau moet worden overlegd, met alle kosten van dien? Gelukkig niet. Een Europese norm moet weliswaar in Europees verband tot stand komen, maar dat geldt niet voor een eventuele bijbehorende certificeringsprocedure en de beoordelingscriteria die daarbij worden toegepast. Dat betekent dat in principe iedereen -- dus ook de VZV -- vrij is zoiets op te stellen. Nu kunnen we als vereniging wel een lijstje gaan maken met de dingen die een normvaste zelfstandige vertaler volgens ons in huis zou moeten hebben en voorbeelden van alle zaken die bij het vertaalproces aan bod zouden moeten komen, en dat lijstje vervolgens tijdens een plechtige ceremonie door ieder lid laten ondertekenen, maar daarmee zijn we er natuurlijk nog niet. Wie garandeert immers dat we bij het samenstellen van ons lijstje geen fouten maken, of zaken over het hoofd zien? Sterker nog, wie zegt dat de andere partijen op de vertaalmarkt, zoals onze opdrachtgevers en onderaannemers, onze zienswijze delen? De kans is klein dat een dergelijk document door alle marktpartijen buiten de VZV zal worden geaccepteerd. Reken maar dat er binnen de kortste keren een andere partij opstaat die een eigen versie uitbrengt. Voor je het weet heeft iedereen zijn eigen voorschriften opgesteld en kun je door de bomen het bos niet meer zien. En dan heb ik het nog niet eens over het vaststellen van procedures waarmee kan worden aangetoond dat een vertaler daadwerkelijk aan de eisen van de norm voldoet, de kern van certificering -- en daar zal het toch van moeten komen.

Wil de vertaalnorm in Nederland, maar ook daarbuiten, bijdragen tot een hogere kwaliteit van vertalingen en vooral ook tot een hoger aanzien van kwaliteitsvertalers, dan zal er in bredere kring moeten worden overlegd over de beste manier om de norm in de Nederlandse praktijk toe te passen. Daarbij zou het natuurlijk handig zijn om gebruik te maken van de inmiddels opgedane ervaring op normgebied. Gelukkig lijkt het erop dat de leden van de huidige normcommissie (waaronder ikzelf als vertegenwoordiger van de VZV) bereid zijn de draad op te pakken en te proberen de nodige certificeringsprocedures en in elk geval de bijbehorende beoordelingscriteria te formuleren. Aangezien de normcommissie wordt bevolkt door vertegenwoordigers van alle partijen op de Nederlandse vertaalmarkt, is de kans zeer groot dat het resultaat nationale status verwerft. Bovendien verliep het overleg over de inhoud van de Europese vertaalnorm in NEN-verband erg vlot (en reken maar dat er veel gewikt, gewogen, geschreven en geschrapt is; ik durf zelfs te beweren dat de norm in zijn uiteindelijke vorm voor een aanzienlijk deel een Nederlands product is). Dit doet in elk geval vermoeden dat alle partijen er in het verdere overleg ook wel zonder ernstige moeilijkheden en binnen afzienbare tijd uit zullen komen.

Wat betekent dit alles nu voor ons, leden van de VZV?

Om te beginnen zullen we ons binnenkort, op de algemene ledenvergadering in november, moeten uitspreken over verdere deelname van de VZV aan het geschetste proces. Gelukkig zullen de kosten daarvan binnen de perken kunnen blijven. Er is immers geen overleg op Europees niveau meer nodig en daardoor kunnen we het ook zonder de steun van het Nederlandse Norminstituut stellen. Daarmee is volgens mij meteen het grootste, zo niet het enige, bezwaar tegen deelname door de VZV weggenomen.

Verder zullen we moeten gaan bedenken welke vorm certificering en beoordeling volgens ons moeten gaan krijgen en welke afspraken we daarover willen kunnen maken met de overige marktpartijen. Denk daarbij aan vragen als: "Is een VZV-lid qualitate qua normvast?", "Als dat zo is, controleert de VZV dan zelf haar leden en hoe vaak?" en "Wie controleert de VZV en hoe?".

Bovendien, maar dat geldt meer voor onze eigen kring, is het zaak om praktijkrichtlijnen en adviezen op te stellen die een zelfstandige vertaler desgewenst in staat stellen volgens de norm te werken zonder dat daarvoor het wiel opnieuw hoeft te worden uitgevonden. Denk daarbij aan zaken als beheer van klantgegevens, inboeken van ontvangen opdrachten, enz.

Dat de Europese vertaalnorm er zou komen, daar viel niet aan te tornen. Dat de norm uiteindelijk een vorm heeft gekregen waar wij als zelfstandige vertalers ook mee kunnen werken, hebben we voor een groot deel aan onszelf te danken. Nu de Europese vertaalnorm een feit is, is het mede aan ons om ervoor te zorgen dat hij ook zo goed mogelijk gaat worden toegepast.

Inhoud

Beroep op de vereniging
Kristof Stachowski en Marianne Kersbergen
Verslag expertmeeting 'Beroep op de vereniging' van Civiq op 1 juni 2006 in Utrecht.

De themavraag voor deze bijeenkomst van een halve dag luidde: "Hoe kunt u als beroepsvereniging in contact blijven met uw leden en tegelijkertijd professioneel en slagvaardig zijn?".
Na een algemene inleiding is deze vraag in drie werkgroepen vanuit verschillende invalshoeken besproken. Hierbij konden de deelnemers hun praktijkervaringen uitwisselen. Het deelnemersveld bestond uit bestuurders en medewerkers van een zeer gevarieerd scala aan beroepsverenigingen (van onder meer ingenieurs, dierenartsen, tandartsen, mondhygiënisten, pedagogen en onderwijskundigen, tekstschrijvers en vertalers).

Een eenduidig antwoord op de themavraag hebben we niet gekregen, maar wel veel stof tot nadenken, een verrijkend inzicht in de verschillende vormen van beroepsverenigingen en de conclusie dat vrijwel alle (beroeps)verenigingen op enig moment geconfronteerd worden met problemen die hun voortbestaan bedreigen. Echt concrete antwoorden heeft de workshop ons ook niet opgeleverd. Wel is ons duidelijk geworden dat geen enkele vereniging ooit een situatie bereikt, waarin alle leden tegelijkertijd actief aan de vereniging deelnemen.

De bijeenkomst werd besloten met een voordracht door de heer Felix Cohen, directeur van de Consumentenbond. Hij gaf ons een kijkje in de keuken van deze professioneel aangestuurde vereniging met meer dan 600.000 leden, die zich voornamelijk klant voelen. Een groter contrast met onze Vereniging Zelfstandige Vertalers is bijna niet denkbaar.

Inhoud

De vereniging op survival
Marianne Kersbergen
Het boekwerk "De vereniging op survival", met overlevingsstrategieën voor hedendaagse verenigingen, biedt een theoretisch kader met modellen, strategieën en mogelijkheden voor verenigingen in een veranderende maatschappij. Het is een vrij abstract werk dat zich moeilijk laat vertalen naar de concrete situatie van de VZV, maar ik wil hierbij toch een poging wagen.

Theorie

Verenigingen onderscheiden zich van andere organisatievormen door een combinatie van kenmerken. Ze brengen mensen met een gedeelde interesse of gezamenlijk belang bij elkaar. Het formele eigenaarschap ligt bij de leden, die gezamenlijk besluiten over de koers van de vereniging. De besluitvorming is gebaseerd op democratische principes.

Net als alle verenigingen heeft een flink aantal beroepsverenigingen te maken met teruglopende ledenaantallen en met leden die zich meer als klant gedragen dan als mede-eigenaar van de vereniging. De bereidheid om in werkgroepen actief te zijn of in het bestuur te zitten neemt af.

De binding van beroepsbeoefenaars met hun beroepsvereniging verandert. Beroepsverenigingen merken dat onder meer doordat de leden zich gedragen als consumenten die iets terug willen krijgen voor hun contributie. De verschillen tussen de oude garde en de nieuwe generatie professionals vraagt om andere vormen van betrokkenheid. De moderne beroepsvereniging is veelal een achterbanorganisatie, waarbij het grootste deel van de leden niet actief is.

Functies en processen in de vereniging

De beroepsvereniging heeft drie functies of aandachtsgebieden die elkaar onderling beïnvloeden.

  • Strategische belangen positioneren: behartigen van de belangen van de beroepsgroep tegenover andere partijen in de samenleving;
  • Collectief organiseren door zelfregulering: inhoud en vorm geven aan het vakmatige en bedrijfsmatige gezicht van de aangesloten leden;
  • Individueel profiteren: leveren van collectieve diensten en individuele service aan leden.

Meer in het algemeen zijn in verenigingen drie kernprocessen te onderscheiden waarvan er vaak één dominant is en bepalend voor het type vereniging en de lidmaatschapsmotieven.

  • Wederzijdse ondersteuning. Het succes van dit proces ligt in de persoonlijke verbanden met gelijkgezinden, het gevoel van saamhorigheid, de gedeelde identiteit op basis van de normen en waarden van de vereniging. Leden zijn de zeer betrokken eigenaars van de vereniging en zijn bereid geld én tijd te steken in vrijwilligerswerk. (Bijvoorbeeld: sportverenigingen, patiëntenverenigingen)
  • Dienstverlening. Het succes van dit proces wordt bepaald door het vermogen van de organisatie om met haar diensten te kunnen concurreren. Tegenover de kosten van het lidmaatschap staat een directe tegenprestatie. Leden zijn meer klanten dan eigenaars. (Bijvoorbeeld: ANWB, Consumentenbond)
  • Beïnvloeding en belangenbehartiging. Het succes van dit proces hangt af van de positionering van de vereniging ten opzichte van andere politieke en maatschappelijke partijen. De vereniging moet als eenheid naar voren treden waarbij het algemene belang zwaarder weegt dan het individuele belang. Leden zijn donateurs; ze dragen de gemeenschappelijke zaak een warm hart toe en verschaffen de vereniging de financiële middelen om het doel te verwezenlijken. (Bijvoorbeeld: Greenpeace, Amnesty)

Geboorte, groei en volwassenheid van de vereniging

De oorsprong van elke vereniging ligt bij enkele mensen die iets met elkaar delen en zich daarop verenigen. In de pioniersfase zijn alle leden zeer nauw betrokken bij het wel en wee van de vereniging. De primaire reden voor de vereniging is nog heel actueel. De leden van de vereniging zetten ook makkelijk eigen financiële middelen in om de beoogde resultaten te halen. Vergoeding van onkosten of afwegen van kosten en opbrengsten is niet aan de orde.

Een succesvolle vereniging groeit. Een belangrijke kenmerk van de groeifase is het ontstaan van verschillende soorten leden. Mensen die om uiteenlopende redenen lid worden en een andere betrokkenheid met de vereniging hebben dan de leden van het eerste uur.

De volwassen vereniging is in staat een achterban met diverse wensen en motieven op verschillende manieren te bedienen en beweegt zich op verschillende speelvelden tegelijk, zoals collectieve en individuele dienstverlening voor de leden, belangenbehartiging bij overheid of op de markt, voorlichting en ledenwerving. De volwassen vereniging probeert het contact met zowel actieve als passieve leden te bevorderen en wordt verder vaak gekenmerkt door een interne discussie over de verdeling van altijd schaarse menskracht en middelen.

In de volwassen vereniging moet wel ruimte zijn en blijven voor vernieuwing en verandering. Er moeten voldoende nieuwe leden binnenkomen die zich ook daadwerkelijk mengen in de besluitvorming en zich aangesproken voelen door doel, werkwijze en cultuur van de vereniging. Als er niet voldoende ruimte is voor nieuwe initiatieven en als het ledenaantal terugloopt, begint de vereniging te verstenen. Weinig vernieuwing in aanbod en leden leidt ook tot een gebrek aan doorstroming van bestuurders, wat nadelig is voor de bestuurscultuur en potentiële nieuwe bestuurders afschrikt. Verstenen is dus een zichzelf versterkend proces.

Praktijk -- De theorie toegepast op de VZV

De VZV voldoet aan alle bovengenoemde functies van de beroepsvereniging. Van de drie kernprocessen zijn op de VZV vooral wederzijdse ondersteuning en belangenbehartiging van toepassing. De leden van de VZV zijn daarmee voornamelijk leden-eigenaars en leden-donateurs.

De VZV bestaat 15 jaar en is in de tijd gezien de pioniersfase voorbij, ook al zijn er nog aardig wat kenmerken van een pioniersvereniging overgebleven, waaronder het feit dat de werkzame leden (bestuur en commissies) niet alleen belangeloos hun tijd geven voor het verenigingsbelang, maar grotendeels ook zelf hun onkosten dragen. De leden, met name die van het eerste uur, zijn zeer betrokken bij het wel en wee van de vereniging en doen actief mee aan de besluitvorming. Heel veel van hen hebben al eens een bestuursfunctie of taak in een commissie gehad.

De VZV heeft daarnaast alle kenmerken van een volwassen vereniging die zich op veel verschillende terreinen inspant om de belangen van het collectief en de individuele leden te behartigen. Er is een bestand van actieve en passieve leden die om uiteenlopende motieven lid zijn geworden.
Anderzijds is er sprake van een zeer beperkte groei van het ledenaantal en lijken nieuwe, jongere leden minder tijd of zin te hebben om actief betrokken te zijn bij de besluitvorming en de activiteiten van de VZV. Vernieuwing en verwezenlijking van onze ambities voor de toekomst stuiten daardoor op gebrek aan menskracht en financiën.

Kortom, nog uitdagingen genoeg voor bestuur en leden van de VZV om met de vereniging een nieuwe bloeiperiode in te gaan.

De vereniging op survival -- Marike Kuperus, ISBN 90-72934-35-0

Inhoud

"Piep" zei de muis
Harold Alexander
Men zegt dat je niet twee keer door bliksem getroffen wordt. Dat gaat helaas niet op voor RSI, zoals ik nu voor de derde keer ervaar. De eerste keer -- vooral de rechter elleboog -- lukte het met kleine aanpassingen van de pijn af te komen: muis naar de linkerkant, meer gebruik van sneltoetsen, en het tennissen heb ik ook opgeven (niet voor niets stond een "muisarm" vroeger bekend als "tenniselleboog"). Ook liet ik mij niet meer zo opdrijven 's avonds en weekends lang door te werken. De tweede keer -- beide ellebogen, de onderarmen en de schouders een beetje, en tintelende vingers -- kostte het meer moeite ervan af te komen.

Ruim zes maanden later, na vele uren bij fysiotherapeut en acupuncturist, nog meer gebruik van spraakherkenning op de computer, veel bewuster (dacht ik) bezig zijn en rustiger aan doen en ik kon weer normaal, pijnvrij werken, hockey spelen, tanden poetsen en al die andere dingen doen die zo lang niet normaal en pijnvrij konden.

Helaas, slechts twee jaar later en ondanks al mijn voorzorgsmaatregelen heb ik nu voor de derde keer last. Deze keer gaat het vooral om de nek en schouders en deze keer lijkt het nog moeilijker om er vanaf te komen. Over "hardnekkigheid" gesproken... Hoewel de fysiotherapeut de ergste pijn ondertussen heeft weggemasseerd en de meeste spieren los heeft gekregen, wil het maar niet lukken langer dan een uur of twee vertalend achter de computer te zitten zonder weer die vreselijke pijnen in nek en schouders te voelen.

Maar daar gaat het in deze bijdrage niet om! Het gaat mij nu even om de elektronische eierwekker, oftewel de pauzesoftware. Wat is pauzesoftware? "Pauzesoftware is programmatuur die de gebruiker waarschuwt als hij of zij te lang achtereen of met een te hoge intensiteit aan het werk is op de computer", staat te lezen op de website van de RSI patiëntenvereniging (www.rsi-vereniging.nl). Om RSI te voorkomen is het blijkbaar nuttig en nodig heel vaak en heel regelmatig pauzes te houden. Volgens de beide programma's die ik bekeken heb is het wenselijk elke drie of vier minuten een zogenaamde micropauze van 20 of 30 seconden in te lassen. Daarnaast wordt afgeraden langer dan 30 minuten achter elkaar achter het toetsenbord te zitten; dan hoort er een langere pauze genomen te worden van een minuut of tien, het liefst met rek- en strekoefeningen. Tot slot moet er ook een daglimiet aan je werk zitten. Hoe graag wij ook van 's morgens vroeg tot 's avonds laat zouden willen doorwerken, is het uit RSI-oogpunt wenselijk er op een gegeven moment een punt achter te zetten.

Allebei de programma's die ik heb bekeken -- WorkPace (plm. EUR 40, www.workpace.nl/) en Workrave (gratis, www.workrave.com/) -- bieden minstens deze functies, en tonen ook geschikte oefeningen. Daarbij biedt WorkPace een veel uitgebreider arsenaal aan oefeningen en ook nog rapportagehulpmiddelen waarmee je heel snel in de gaten hebt dat je ondanks je goede voornemens echt veel te lang bent blijven doorwerken, zelfs als je dacht van niet. Wenselijk, nuttig, nodig... maar in de praktijk o zo irritant! Ooit geprobeerd een lastige zin te vertalen en na 3 of 4 minuten, net als je je gedachten op een rij hebt en de juiste woorden in de juiste volgorde: "Piep!" zegt de computer, het toetsenbord gaat op slot en er verschijnt een melding "Micropauze" met een aftelbalk die aangeeft hoeveel seconden je nog moet wachten voordat de computer weer doet wat je wilt. Weg gedachten, weg mooie vertaling en je kunt opnieuw beginnen. Althans als je een geheugen hebt zoals het mijne. En dan de stress die het programma veroorzaakt vlak voor het verstrijken van de periode van 30 minuten waarna je geacht wordt oefeningen te doen, op te staan en gedurende 10 of meer minuten niet te werken. Om maar te zwijgen van het bijna bereiken van de daglimiet (slechts tweeëneenhalf uur in mijn geval).

Net zo min als het meevalt om als je geconcentreerd aan het vertalen bent regelmatig en vaak te pauzeren, net zo min valt het mee met pauzesoftware te leven. Wel kan ik je aanraden een van deze programma's een keer te proberen. Want je gelooft anders niet hoe weinig je eigenlijk mag werken wil je gezond blijven. Overigens bieden beide genoemde programma's ruime instelmogelijkheden: je kunt de lengtes van de pauzes en de tussenliggende periodes naar believen instellen. Ook kan je de programma's min of meer dwingend maken: krijg je alleen een waarschuwing of gaat de computer echt op slot. WorkPace geeft ook uitgebreide informatie over wat aanbevolen wordt en heeft een "Wizard" om je daarbij te helpen; het maakt namelijk uit of je het programma gebruikt uit preventief oogpunt (de tussenperiodes kunnen langer en de pauzes korter) of om van min of meer ernstige RSI-klachten af te komen.

Ga voor meer informatie eens een keer snuffelen op de site van de RSI patiëntenvereniging. Maar vooral: laat het liefst niet zo ver komen, al was het alleen maar om je de ergernis te besparen van het moeten gebruiken van zo'n programma.

Inhoud

Computervaria
Christoph Bouthillier
Vissen gissen

The Economist van juni 2006 verschaft een overzicht over recente ontwikkelingen in automatisch vertalen. De essentie van het artikel is dat de tot niet zo lang geleden gebruikte strategie van vooraf 'hard' programmeren van formele taalkundige regels in dergelijke programmatuur inmiddels grotendeels is verlaten ten faveure van 'brute' statistieke analyse van de frequentie waarmee bepaalde woordencombinaties vaker bij elkaar staan dan anderen. Daarbij worden die frequenties in enorme tekstcorpora vergeleken met die in een andere taal. Daaruit blijkt dat deze methode grotere flexibiliteit en nauwkeurigheid biedt dan de vroegere regelgebaseerde aanpak. Zo is er inmiddels een door het Amerikaanse leger ontwikkeld apparaatje met de naam 'Babylon' dat vrijwel willekeurige Engelse teksten via spraakherkenning, machinevertaling op statistieke grondslagen en tenslotte spraaksynthese omzet in Iraaks Arabisch en andersom. Een treffende naam gezien de ligging van de toren destijds.

De methode wordt zelfs als zo krachtig beschouwd dat men verwacht zelfs eentalige, volkomen nieuwe/onbekende teksten te kunnen ontsluiten. Als voorbeeld wordt het Voynich manuscript uit de 15e eeuw genoemd, 20.000 woorden groot, bewaard in Yale en geschreven in een tot nu toe volslagen raadselachtige taal zonder klinkers; geen enkel woord is tot op heden ontcijferd (zie www.voynich.nu). Er zullen pogingen worden ondernomen om de tekst op basis van alleen de structuur te ontcijferen. Ook wordt er gewerkt aan 'vissen gissen': het ontcijferen van dolfijnentaal met de beschreven methode. De door die beesten omgeroepen eigen 'ID' schijnen ze in elk geval al te hebben ontcijferd. Zo sluit zich de cirkel naar de vertalende 'Babel fish' uit The Hitchhiker's Guide to the Galaxy: www.babelfish.org is nu een vertrekplaats voor kosteloze automatische vertalingen met een grote hoeveelheid links naar vertaalsites.

Move over, darling

Geen talig onderwerp maar wel een tip die u werkelijk zeeën van tijd en ergernis zal besparen (en daarmee meer tijd om te vertalen/tolken zal geven) wanneer u een nieuwe pc aanschaft en -- naast uiteraard de data -- ook alle geïnstalleerde programmatuur wilt overhevelen. Vooral op machines waar u naast de basisgereedschappen nog heel wat meer hebt ingericht is het normaal gesproken een hele opgave om al die originele cd's te voorschijn te halen en de eindeloze en saaie installatiedialogen af te werken. Op www.laplink.com vindt u voor EUR 34,95 de software 'PCmover' die deze klus voor u klaart. Ik moet bekennen er nog niet mee te hebben gewerkt maar op basis van mijn ervaringen met andere producten van deze firma mag worden verwacht dat ze geheel nakomen wat ze beloven.

Scribus, geen gribus

Op zoek naar krachtige, legaal kosteloze en gemakkelijk te bedienen pagina-layoutsoftware, tot op zekere hoogte als vervanger voor de prijzige pakketten Adobe InDesign / ex-Pagemaker (EUR 1000), QuarkXPress (EUR 1500) of Adobe Acrobat (EUR 560), voor verfijnde opmaak van teksten en afbeeldingen ook in het Hebreeuws en Arabisch, én beschikbaar voor Windows, MacOS X en Linux/Unix? Dan kunt u terecht op www.scribus.net voor een nog in ontwikkeling zijnde maar al goed bruikbare versie van Scribus. Samen met het daarbij vereiste exemplaar van het eveneens gratis programma Ghostscript (zie dezelfde site) kunt u brochures en hele boeken opmaken en daarbij bijvoorbeeld afbeeldingen en teksten in maximaal 27 lagen vrijelijk over elkaar heen positioneren. Dankzij de exportmogelijkheid naar pdf kunt u bestanden drukklaar in hoge precisie aanleveren. De eisen aan de hardware zijn laag -- onder Linux voldoet een Pentium III met 256 MB RAM. Opmaak van Hebreeuwse en Arabische teksten is zoals gezegd mogelijk, enige vereiste is een passende versie van het besturingssysteem (Windows, MacOS X etc.). Wel is Scribus kieskeurig voor wat betreft ondersteunde fonts. Evenals Linux en duizenden andere pakketten is Scribus 'open source', dat wil zeggen de code waarin het is geschreven is openbaar en wordt wereldwijd door duizenden programmeurs in wederzijdse revisie/intervisie ontwikkeld en verbeterd.

Open uw Office

Voor wie MS Office om welke reden dan ook ongewenst is (bijvoorbeeld de portemonetaire aanslag of om principiële redenen) is er al enige tijd OpenOffice, eveneens een 'open source' pakket en daarmee gratis. Het is indrukwekkend om te zien tot welke perfectie dit pakket inmiddels is gevorderd en hoe nauwkeurig en soms zelfs beter dan het 'origineel' het werkt. Zie www.openoffice.org, ca. 94 MB download. Niet alleen is het reeds nu een zeer goede vervanger van Word, Excel, PowerPoint etc. en zijn de bestanden uitwisselbaar maar ook is het beschikbaar in inmiddels 53 talen (waaronder ook weer Hebreeuws en Arabisch), de meesten inclusief spellingcontrole -- zie de lijst op www.openoffice.org/sitemap.html. OpenOffice is beschikbaar voor onder andere Windows, Linux en MacOS X. Met een besturingssysteem in een Westerse taal kunt u toch ook talen zoals Hebreeuws, Arabisch, Thai en Hindi ermee schrijven. Het is serieus te overwegen als alternatief voor het a.s. MS Office 2007 met zijn geheel nieuwe bediening/gebruikersinterface.

Draak steekt diep

Een dringende waarschuwing: mocht u met geopende Dragon NaturallySpeaking of zelfs met alleen de Quickstart van dat programma in de 'system tray' (rechts in de Windows startbalk) een herstelpunt in Windows aanmaken (Start, Help & Ondersteuning, Wijzigingen ongedaan maken met behulp van Systeemherstel) -- bijvoorbeeld als voorzorgsmaatregel vóór het installeren van een of ander programma -- dan wordt (of werd in ieder geval bij mij) de installatie van Dragon totaal vernield. Zorg er dus voor dat er niets van Dragon actief is voordat u een herstelpunt maakt.

Express weg

Nog een zware waarschuwing: de mailfolders van Outlook Express en Outlook kunnen in principe niet groter worden dan 2 GB. Wordt deze grens bereikt dan is het bijna zeker dat u zonder enige waarschuwing en onherstelbaar vele duizenden mails kwijt raakt en/of Outlook (Express) zich niet meer laat opstarten. Ruim derhalve regelmatig op en controleer regelmatig de bestandsgroottes. Bij mij was zo'n omvang met 8.800 mails (iets meer dan 1 jaar) in Postvak IN bereikt, uit een backup kon ik gelukkig nog 8.000 ervan ophalen. De bestandslocatie is te vinden met Extra, Opties, Onderhoud, Archiefmap.

Freselijk Fries

Uw scribent heeft blijkens alle aan hem verstrekte diploma's een deskundigheid van nul in het Fries wat geheel verklaart dat hij in het vorige nummer uit o.a. de Automatisering Gids letterlijk had geciteerd, edoch volgens de wél deskundige collega Fedde Dijkstra talig helaas geheel foutief -- waarvoor excuses.

Inhoud

Freelance en VAR
Speciale aandacht voor de freelance-overeenkomst is op zijn plaats. Het begrip freelance bestaat juridisch en fiscaal namelijk niet. Een freelancer werkt over het algemeen als zelfstandig ondernemer. De Belastingdienst moet beoordelen of dit inderdaad zo is, of dat het eigenlijk om een vaste medewerker gaat. Als de Belastingdienst constateert dat hier sprake is van een (verkapt) dienstverband, dan is de werkgever vervolgens aansprakelijk voor de bijbehorende verplichtingen, zoals sociale lasten. Als de Belastingdienst vindt dat hier geen sprake is van een werknemers-werkgever relatie dan geeft ze de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) af.
www.belastingdienst.nl/var

Bron: Kamerkrant KvK Gooi- en Eemland

Inhoud

Handelsregisternummer ook in e-mail
Door een aanpassing van de HR-wet is het sinds 1 januari 2006 verplicht in e-mails het handelsregisternummer te noemen. Ook op internetsites moeten bedrijven voortaan dit nummer vermelden. Men riskeert een boete als niet aan de verplichting wordt voldaan. Een uitzondering geldt zodra het een reclame betreft. Voor bv's en nv's geldt ook de verplichting om naam en woonplaats te vermelden.

Bron: Kamerkrant KvK Noordwest-Holland

Inhoud

Colofon
Het Bulletin is een periodieke uitgave van de
Vereniging Zelfstandige Vertalers.

De redactie van het Bulletin bestaat uit:
Harold Alexander
Marcus de Geus
Hanneke Rutges

Kopij en berichten aan de redactie van het Bulletin:
bulletin@vzv.info

Het bestuur van de VZV bestaat uit:
Marianne Kersbergen, voorzitter
Nathalie Le More, secretaris
Albert van Veghel, penningmeester
Kristof Stachowski, toelating leden
Kath Starsmore, publiciteit
Heleen Gelinck, belangenbehartiging

Algemene correspondentie VZV:
VZV - Postbus 85598 - 2508 CG Den Haag
06 48810463
info@vzv.info

Voor meer informatie over de VZV:
www.vzv.info

Kopij voor het Bulletin dient in de vorm van een elektronisch tekstbestand te worden gericht aan het redactieadres. Bij overname uit andere bronnen dient de inzender zo nodig te zorgen voor toestemming en deze te vermelden bij aanlevering.

De inhoud van het Bulletin valt onder de verantwoordelijkheid van de redactie, maar geeft niet noodzakelijkerwijs haar standpunt of dat van het bestuur weer.

Inhoud